woensdag 6 juni 2012
27 dresses: 111 cheesy, langdradige minuten
Jane is een mooie, jonge meid die al 27 keer bruidsmeisje is geweest. Ze gaat graag naar bruiloften, organiseert regelmatig de Grote Dag voor vriendinnen, maar droomt vooral van de dag dat ze zélf naar het altaar mag schrijden. Op zich best een leuk gegeven. Maar uiteraard moet er ook een cliché liefdesonderdeel inzitten. Wat we dus het grootste deel van de film zien, is een langdradig kat-en-muis-spel tussen de wanhopige dagbladjournalist Kevin en de irritante, af en toe in zelfmedelijden zwelgende Jane. Want zij is verliefd op haar baas George. Oh nee.
Het meest sneue verhaallijntje komt bij Jane's zusje Tess vandaan. Tess komt terug uit hip and happening Italië en windt direct George om haar vinger. Jane houdt zichzelf groot en blijft gewoon als personal assistent voor haar baas werken. Zelfs op de avond dat George Tess ten huwelijk wil vragen, staat ze er met haar neus bovenop. Natuurlijk zal ze weer bruidsmeisje en ceremoniemeester worden, maar in een allesbepalend moment zorgt Jane ervoor dat de hele bruiloft niet doorgaat. Ach en wee, Tess boos, George verdrietig, Jane voelt zich schuldig. Dát is het moment waarop het áltijd gaat regenen in films. Zo ook in '27 dresses'.
Het avontuur met stalkerige journalist Kevin bereikt ook in de regen haar hoogtepunt. Ze krijgen ruzie in een auto en vliegen uit de bocht. Maar ik zal alvast de afloop verklappen: álles komt goed. Zó goed zelfs, dat Jane en Kevin binnen het jaar trouwen en álle 27 vriendinnen die ooit gebruik hebben gemaakt van Jane's bruidsmeisjesdiensten naast haar bij het altaar staan. Oh sorry, nou heb ik de afloop verklapt. '27 dresses' is cheesy, nietszeggend en véél te langdradig. Helaas, want het hád een leuke film kunnen zijn.
maandag 14 mei 2012
Terug met die loftrompet!
vrijdag 14 oktober 2011
De loftrompet voor Beatrijs
Na al het televisiegeweld van afgelopen mediaweek wil ik graag een ouderwetsche loftrompet steken voor mijn favoriete rubriek in de gedrukte pers. Sinds enkele jaren zoek ik, zodra ik op zaterdag in de buurt van een fysiek dan wel digitaal exemplaar van Trouw ben, het Weekendkatern op. Ik sla alle recepten en puzzels over en begeef mij naar… de Moderne Manieren van Beatrijs Ritsema. Wat een fantastische rubriek.
“Beste Beatrijs” weet de soms kleinzielige vragen over etiquette, handen wassen, huwelijksperikelen, scheidingsdrama’s en klein persoonlijk ongenoegen op een innemende en nét-niet-met-het-vingertje-wijzende manier te beantwoorden. Feilloos legt zij in enkele prachtige zinnen de vinger op de zere plek en brengt daarna met humor en spitsvondigheid een ontegenzeggelijk advies uit. Niet alleen lost Beatrijs met haar kennis en kunde het probleem van de wanhopige briefschrijver op, dit doet zij ook met zulke taalsierlijkheid dat ik er elke week weer van onder de indruk raak. Zo krijgt Beatrijs het voor elkaar om het woord ‘nooddruft’ in een zin te gebruiken zonder dat dat raar staat. Eigenlijk zit ik al tijden heimelijk met smart te wachten op het moment dat ik in een onoverkoombare gênante situatie terechtkom waar ik alleen met Beatrijs’ hulp uit zou kunnen komen. Wat een genot moet het zijn om haar een serieuze brief te mogen sturen en afhankelijk te moeten zijn van haar hulp.
Overigens heb ik in het verleden te pas en te onpas gestrooid met adviezen van Beatrijs waar ik mij van harte achter schaar. Zo heeft zij eens een advies gegeven aan een meisje dat als enige van haar vriendenkring geen smartphone heeft en zodoende tijdens een etentje met deze vriendengroep zichzelf moest vermaken. Als bezitster van een oerdegelijke oude Nokia is dat voor mij een pijnlijk herkenbare situatie. Hoe heerlijk is het in zo’n situatie om met Beatrijs’ autoriteit te mogen pochen en zinnen als “Zodra u het gevoel krijgt dat u te midden van uw vrienden gereduceerd wordt tot de status van kamerplant of schemerlamp, moet u ervandoor gaan” te citeren!
Welk sociaal probleem zou u willen delen met de deskundige bloggers en lezers van Gemodder? Reageer hieronder! Wellicht heeft een ander dé oplossing en hoeft u geen brief aan Beatrijs te sturen!
donderdag 22 september 2011
I heart... fietsen!
1. Het is gezond. Ik ben een relaxte fietser, wat betekent dat ik nooit zo hard fiets, maar ik houd mijzelf graag voor dat fietsen alsnog gezonder is dan in de stinkende bus zitten. Soms trap ik lekker hard door, dat vind ik dan extra fijn, dat voelt dan nog gezonder. Elke dag een half uurtje fietsen zorgt ervoor dat ik me fit voel.
2. Het is goedkoop. Als je de fiets eenmaal hebt aangeschaft, heb je er nog maar weinig kosten aan. Af en toe een goedkope onderhoudsbeurt (lang niet zo duur als een standaard APK - of zou dat aan mijn auto liggen?) en je kunt er weer jaren tegenaan. Ook hoeft een fiets geen benzine te drinken, dat scheelt aannemelijk in de kosten.
3. Het gaat snel. Deze bewering behoeft enige uitleg, denk ik zo. Ik woon in het midden van het land. Er is uitstekend openbaar vervoer. Maar omdat het midden van het land anno 2011 ook de grootste bouwput van het land is, staan al die gestroomlijnde bussen in de file naar de grote stad. Ik maak het dus mee dat ik langs de file rij richting de stad. Ik haal de auto's in! Geweldig! Ook in die stad gaat mijn fietsje sneller dan elk ander vervoersmiddel, want de stad is voor auto's gewoon erg krap ingericht. Het fietspadennetwerk is er echter fantastisch ingedeeld wat ervoor zorgt dat ik binnen mum van tijd op mijn eindbestemming ben.
4. Ik kan echt genieten van een fietstocht. Helemaal als ik op de eindbestemming iets (in)spannends moet doen. De fietstocht, zowel heen- als terugreis, is dan echt een rustpunt voor mij. Even op adem komen. Muziekje op, of juist helemaal geen geluid om me heen, verstand op nul en lekker trappen... Fris en fruitig, met een leeg hoofd, op mijn eindbestemming aankomen, heerlijk.
Wat mij betreft blijf ik mezelf nog jaren op deze manier verplaatsen. I heart fietsen!
woensdag 21 september 2011
De wachtkamer
Vanochtend moest ik even langs de huisarts. Geen probleem, behalve dat ik bovengemiddeld lang in de wachtkamer heb gezeten omdat de assistente een foutje had gemaakt. Nu was dat op zich geen ramp, ik had geen andere afspraken en dit was een mooie gelegenheid om mijn geduld te trainen. Of het ook goed was voor de gezondheid is een andere vraag.
Bij binnenkomst was de wachtkamer behoorlijk vol. Zo vol dat de ramen besloegen en zo vol dat dit waarschijnlijk de eerste tropische herfstdag genoemd kan worden. Maar eerlijk is eerlijk, de sfeer zat er goed in. Een jonge moeder met haar zoontje van 10 maanden. Een meneer van buitenlandse afkomst met vieze nagels. Een oudere mevrouw, type volksbuurt en een mevrouw met een veel te dikke tienerdochter. Het jongetje was ondanks zijn jeukende krentebaard woest aan het spelen met de bouwblokken in de speelhoek en zorgde onbedoeld voor entertainment voor bijna de hele wachtkamer.
De meneer met de vieze nagels probeerde hem te lokken maar zijn moeder hield hem angstvallig vast. De meneer zei ook dat kleine kinderen voor kleine problemen zorgen en grote kinderen voor grote problemen, waarop de moeder van de obese tienerdochter extra hard met haar ogen rolde. De volksbuurtmevrouw miste haar opppaskleinzoon en projecteerde nu alles op haar wachtkamergenootje door te proberen samen met hem een verjaardagsliedje te zingen. Dat lukte niet en ze stak haar frustratie niet echt onder stoelen of banken. De tienerdochter vroeg aan haar moeder wat een skelet was en de moeder vertelde dat ze eigenlijk weer terug moest naar de zaak. Toen rolde de dochter met haar ogen. Wat een heerlijk feest.
Bijna iedereen raakte opeens in gesprek met elkaar over kinderen, kleinkinderen, oppassen, middagslaapjes en inentingen en natuurlijk over polio. Opeens kwamen er allerlei persoonlijke en medische details boven tafel, terwijl niemand elkaar kende (ik deed hier niet aan mee trouwens). Toen werd de jonge moeder met haar zoontje bij de huisarts geroepen. Een omslagpunt. Dat was het einde van de gemoedelijke kindersfeer want nu was het zeikuurtje begonnen. Want waarom waren we gisteren met Koninginnedag niet vrij? Want bij de zuiderburen is dat wel het geval. En waarom moesten we zolang wachten? Hoelang moet jij al wachten? In het ziekenhuis moet je ook altijd zolang wachten. Nou, ze hebben nu ook een weer een dokter in opleiding. Daar ga ik dus mooi niet bij. Ja, ze moeten dan wel leren een keer maar niet op mij. Oh wat moet je lang wachten. Ik hoef alleen maar mijn bloeddruk op te laten nemen. Het is zeker koffie-uurtje bij de assistentes. Hahahaha.
Plots was iedereen aan de beurt en was de wachtkamer leeg. Wat een rust. En dat na 45 minuten gekletst en gezwam. Ik stond op en liep naar de balie om te vragen of het nog lang ging duren. Daar bleek dat mijn afspraak niet ingepland was, maar gelukkig kon ik meteen geholpen worden. Eenmaal buiten ademde ik eens diep in en trapte de pedalen van de fiets goed hard in. Zo ben ik hopelijk de in de wachtkamer opgelopen milde najaarsdepressie weer kwijtgeraakt.
dinsdag 6 september 2011
Jippie! Het regent!
Als zelfbenoemd ervaringsdeskundige wil ik graag de bewering van onze weervrouw Helga van Leur weerleggen. Bij de uitzending van Knevel & Van Den Brink probeerde zij deze week de Nederlandse bevolking ervan te overtuigen dat deze zomer helemaal niet natter is dan andere zomers. De op sensatie beluste pers heeft dit op basis van onbetrouwbare statistieken de wereld in geslingerd! Hoewel ik door mijn eigen ervaringen toch de kant van de pers kies, is dit niet waarover ik ga schrijven. Graag wil ik met jullie delen hoe deze natte zomer mijn visie op regen heeft gerelativeerd en mij vandaag een gelukzalig gevoel heeft gebracht.
Na 21 jaar doorgebracht te hebben in dit kikkerlandje, stond mijn rode stormparaplu (ja, zo’n echte!) standaard klaar bij de voordeur. Stónd, tot deze bij een barbecue werd gestolen.. Dit was begin juni. Na gewend te zijn geraakt aan de luxe van mijn stormparaplu kon ik het niet over mijn hart verkrijgen een 2-euro-blokker-exemplaar te kopen, maar wilde ik ook geen 30 euro uitgeven aan een nieuwe. Hierdoor stonden voor mij juli en augustus in het teken van verregende outfits, uitgelopen make-up en plat geregend haar met als gevolg meewarige blikken naar mijn lege parapluhand.
Afgelopen dinsdag wilde het zo dat ik met Han in de Ikea belandde. Bij binnenkomst dook Han sneller in de bak met paraplu's dan ik met mijn ogen kon knipperen en stond ze na een paar seconden te zwaaien met een zuurstokroze exemplaar, ‘of ik er niet ook een wilde’. Na een diepe zucht en het definitieve besef dat ik mijn stormparaplu nooit meer terug zou zien, ging ik overstag. Vandaag ben ik mijn paraplu, de regen trotserend, bij Han op wezen halen. Op de terugweg bleek het, tot mijn teleurstelling, droog. Gelukkig stelde het Nederlandse weer mij niet teleur en begon het binnen een paar minuten keihard te regenen. Direct stak ik mijn nieuwe felroze paraplu beschermend op boven mijn hoofd en hij stelde mij niet teleur! Het gevoel dat mij overviel is slechts te beschrijven als ultiem geluk. Zojuist heb ik mijn roze kameraad op de lege plek naast de deur gezet en zit ik droog deze blog te typen. Of Helga of de pers nu gelijk heeft, ik trotseer nu vrolijk, met mijn roze plu in de hand, de regen!
donderdag 21 juli 2011
Over hoe wielrennen uit het leven verdween
Hij groeide op in een stad aan de westkust, in een regio waar weinig te doen is behalve voor diegenen die hopen snel veel geld te kunnen verdienen. De jongen, geboren in 1961, had een duidelijk doel voor ogen. Hij wilde in 1978 wereldkampioen op de weg worden en voor zijn 25e de Tour de France winnen. Dat lukte: in het jaar dat hij 25 werd stond hij na de laatste rit in het geel op een verhoging in Parijs. Wielerfans van over de hele wereld zaten aan radio en tv gekluisterd.
In de jaren '80 was het 's zomers vaak heel erg warm. Een fan van de Tourwinnaar reed dat decennium bijna dagelijks op zijn racefiets 25km naar werk en na de dienst de 25 km weer naar huis. Door de zak van Beveland. Niet zover van Heinkenszand, de geboorteplaats van Jan Raas. De fan had zelf Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik in de benen. Hij was er trots op maar schepte er nooit over op. Als hij niet op de racefiets zat, dan reed hij wel met zijn oudste dochter in het zitje voorop op zijn stadsfiets over Walcheren en overhoorde haar over de gewassen die ze op het land tegenkwamen. Ja, dat zijn de suikerbieten!
Het werk van de wielerfan bestond uit onregelmatige diensten en zo kwam het voor dat hij op een zomermiddag, zo'n dag waarop de kraaien van het dak kwamen, binnen televisie aan het kijken was. Naar de Tour de France. Zijn dochter begreep er maar niks van. Wat was er nou leuk aan om met mooi weer binnen televisie kijken? Zij ging liever naar het strand en dacht aan de bruine kuiten van haar vader en zijn spierwitte bovenbenen.
Op een mistige dag reed de wieleramateur van werk naar huis en zag daarbij een stilstaande auto over het hoofd. Hij lag in de kreukels en de fiets ook. Gebroken sleutelbeen en geknakt frame. Het weerhield hem er niet van te blijven fietsen, met nieuw materiaal en met frisse moed. De zomers en de mooie Tourmomenten gingen voorbij. Totdat opeens daar die afspraak met de dokter in de agenda stond. Chronische ontstekingen in de gewrichten. Het wielrennen was voorbij en de wielerman zou voortaan met het personeelsbusje naar zijn werk reizen. Er was verdriet maar er werd niet over gesproken in het gezin.
Nu hangt zijn fiets, uit elkaar en met een reservewiel, op de zolder van de oudste dochter van de wielerfan. Ze kan het niet opbrengen hem op te knappen en kan het ook niet over haar hart verkrijgen om hem weg te doen. Terwijl ze in 2011 de kopgroep door de Alpen ziet rijden, gaat de telefoon over. Het is haar vader. En voordat ze opneemt denkt ze terug aan de jaren '80 en aan de bewondering van haar vader voor Greg LeMond.
vrijdag 1 juli 2011
M/V
Ken je dat gevoel? Dat je zó nodig moet plassen dat je al met je benen tegen elkaar aan staat te wiebelen? Dat het eigenlijk al een beetje pijn doet in je buik? En dat je al verlangt naar het moment dat je je – in mijn geval dan hè – mag neerzakken op die koude wc-bril, en die opluchting als je eindelijk ‘mag’? Juist in die precaire momenten loop ik letterlijk tegen één van mijn grootste ergernissen aan: gescheiden wc’s. Waarom bestaan er gescheiden wc’s?! Meestal is het bij de damestoiletten namelijk ontzettend druk. En dan moet ik weer in die rij gaan staan, terwijl er bij de heren-wc niemand te bekennen is. En soms ben ik dan eigenlijk te schijterig – haha – om tóch naar het mannentoilet te gaan.
Natuurlijk begrijp ik dat wat privacy prettig is als je naar het kleinste kamertje gaat. Maar het is mij een raadsel waarom er per se aparte afdelingen – nota bene gebaseerd op geslacht! – moeten bestaan. Is dat omdat vrouwen het onprettig vinden om te plassen waar een man bij in de buurt is? Of zijn mannen bang dat vrouwen gaan zitten loeren als zij even op ’t gemak zitten? Is het omdat vrouwen altijd samen naar de wc willen gaan? Dat kunnen ze namelijk nog steeds op unisextoiletten hoor. Geen enkel probleem! Zou het te maken hebben met het feit dat vrouwen altijd willen roddelen op kamer honderd?
Laatst was ik in de Arena bij een concert en daar hebben ze het wat mij betreft goed aangepakt. Er staan gewoon wc’s voor iedereen. Met een grote afbeelding van een mannetje en een vrouwtje naast elkaar! Geen enkele vrouw hoeft daar in een lange rij te staan terwijl er bij de mannentoiletten geen kip te bekennen is. Ik zou het prettig vinden als dat systeem mondiaal wordt doorgevoerd. Ik kan namelijk met de beste wil van de wereld niet bedenken wat de reden is voor dit systematische scheiden van mannen- en vrouwenuitwerpselen. We zijn wat dat betreft toch allemaal gelijk, niet?
donderdag 30 juni 2011
Kat op het dak
Toen ik tegen half tien de tuin opruimde om het dreigende onweer voor te zijn, kwam mijn zwangere achterbuurvrouw de tuin in lopen. Onze katten zaten op het dak en waren wild aan het miauwen volgens haar. Ik ontdekte inderdaad onze grote zwarte kat Jones die zenuwachtig rondjes over het dak liep. Via het kantelraam aan de achterkant van het huis kon ik haar roepen en sprong ze in mijn armen.
Ik kon onze andere kat, Saartje, echter nergens vinden. Ze liep niet over het dak maar in huis was ze ook nergens. Tegen half elf ontdekte ik, vanaf de straat, op onze dakkapel twee oortjes. Ik riep haar, ik schudde met brokjes, ik psst-te maar kreeg geen reactie. Ten einde raad smste ik meneer, die belangrijke verplichtingen had die avond. Hij belde terug en stelde voor de buurman te vragen.
Nadat ik mijn zestig-plus-buurman had verteld van de situatie klom hij via zijn eigen dakkapel het dak op. Ik ben zelf heel onhandig en ik heb hoogtevrees, dus het leek mij het beste een bejaarde man in mijn plaats te laten gaan. Onze Saartje rende echter meteen weg. Ik stelde voor er niet achteraan te gaan omdat ze zich toch niet zou laten vangen. Ik bedacht me dat ze dus blijkbaar niet te bang was om te lopen en hoopte dat ze alsnog zelf binnen zou komen, bijvoorbeeld als het zou gaan regenen.
Om half twaalf barste een enorm onweer los en hing ik met mijn hoofd in de stromende regen uit de dakkapel al roepend en pssst-end. Geen kat.
Om één uur kwam meneer thuis. Enorm ongerust begon hij ook te roepen en schudden met brokjes. Met behulp van een zaklamp ontdekte hij dat ze boven het dakraam van de buren zat. Een heleboel geroep en gesmeek vanuit ons kantelraam, terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam, richtte niks uit.
Onze buren waren op vakantie en ten einde raad belde ik om half twee 's nachts aan bij mijn overbejaarde buren die een sleutel van hun huis hebben. Ik legde de situatie uit en mijn lieve buurvrouw kwam in peignoir en met sleutel het huis van onze buren openen. Toen ik het dakraam open had rende de kat echter weer weg. Ik verontschuldigde me zo’n honderd keer en kwam onverrichter zake weer thuis. Daar besloten we het op te geven.
Om half drie lagen wij ons in bed te bedenken hoe nat en koud onze kat het moest hebben op dat dak in het noodweer toen Jones ons kwam halen. Meneer rende achter haar aan en ontdekte op de zolder een door en door natte Saartje die zich door een kier van raam gewurmd had. Gelukkig. We konden gaan slapen. En om half zeven ging de wekker weer. Maar onze kat was in ieder geval niet door mijn onhandigheid bezweken.
maandag 23 mei 2011
Op de Dijk
De populariteit van het vissersdorp moet zeker niet onderschat worden; op een willekeurige zonnige zaterdagmiddag in er geen parkeerplek meer te vinden. Dus probeer je je tussen de touring cars uit Duitsland en Slowakije te wurmen. Ondertussen betrap je jezelf erop dat je toch overal zit te gluren naar Nick en/of Simon, of in ieder geval een familielid van hen. Ai. Pijnlijk. Zie ik daar de eerste viskraam?
Eenmaal aangekomen op de Dijk is daar geen enkele originele Volendammer, op zij die hun brood verdienen aan de toeristen na, te vinden. Het is er heel druk met toeristen en dagjesmensen, zowel op de Dijk zelf als op de jachten die in de haven liggen. Een soort kaaskoppige Saint Tropez, inclusief uitzicht op fluoriserende bikini's. Ook aan vrijgezellengroepen geen gebrek. Alleen hier ziet het zwart van de mensen. En goedgemutst ondergingen wij het allemaal.
Eenmaal bij de fotostudio werden we door een souvenirwinkel een smalle trap opgestuwd en gingen we, via de mannenkleedkamer, naar de kleedkamer van de dames. Twee kleedsters stonden klaar om ons in een echt Volendams kostuum te sjorren. Gewoon een soort schort, armen erdoor, omdraaien, klittenband en strik vast en klaar. Nog een paar naar zweet stinkende klompen uitzoeken en dan vlot opstellen in het decor. Lachen. Klik klik. Klaar De eerste lopende band voor garnalenpellers is niks vergeleken met de snelheid waarmee we werden omgetoverd tot viswijven. De foto's zijn overigens prachtig geworden.
En toen ging het allemaal opeens zo snel. Je vergeet de toeristendrukte en voor je het weet proef je een shotje, een smaak die je sinds het klassenfeest van de derde niet meer ervaren hebt. Dan sta je in een kroeg mee te zingen met BZN. En doe je een dansje met de andere meiden. Net zoals Linda, Roos en Jessica. Dan is de dag opeens voorbij, en wordt de vrijgezel voor de laatste keer nagefloten door lokale, aangeschoten scooterjongens. Niks van die romantiek van het kleine vissersdorp; wat dat betreft is Volendam overrated en een grote toeristenval. Maar met die meiden een dag op stap is onbetaalbaar, daar heb ik dat kleine stadje aan het water niet voor nodig.
vrijdag 20 mei 2011
Viooltjesvagina
In het dameshygiëneschap van de drogist lag een voor mij onverklaarbaar product. Een blijmoedige jonge vrouw in een hip jurkje sierde de voorkant van het pakje. Er stond ook een glanzende avocado tussen druppeltjes water (?) en grassprieten (nogmaals: ?) op. De eerste keer dat ik langs dit product liep, besteedde ik er geen aandacht aan. Ik had denk ik haast, want ik vind het normaal altijd erg leuk om lang in een drogisterij rond te hangen en allerlei verpakkingen te lezen.
Dus, bij een volgend bezoek aan die drogist, leerde nadere bestudering van de eerder genoemde verpakking mij dat er inlegkruisjes met avocado- en aloë verageur in zitten. U leest het goed. Inlegkruisjes, delicaat geparfumeerd met avocado en aloë vera. De horror! In een eerste oncontroleerbare reactie gooide ik de verpakking terug in het schap en slaakte ik een ondefinieerbare kreet. Mijn vagina hóéft niet naar viooltjes te ruiken. Wat moet ik nou met geparfumeerde inlegkruisjes? Waarom ruiken ze in ‘s hemelsnaam naar avocado en aloë vera? Is dat frisser of anderszins hygiënischer dan niet-geparfumeerde dameshygiëneproducten?
Een empirisch veldonderzoek volgde. Bij supermarkten en andere drogisterijen keek ik rond wat er zoal voor variatie in het hygiëne-assortiment bestond. En wat blijkt: er is een ware freshness-revolutie gaande in maandverbandland. Tegenwoordig bevatten de damesproducten kamille, deo fresh, vitamine E, zijde, aloë vera, noem het maar op. Pijnlijk bloedverlies, brokkelige afscheiding, nare geurtjes, plakkende onderbroeken en doorlekkende maandverbanden zijn verleden tijd als het aan de fabrikanten ligt. Anno 2011 is de menstruatie een periode van geluk, frisheid en prettige geurtjes.
Nou, daar pas ik pas voor. Ik ben gewoon ordinair ongesteld, met alle ongemakken van dien. Want de menstruatieperiode is een tijd waarin ik niet hoef te doen alsof ik me goed voel. Ik hóéf niet vrolijk huppelend door het leven te gaan. Ik vind dat ik gewoon chagrijnig op de bank mag kruipen, met een kruikje tegen mijn zere buik aan, een grote pot thee en een nóg grotere reep chocola binnen handbereik. Dát is wat mij betreft ongesteld zijn. En niet gelukkig zijn met een geparfumeerd maandverband in je onderbroek. Een Ambi Purpoes als je ongesteld bent? Laat me niet lachen.
donderdag 21 april 2011
Warme dagen
Ik zie om me heen dat meer mensen moeite hebben met die vraag. In de tram zitten mensen met panty’s te balen dat ze die panty hebben aangedaan. Ik zie mensen in een te warme jas lopen, of een wollen blazertje. Ik zie mensen in een strakke legging met een strak hemd terwijl die mensen dat, tja, niet echt kunnen hebben. En ik zie mensen in setjes van vorig jaar terwijl ze de kerstkilootjes nog niet helemaal kwijt zijn, de kleding strak gespannen om bovenbenen en buik.
Gisterochtend stond ik ook vertwijfeld voor mijn kledingkast. Het was me een dag eerder nog wel gelukt iets fatsoenlijks te vinden: een jurk met een legging en met schoenen waar ik goed op kon lopen en die ook leuk en elegant waren. Gister bleek dat moeilijker. Ik vond en jurk die ik al de hele winter met laarzen draag, maar besloot hem nu met zomerschoenen te dragen. Omdat ik een kind naar de crèche moest dragen nam ik mijn pumps mee in mijn tas en droeg ik onderweg ballerina’s met een sleehak.
Toen ik de deur uitliep had ik al zo mijn twijfels, maar aan het einde van de dag wist ik zeker dat dit een heel slechte zomeroutfit was. De jurk was van katoen, dus dat kon best voor dit weer. Hij was alleen grijs en ik heb een bruine zomerjas, dat was dus al de eerste misser. Onder de jurk staken mijn veel te witte, bijna reflecterende benen in (nu) degelijke loopschoenen. Toen ik de ballerina’s kocht dacht ik dat het lekker loopschoenen waren die er ook nog leuk uitzagen door de hak. Nu met pijnlijke voeten en opgezette enkels zagen de schoenen er vooral degelijk en suf uit. Ze waren het leren rugzakje onder het schoeisel geworden.
Ik was een beetje plakkerig van het warme weer en terwijl ik naar de crèche liep hoopte ik dat ik snel thuis zou zijn om iets anders aan te kunnen doen en mijn reflecterende benen te kunnen bedekken. Maar op de crèche bleek mijn lieverdje een lekkende poepluier te hebben. Iets waar ik pas achter kwam toen ze bij me op schoot zat. Met water probeerde ik de vlekken enigszins uit mijn jurk te wassen. Met de natte plekken in mijn jurk en mijn kind in een (niet kleurgecoördineerde) draagzak, een grote tas vol spullen over mijn schouder en een zomerjas over mijn arm, liep ik naar de tram. Daar gooide mijn dochter haar halve maaginhoud over mijn decolleté, zichzelf en de draagzak. Witte melkschilfertjes sierden ons beiden.
Thuisgekomen bleek de straat opgebroken en mocht ik met mijn vieze outfit, vies kind in dito vieze outfit en alle spullen door een soort zandbak waden. Om te zeggen dat ik niet zo blij was toen ik thuiskwam, is een understatement. Gelukkig heb ik nog een hele zomer om hier handigheid in te krijgen.
dinsdag 19 april 2011
Een mooie dag
Na een wandeling van een minuut of dertig kwamen wij aan bij het oude centrum van een nabijgelegen dorp. Wij manoeuvreerden de kinderwagen langs drukke fietspaden en overvolle terrasjes om zelf een plekje op één van die terrasjes te vinden. In het deel van het dorp waar wij uiteindelijk uitkwamen, nabij de kerk en het water, hadden wij de keuze uit twee terrassen. Wij kozen voor de dichtstbijzijnde. Een vergissing, naar later bleek.
Liep op het andere terras de barman af en aan met eten in drinken, wij hebben zeker twintig minuten reikhalzend elke persoon aangekeken die uit ‘ons’ café kwam in de hoop dat die persoon ons zou kunnen bedienen. Meermalen bracht iemand koffie of bitterballen naar een tafeltje, maar zonder ook maar bij iemand op het terras een bestelling op te nemen. Na twintig minuten kwam eindelijk de plaatselijke Diana Charité, wel een kilootje of vijftig zwaarder dan de oorspronkelijke, aan ons tafeltje staan. Mijn man zag uit angst voor de lokale hygiënetoestand van de keuken af van vers geperste jus en bestelde een colaatje. Ik bestelde een biertje.
Om ons heen begon het terras zich te vullen met mensen in wielrenkledij. Mensen die beter iets bedekkenders dan wielrenkledij hadden kunnen dragen. Naast ons zat een dame die zeker twintig kilo geleden al had moeten stoppen met eten, volledig gehuld in spandex. Zittend met haar benen wijd toonde zij ons haar zeemleren wielrenkruis. Tussen haar benen zat een heel klein hondje. Terwijl wij ons verbaasde over de wielrenners naast ons betrad een andere fietsclub, bestaand uit enkel hoogbejaarden, het terras, allen gehuld in dezelfde shirtjes. Eerst zagen wij ze moeizaam van hun hypermoderne fietsen afstappen om vervolgens waggelend, met hun benen in o-vorm, alsof ze in hun broek hadden gepoept, een plekje op het terras te vinden. Het zich neer laten dalen in een stoel ging gepaard met veel gekreun.
Mijn man wilde al spoedig afrekenen en verder wandelen, naar later bleek omdat hij "maar een beperkt aantal witte blubberbenen in korte broek op één dag aan kon."
donderdag 14 april 2011
Wc's in Sudan
Ik was een beetje verbaasd, want waarom zou Edet nu in Sudan een toilet willen bouwen. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat Edet de markt voor toiletpapier wil aanboren in Sudan en dat je toiletpapier beter verkoopt aan mensen met een toilet. Dus misschien dat Edet daarom een toiletten bouwt in Sudan.
Maar waarom adverteert Edet dan in Nederland dat het toiletten bouw in Sudan? Enig doorklikken maakt duidelijk dat Edet Goed Werk verricht in Sudan. Edet wil arme mensen zonder toilet helpen om zo een betere hygiënestandaard te kunnen bewerkstelligen en kindersterfte tegen te gaan. Goede zaak dus, zou ik denken. Edet doet dit overigens niet alleen maar in samenwerking met Oxfam Novib.
Een beetje jammer vind ik wel dat een toilet bouwen in Sudan dan niet gepaard kan gaan zonder reclame daarover te maken in Nederland. Wij Nederlandse consumenten moeten natuurlijk ook weten dat Edet een hartstikke goed product is. Dat Edet goed werk verricht in de derde wereld. En als wij Edet kopen dan helpen wij de derde wereld zelf ook. Dus koop vooral Edet toiletpapier.
Indirect speelt Edet dus in op mijn westerse schuldgevoel. Als ik een ander of goedkoper merk wc-papier koop help ik de arme kindertjes in Afrika niet. En dat vind ik nogal naar, dat inspelen op mijn schuldgevoel. Want ik vind toiletten in Sudan echt een goed doel, maar moet ik daarvoor nu elke keer als ik een pak wc-papier uit het schap trek, aan Edet denken en dan dat merk maar kopen om een beter gevoel te krijgen?
Ik vind het een goede zaak dat Oxfam Novib zijn best doet om geld binnen te halen voor Sudan en daarvoor een commercieel bedrijf als de producent van Edet inschakelt. Ik ben een groot voorstander van ontwikkelingssamenwerking zonder overheidsinbreng maar gebaseerd op de vrijgevigheid van mensen zelf of van bedrijven die goed gebeord hebben. Maar ik vrees dat ik geen geld voor toiletten wil geven via Edet.
Ik vind Edet toiletpapier sowieso te duur en weet niet hoeveel van mijn geld van dat pak dan naar die toilet in Sudan gaat. Ik zou zelf liever een goedkoper pak kopen en het teveel ten opzichte van het Edet pak in een potje voor Sudan willen stooppen. Aan het einde van een kwartaal maak ik dat ebdrag dan over aan Oxfam Novib. Tnv de toiletten in Sudan.
Ik heb het even opgezocht: acht rollen Edet friendly toiletpapier kosten 2,63, vierentwintig rollen kosten dus 3x2,63 = 7,89 eur. Vierentwintig rollen AH toiletpapier zacht wit kosten 4,99. Dat scheelt 2,90 per aankoop. Ga je naar de Aldi, scheelt het nog meer!
Koop je de zachtere variant dan betaal je voor Edet soft toiletpapier 3,25 voor zes rollen, voor 16 rollen zou je dan (2,5 pakken, ok, het rekent wat moeilijk) 8,12 euro betalen. Zestien rollen AH zacht en sterk kosten 5,38, dat scheelt 2,75 euro.
maandag 21 maart 2011
Een week waarin alles en iedereen lijkt te falen
Ik heb maandagochtend mijn kind afgegeven op de crèche met de mededeling dat ze afgelopen weekend niet echt wilde slapen, ze wel moe zal zijn en ze haar maar tijdig in bed moeten leggen, ook als ze haar ogen niet dicht wil doen. Ik kom haar om vijf uur ophalen en een andere leidster vraagt me of het nieuw beleid is dat ze mijn dochtertje minder moeten laten slapen. Ik snap niet wat ze bedoelt en leg uit wat ik gezegd heb. Blijkbaar heeft de dame van die ochtend mijn instructies verkeerd begrepen. Ze waren volgens mij niet voor meerdere uitleg vatbaar, maar ok. Kind is moe.
Mijn geliefde probeert voor de zoveelste maal meerdere instanties te bereiken maar niemand reageert. Eén secretaresse presteert het zelfs te melden dat ze naar aanleiding van zijn telefoontje de week ervoor een notitie voor haar baas heeft gemaakt maar nog geen schriftelijke reactie op de notitie heeft binnengekregen.
Op weg naar huis zijn in de tram de automaten van de chipknip stuk. Er dreigt een nucleaire ramp.
Dinsdag kom ik aan bij de apotheek waar het zo druk is dat ik na een half uur, zonder te zijn geholpen, weer weg moet lopen omdat ik anders de afspraak op het consultatiebureau mis. Op het consultatiebureau blijkt mijn afspraak wel in het boekje maar niet in het computersysteem te staan. Ik kan uiteindelijk worden geholpen maar het gaat allemaal niet eenvoudig. Bij de supermarkt op de terugweg blijkt van alles op te zijn. De apotheek heeft nog steeds een rij (en de nummertjesmachine werkt niet) en dus duurt het een half uur voordat ik mijn spullen heb.
Op woensdag belt eindelijk iemand terug die we al een week elke dag hebben gebeld. Drie spotjes in de keuken gaan stuk. Als de zon door het raam schijnt blijkt deze enorm vies te zijn. Ik had de glazenwasser toch gevraagd elke maand álle ramen te wassen? De basilicum is al drie weken structureel uitverkocht.
Op donderdag blijkt op weg naar huis een onderdeel van mijn fiets af te breken. De rechter rem doet het ook niet meer en terwijl ik al fietsend aan mijn man probeer uit te leggen dat mijn telefoon uit zichzelf een sms verstuurde waarin stond dat ik in de bios zat terwijl ik probeerde de telefoon op te nemen, word ik bijna aangereden door een auto.
Drie weken te laat neemt de VN een resolutie aan inzake Libië. Het houtblok in de open haard wil niet branden.
Op vrijdag probeert mijn man nieuwe fietsen te bestellen via internet. Twee fietsen tegelijk kun je niet bestellen, dat kan het systeem niet en aan en dus moet het per stuk. Omdat geld overboeken van de spaarrekening twee dagen duurt kunnen we er maar één met ideal betalen. De andere fiets wil hij met creditcard afrekenen maar daarvoor hebben we niet de juiste pincode bij de hand. Aankoop van de tweede fiets wordt uitgesteld. Hij heeft die vrijdag een afspraak staan die na een half uur wachten verkeerd genoteerd blijkt (door de betreffende instantie).
Er zit papier vast in de printer. Na twintig minuten prutsen doet hij het weer maar print eerst de driehonderd pagina’s tellende (vastgelopen) opdracht van een collega.
Twitter loopt vast. Het bier is op.
Er zijn van die momenten dat je maar beter met een deken over je hoofd in bed kunt gaan liggen, hopend dat je dochter die nacht niet twintig keer haar speen kwijt raakt en de rest van de problemen zichzelf oplost.
dinsdag 15 februari 2011
De schoonheid van stilte
Een aantal weken terug adviseerde de huisarts om vooral stemrust nemen. De infectie in mijn keel was dan wel over het dieptepunt heen, het aanhoudende gepiep en gehees beloofde nog niet veel goeds. Ik neem de conditie van mijn stembanden uiterst serieus en daarom deed ik verschrikkelijk mijn best om niet te praten. Ook niet eventjes. Gewoon helemaal niet.En dat ging redelijk goed want praten was pijnlijk genoeg om het te laten. Gewapend met pen, notitieblok en magneetspeelgoedbord deed ik mijn best om nog zoveel mogelijk aan het sociale en professionele verkeer mee te doen. Want niet praten betekent natuurlijk niet dat je zielig bent.
Op kantoor ging alles op rolletjes: ik nam de telefoon niet op en communiceerde met collega’s via interne mail en de chatfunctie op Facebook. Uiterst efficiënt. De eerste werkdag viel me de positieve uitwerking van het niet praten meteen op. Want, niet praten betekent ook dat je niet kan mopperen. En dat betekent dat je allerzulks negativiteit makkelijk van je af kan schudden. Niet praten was voor mij heilzamer dan een klasje yoga waarbij je je wenkbrauwen moet ontspannen terwijl je op een bezweet matje ligt. Nog nooit was ik zo zen.
De positiviteit van het niet praten was slechts van korte duur. Op een avondje bijpraten met vriendinnen bleef ik eigenlijk in het gesprek steeds achter de feiten aanlopen. En tijdens een verjaardagsfeestje was ik zo gefrustreerd dat ik niet goed kon duidelijk kon maken wat ik bedoelde, dat mijn notitieblokje voodookwaliteiten kreeg. De voldoening van het krassen van met mijn pen, natuurlijk het equivalent van schreeuwen, was bevredigender dan het genieten van stilte en rust.
Nu is mijn keel beter verklaard. Het kleine ruisje zoals dat dan heet wat nu nog op mijn stem te horen is, is geheel te verklaren door verkoudheid en hoesten. Het is nu zaak om de stem weer in conditie te krijgen. Dat kan heel vlot door dagelijks goed de volgende zin te articuleren: Nina nam manden vol mandarijnen mee. Een kwartier lang. Elke dag. Totdat je trance raakt en op de automatische piloot overgaat. De weg naar nirvana is begonnen…
woensdag 12 januari 2011
Geen Yes
Het nieuwe jaar is begonnen met een speler minder op de bladenmarkt. Na 24 jaar heeft weekblad Yes de handdoek in de ring moeten gooien. Dat is natuurlijk geen positief nieuws en ondanks dat wij van Gemodder zelfs een keer een bloggende Yeslezeres aan het woord lieten en ons druk maakten over de achterlijkheid van een van de columnisten, wens je niemand in bladenland het einde toe. Alhoewel, let's not go there.De uitgever en hoofdredactie van het blad gaven aan dat er naast het mislopen van advertentieinkomsten eigenlijk een aantal redenen zijn waardoor het tijdschrift niet heeft kunnen overleven. Een daarvan is dat er in het blad niet expliciet genoeg over sex gesproken zou worden. In ieder geval niet gedetailleerd en vunzig genoeg. Een te braaf imago dus, een beetje tussen de Tina en de Viva in, naar eigen zeggen. Overigens wordt hier zomaar voorbij gegaan aan de Fancy, zo expliciet dat mijn moeder na het lezen van het blad het abonnement van mijn zusje meteen annuleerde. Ik denk dat dit argument maar ten dele opgaat, de Delicious gaat nooit over sex maar verkoopt nog steeds als een dolle.
Een andere reden zou zijn dat er door de opkomst van het digitale contactmogelijkheden minder behoefte zou zijn aan het per blad en ingezonden brieven uitwisselen van vragen en het stellen van vragen. Vrouwen gebruiken hier nu Facebook en Twitter voor. Zit wat in natuurlijk, het is in ieder geval overbodig om elk jaar eind mei wéér een special over het ontharen van benen te publiceren. Maar kent de moderne mensch zelf geen digitale schaamte? Wordt er getwitterd over eetproblemen? Doet Facebook het bespreken van persoonlijke problemen en de de bijbehorende taboes smelten als sneeuw voor de zon? Als je je persoonlijke account gebruikt is het in ieder geval niet anoniem, zoals in het blad wel kan. Wellicht dat dit nog een factor is.
De laatste reden waardoor volgens de makers het faillissement van het blad onafwendbaar bleek, is dat vrouwen tegenwoordig meer geïnteresseerd zouden zijn in glossy bladen, dingen die er mooi uitzien en luxere producten. Vrouwen als een soort Swarovski-beluste eksters. Wat een nonsense. Het ontwerp en uiterlijk van een blad kan natuurlijk niet onderschat worden, keuzestress voor het tijdschriftenvak in de supermarkt zal waarschijnlijk velen bekend zijn. Maar een blad wordt door een lezer gekocht omdat hij/zij nieuwsgierig is naar de inhoud. Uitzonderingen hierop zijn bijvoorbeeld Vogue en Colors die fantastische fotoreportages publiceren. Maar goed, Yes is natuurlijk nog nooit geroemd om haar baanbrekende vormgeving. Of om haar journalistieke onderscheidendheid.
En daar zit het m in. Yes was de grijze muis tussen de bladen, van alle vrouwenbladen een beetje maar toch niet helemaal. Niet maatschappijkritisch genoeg voor de Opzijlezeres, niet bloot genoeg voor een Viva-rubriek, niet genoeg gericht op tuinarchitectuur en gewaterverfde koolmezen voor de Libellelezeres en niet tutteruttig genoeg voor liefhebbers van de Vriendin. Alles tussen wal en schip. Maar heel misschien, heel misschien is het al misgegaan in 1993. Toen startte Heleen van Royen haar bezigheden voor het blad.
dinsdag 21 december 2010
Weer het weer
Zelfs nadat we vorig jaar met de sneeuw toch aardig hebben kunnen oefenen, blijkt het nu toch nog moeilijk om het openbare leven in goede banen te leiden. Ik doel dan niet alleen op het falen van de treinen en trams. Dat die niet of nauwelijks of onregelmatig rijden kan geen verrassing meer zijn. Ik hoorde gister zelfs dat de nieuwe sprinters niet getest zijn in de sneeuw en dus waarschijnlijk uitvallen bij een sneeuwbui. En waarom ben ik dan toch niet echt verbaasd als ik dat hoor? Waarschijnlijk omdat ik het openbaar vervoer in Nederland niet zo hoog heb zitten.
Maar, zoals gezegd, mijn verbazing betreft niet alleen het openbaar vervoer maar ook (en vooral) de middenstand in Nederland. In de winkelcentra bij ons de buurt is vrijwel geen straat gestrooid of geschoven. Winkelend publiek moet zich eerst door een ondergesneeuwde parkeerplaats heen ploegen, hopen dat ze niet vast komen te zitten met hun auto (en geloof me, dat heb ik gister en zaterdag regelmatig zien gebeuren), voordat ze zich al schuifelend over de langs de winkels gevormde ijsbaan kunnen begeven. Waarom is er geen winkeliersvereniging die de straat even schoon schuift en daarna strooit? Je wil toch dat mensen je winkel bereiken, zonder gebroken ledenmaten? En dat ze daarna bepakt met inkopen de straat weer op durven? En waarom wordt de parkeerplaats niet ook even aangeveegd zodat het mensen uitnodigt te komen parkeren en winkelen? De enige ‘middenstander’ die ik dat heb zien doen was de begrafenisondernemer, die was met een tractortje zijn parkeerplaats aan het schuiven. En dat terwijl zijn klanten toch wel komen, weer of geen weer.
vrijdag 5 november 2010
Tanja Nijmeijer, het Colombiaanse zeilmeisje
Geachte heer Felderhof, beste Rik,deze week bereikte ons het nieuws dat Tanja Nijmeijer niet gered wil worden. Schokkend. Nieuws waar men nachten van wakker zou kunnen liggen. Waar het met Arjan Erkel en minder recentelijk de heer Heineken duidelijk was dat vergaande reddingpogingen meer dan gewenst waren, laat mevrouw Nijmeijer zich niet zomaar uit de rebelse klauwen van een groepje in oorlogskleuren geschminkte coke-snuivers redden. Zoals u wellicht weet is de diplomatieke hulp van Hans van Baalen ingeroepen, maar dit heeft tot nu toe nog geen zoden aan de dijk gezet.
Een vraag die direct in ons opkomt is: "Wil Tanja echt niet gered worden of zegt Tanja dat ze niet gered wil worden omdat er buiten beeld iemand een kalashnikov op haar richt?". Een uiterst complex vraagstuk zoals u zult begrijpen. Tanja claimt immers dat zij vol passie en vuur vecht tegen de ongelijkheidsstrijd in Columbia. Wij vermoeden stilletjes dat er wel degelijk gaten in haar motivatie zitten en dat ze dus te breken is.
Reden van ons schrijven is Rik, en we laten nu maar de aap uit mouw komen, is dat wij denken dat jij de sleutel in handen hebt om Tanja echt los te kunnen weken van de FARC. De sleutel is het water in je fantastische zwembad bij je fantastische villa. Mevrouw Nijmeijer zit daar in de jungle, helemaal besmeurd onder de modder, waarschijnlijk op een houtje te bijten terwijl ze de malariamuggen van haar af moet slaan. Ze heeft jouw zwembad nodig. Om letterlijk en figuurlijk zichzelf schoon te wassen en te reinigen van al haar junglezonden. Jij kan haar dus redden (dit is inclusief kans op een televisierring).
We begrijpen dat ons bericht een tikkeltje dwingend kan overkomen, maar om je toch tegemoet te kunnen komen willen we het format van Villa Felderhof niet aanpassen en doen we met alle liefde een suggestie voor de tweede gast, en tevens waterliefhebster: Laura Dekker. Terwijl jij dan met Tanja een cuba libra drinkt in de designligstoel, kan Laura haar optimistje in het zwembad te water laten. Tanja heeft behoefte aan schoon water, Laura houdt ook van water en kan wel een strenge opa-figuur in haar leven gebruiken. Twee vliegen in één klap.
We beloven dat als dit plan werkelijk zal plaatsvinden, dat we dan nooit aanspraak zullen maken op royalties, intellectueel eigendomdingen of auteursrecht voor dit plan. Financieel gewin heeft voor ons geen enkele meerwaarde. Het enige dat je ons hoeft te beloven, Rik, is dat je Tanja en Laura voor altijd opsluit in het zwembad in de achtertuin, daar in je afgelegen mediterraanse villa. Dan is het voorbij en hoeven we nooit, nooit meer iets van Laura en Tanja in de media te vernemen. Wat een opluchting.
donderdag 28 oktober 2010
Hemaworst
Zomaar een doordeweekse ochtend in een Hema in de Randstad. Terwijl ik mijn spullen voor de caissière op de toonbank uitstal, lopen er een paar hippe jonge jongens de zaak binnen. Jongens met een lichtgetinte huid zoals dat in de moderne media heet.De caissière kijkt even op van haar werkzaamheden als de drie heren haar aanspreken: "mevrouw, mevrouw, heeft u ook van die eh die worsten? Van die Hemaworsten?". De dame wijst naar de lege stelling achter de jongens en antwoordt een beetje verbaasd. "Normaal hebben we ze wel, maar ze zijn nu even op. We wachten nog op de levering." "Okee, nou jammer. Bedankt mevrouw!" En de jongens verlaten teleurgesteld de winkel.
De kassadame staat stil en kijkt me enigzins geschokt aan. "Volgens mij was dat een Marokkaan", zegt ze tegen terwijl haar werk stillegt. "De tweede jongen niet geloof ik, maar het waren Marokkanen! Zag je het? Wat moeten ze dan met die worsten. Dat kan toch helemaal niet!" Ik begrijp even niet welke kant dit gesprek opgaat. Maar dan valt het muntstukje. Want hoe geïntegreerd de winkelketen ook is met het verkopen van Suikerfeestlekkernijen en Arabische chocoladeletters, die worsten lijken me toch redelijk haram. Ik reken af en pak mijn spullen. De caissière knijpt haar ogen ietwat samen en sist: "In ieder geval ben ik niet degene die gestraft zal worden voor het eten van Hemaworsten".
