Posts tonen met het label Spôgt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spôgt. Alle posts tonen

maandag 17 september 2012

Fitnessavontuur


Mijn fitnessavontuur is begonnen. Vorige week heb ik meteen maar de daad bij het woord gevoegd en ben ik naar een open avond van een fitnessclub hier in de buurt geweest. Ik ging meedoen aan twee groepslessen: Body Attack en Body Pump. Ik vind dat allebei een beetje griezelig klinken. De les Body Attack werd gegeven door een strakke dame, waarvan ik pas later – toen ik dichtbij stond – zag dat ze al in de veertig was. Volgens mij attackt zij al heel lang haar body, en met goed resultaat. Ik had het idee dat ik in een videoclip van Erik Prydz was beland...

De strakke dame wist ons te vertellen dat je met dit programma per keer 800 calorieën verbrandt. “Dus je kunt straks naar huis gaan en een Mars gaan eten!” Precies wat ik nog wilde doen later die avond. Mijn lichaam vond Body Attack maar ingewikkeld. Al die stapjes, standjes – een van de oefeningen noemde de strakke dame ‘het hondje’ – en sprongetjes. Maar het was óók erg leuk. Helaas vond mijn been het minder leuk. Ik heb nog steeds last, terwijl de spierpijn inmiddels al afneemt.

De Body Pump-instructeur was een knappe leeftijdsgenoot die óók nog begripvol was voor het feit dat ik niet wist wat Body Pump was. Hij beloofde me dat zelfs ík mee zou kunnen doen. Dankbaar keek ik hem aan. Nu heb ik het idee dat hij me beledigd heeft. Gelukkig vond ik Body Pump geweldig. Het was een uitputtingsslag, maar mijn been leek het hier minder moeilijk mee te hebben.

Komende week ga ik mezelf nog in de knoop leggen bij een les Body Balance. Mocht ik hierin slagen, is de kans groot dat ik een abonnement neem op de sportschool. Ik had ooit plechtig beloofd nooit meer een voet in een fitnessclub te zetten, maar het lijkt erop dat ik die eed ga verbreken. Duimen jullie mee dat het een succes wordt?

maandag 10 september 2012

Ik mis de runner's high

“Misschien moet je eens gaan hardlopen,” zei ze met een doodserieus gezicht. Ik zat tegenover haar, het was zo’n typische hulpverlener-tegenover-hulpbehoevende situatie. Het kostte me veel moeite om haar niet keihard uit te lachen. “Hardlopen, ik? Zie het al voor je?! Ik fiets nog liever honderd kilometer hard dan dat ik één kilometer ga hardlopen,” schamperde ik.

Hardlopers, dat zijn contactgestoorde mafkezen die met belachelijk rode hoofden in de weg rennen als ik een poging waag om langs hen heen te fietsen in de stad. Hardlopers, dat zijn irritante strebers in hun veel te strakke pakjes en met hun zo mogelijk nóg strakkere bovenbenen. De jogging-groepjes zijn het ergst. Lopen ze daar, Moeder de Gans voorop, allemaal hetzelfde trainingsjack aan, lekker kletsend hun tapascalorieën van de avond ervoor eraf te rennen.

Zo’n twee jaar geleden stelde mijn diëtiste onomwonden voor dat ik mezelf óók bij die club van achterlijken zou voegen en verklaarde ik haar bijkans voor gek. Maar nu begrijp ik wat ze bedoelt. Nu snap ik welk genot hardlopers bedoelen als zij het over ‘the runner’s high’ hebben. Want uiteindelijk heb ik het hardlopen ook een kans gegeven. Ik downloadde Start To Run van heldin Evy Gruyaert, kocht een mooi trainingsjack van zelf uitgeroepen sportmodekoningin Leontien van Moorsel en stapte monter de straat op voor de eerste trainingssessie.

Wat een hel was dat. Na één minuut zweette ik al als een uitgedroogde otter. Terwijl Evy me met haar sexy Vlaamse accent opbeurde en me op het hart drukte dat ik “bijzonder goed bezig” was, lag mijn tong al op straat en had ik spijt van mijn langemouwenshirt. Waar was ik in hemelsnaam aan begonnen?!

Des te vaker ik mezelf naar buiten sleepte voor een avontuur met Evy, des te beter lukte het hardlopen. Op een gegeven moment betrapte ik me er zelfs op dat ik het léúk vond. Ik wist niet wat me overkwam. Ik kon mezelf in het hardlopen verliezen. Een flink stuk rennen was de ultieme manier om mijn hoofd leeg te maken. Er was niet meer aan te ontkomen: ik raakte verslaafd aan het hardlopen.

Helaas rende ik iets té hard van stapel en moest de fysiotherapeut na enkele maanden shin splint constateren. Tot op de dag van vandaag mis ik het hardlopen. Ik ben jaloers op de geluksvogels die ik nu langs de kant zie rennen. Ik mis de runner’s high.

Na vele maanden blessuurontkenning kwam de slotconclusie als een mokerslag: ik mag niet meer hardlopen. Nooit meer. Verdwaasd zoek ik op internet een sportschool in mijn woonplaats op. Misschien bestaat er ook wel zoiets als een ‘fitnesser’s high’: laat ik dat maar eens gaan ontdekken.

vrijdag 10 augustus 2012

Onderschrift

Terwijl Russen in Rusland zich bezighouden met drie brutale meiden die een rockliedje in een kerk hebben gezongen, kunnen de Russen in het buitenland gewoon hun gang gaan. Er wordt uiteraard al jarenlang vraagtekens gezet bij de trainingspraktijken van de Russen maar deze foto laat ons weer wat nieuws zien. Welke motivatietechniek wordt hier door de coach toegepast? En om welke sport gaat het eigenlijk? Laat het ons weten in de comments.

woensdag 11 juli 2012

Koffieautomaatpraat: Tour de France

Dit is een gastcolumn van onze gastcolumnist M

Heb je moeite om mee te komen bij de koffieautomaat? Wil je wel graag meedoen aan het gesprek van de dag, maar heb je geen idee wat je nu weer moet zeggen? In het kader van de Koffieautomaatpraat geef ik tips voor hoe je dat dagelijkse sociale momentje met glans doorstaat. Vandaag: de Tour de France.

Tip 1

Wil je echt meepraten over de Tour de France? Verdiep je dan in ieder geval in de etappes die op dat moment gereden worden. Weet het verschil tussen berg- en sprintetappes, tussen sprinters en klimmers (en weet dan vervolgens ook dat die twee termen in dit geval niets te maken hebben met hardlopen of bergbeklimmen), en tussen de verschillende truien. Weet wie op dat moment de gele trui draagt en wie de beste kansen hebben om daarin te eindigen. Nederlanders behoren waarschijnlijk niet tot die groep, dus het is ook verstandig om te weten welke Nederlandse renners er meedoen. Over dit alles kun je dan vervolgens een intelligente opmerking maken. Weet welk zeker dat die ergens op slaat.

Tip 2

Misschien nog wel beter: verdiep je in de rode lantaarn, de laatste in het klassement. Die persoon verdedig je dan vervolgens alsof ie echt de tour van zijn leven rijdt. Niet alleen kom je dan gelijk over als iemand die wel heel veel van de Tour moet weten, je verdedigt ook gelijk de underdog, de doorzetter, de vechter. Dat is interessant. Hé, voor je het weet ben jij op je werk straks de autoriteit als het gaat om de rode lantaarn. Als het een Nederlander is, zorg dan dat jij degene bent die de hype aanzwengelt. Jij wilt natuurlijk de eerste zijn die ‘de nieuwe Kenny van Hummel’ zag aankomen. Overigens kun je er bij de rode lantaarn vrijwel zeker van zijn dat ie geen doping gebruikt heeft. Eventueel kun je dan ook nog zoiets zeggen als: ‘ik support de renners die het allemaal op eigen kracht doen.’

Tip 3Daarover gesproken: met de opmerking ‘die heeft zeker doping gebruikt’ na elke uitzonderlijk goede prestatie, maak je jezelf niet populair bij de wielerfanaten. Het klopt waarschijnlijk, maar laat die wielerliefhebbers in hun waan.


Tip 4
Als wielrennen je echt helemaal niets interesseert, dan kun je tijdens het meekijken altijd nog letten op de omgeving. Begin hier dan over tegen een gelijkgestemde en met een beetje geluk heb je dan een aardig gesprek over vakanties in Frankrijk. Bewaar gesprekken over aantrekkelijke wielrenners of benen dan wel broekjes voor de mensen die daar ook echt in geïnteresseerd zijn (zie ook het hoofdstuk voetbal). Als je verplicht mee moet kijken naar de Avondetappe, dan ga je een zware avond tegemoet. Je moet dan dus een uur lang luisteren naar het quasi-poëtische geleuter van Mart Smeets over een sport die je helemaal niet interesseert. Een troost: je kunt de volgende dag altijd nog een grap maken over het overhemd van Mart Smeets. Succes gegarandeerd.

Tip 5
‘Wanneer wordt de epiloog eigenlijk gereden?’, is een domme vraag. Net als ‘Waar rijden ze morgen dan?’, als de renners al zijn aangekomen in Parijs, of ‘Heb je die etappe van gisteren gezien?’, als gisteren een rustdag was.

Dan nog dit: Schleck is de achternaam van twee wielrennende broers en heeft verder niets te maken met de
ogre uit die animatiefilms. Dat is Jack van Gelder.

maandag 13 februari 2012

Klunen, glibberen, krabbelen en schaatsen

Zaterdagochtend werd ik met een gemengd gevoel wakker. Ik ging voor het eerst in jaren weer eens schaatsen. Aan de ene kant had ik daar veel zin in, want het is toch wel heel bijzonder op natuurijs en het was waarschijnlijk de laatste dag dat het nog kon deze winter. Maar aan de andere kant vond ik het ook vreselijk, want wat nou als ik zou vallen en m’n been zou breken of ik heel nodig naar de wc zou moeten midden in de Biesbosch?

Het begin was vreselijk. Daar stond ik dan, in de snijdende kou, links en rechts ingehaald door bejaarden en kleine kindjes. Ik voelde me afschuwelijk. Wankel glibberde ik over het ijs, terwijl ik mijn armen zo ver mogelijk spreidde om mijn evenwicht te behouden. Ik zag eruit als een dronken pinguïn. Vriendin J. was intussen al lekker op dreef en reed al een kilometer verder. In mijn gedachten zweefde zij überrelaxt over het ijs, terwijl ik net mijn eerste rondje zwetend had volbracht.

Intussen kon mijn meneer zich wel voor z’n kop slaan terwijl ik met horten en stoten vooruit krabbelde over het peuterbaantje. Hij had namelijk eerder die dag beloofd wel bij me te blijven. Nadat ik vier keer een rondje over het minibaantje had gemaakt, gaf ik het op. Ik gleed op m’n allervoordeligst naar de kant en kluunde naar boven. Ik zakte neer op een baal stro en vroeg me af waarom ik hier ooit aan was begonnen. Intussen sommeerde ik mijn meneer om vooral kilometers verderop te gaan schaatsen, dan zou hij tenminste een leuke middag hebben.

Daar, op die baal stro bij de koek en zopie, zag ik het licht. Ik móést en zou een tweede schaatspoging wagen. Na een korte snotterpauze raapte ik mezelf bij elkaar en kluunde weer naar beneden. Ik glibberde het ijs op en ineens ging het veel beter! Het lukte me om te ontspannen en ik ontdekte dat ik ook best wel met lange halen kon schaatsen. Ik schaatste de richting op waar ik, ruim een uur eerder, vriendin J. had zien verdwijnen. Het was pittig en ik had wind tegen. Logischerwijs zou ik dan wind mee hebben op de terugweg. Wat een fijn vooruitzicht.

Na een kwartier kwam ik mijn meneer en vriendin J. tegen. Ik voelde me een overwinnaar. Triomfantelijk brulde ik “dat ik hier ook was”. Met z’n drieën schaatsten we terug. Vriendin J. en mijn meneer waren uiteraard eerder bij het eindpunt en verwelkomden me met applaus bij de koek en zopie. Ik dronk een welverdiende warme chocomel en bedacht me dat het volgende winter heus wel weer zo hard mag gaan vriezen. Ik ben er klaar voor.

vrijdag 11 november 2011

I heart ... bodypump


Toen ik jaren geleden mijn sportschoolangst overwon en me dan eindelijk inschreef (oh, eh waarom moet ik voor de intake op een weegschaal gaan staan?) had ik het goede voornemen om elke groepsles die mijn nieuwe gymclub aanbood uit te proberen. Om te kijken wat het beste bij mij zou passen en om uit te vinden waar ik het meeste spierpijn van zou krijgen. Tae-bo viel snel af, bij bodybalance viel ik in slaap, spinning ging ermee door maar een echte kick kreeg ik van bodypump.

Voor wie het niet weet: bodypump is een groepsles krachttraining waarbij je door middel van een halter met verstelbare gewichten spieroefeningen doet op muziek die je thuis echt nooit zou draaien. Elke spiergroep heeft een eigen nummer, en binnen een uur komen zo de belangrijkste lichaamsdelen aan bod. Je gaat er heel hard van zweten, leert eindelijk wat verzuring is en je wordt er heel sterk van. Je wordt er ook een eigengeiler van, maar dat wist ik bij de eerste les nog niet.

Mijn eerste les kreeg ik van Borke, een instructeur met een korte broek en een zweetbandje op zijn hoofd. Hij was erg gemotiveerd en schreeuwde door de zaal allerlei stimulerende zinnen. Bloed is goed! Pijn is fijn! Als je niet overgeeft heb je je best niet gedaan! Overigens vergat hij me, sportnewbie, te vertellen dat het handig is om de gewichten van de halter aan te passen aan de spiergroep die je traint. Zo voorkom je dat je met de belasting voor bijvoorbeeld je bovenbenen ook je triceps traint. De week erna kon ik niet normaal op de wc gaan zitten, fietsen of boodschappentassen dragen. De muziek was ook vreselijk.

Dus ik ging de week erop weer en merkte dat ik sterker werd en er zowaar een biceps tevoorschijn leek te komen. Ik was overstag en liet me met liefde elke week afblaffen op slechte discodeuntjes. Maar de kick van sterker worden en van je belasting kunnen opvoeren is verslavend. Je gaat vanzelf eigenlijk toch ook een korte broek aandoen omdat je dan naar je bovenbenen kan kijken tijdens het trainen. Je was immers al ruim voor aanvang van de les aanwezig om een plaatsje bij de spiegel in de zaal te bemachtigen.

Je gaat op in de muziek, kreunt merkbaar na het trainen van de borst en gromt naar jezelf in de spiegel. Het hoort er allemaal bij. Na een vervelende blessure ben ik eindelijk weer begonnen. Van begin af aan. Want wie bodypump niet braaf bijhoudt krijgt de man met de hamer heel snel op bezoek.

Komend weekend staat er weer een les op het programma. Lekker trainen in een zaal vol mannen die eigenlijk te zwaar trainen dan goed voor ze is. Ik sta dan in de hoek bij de spiegel naar mezelf te grommen terwijl ik bij het optillen van de halter mijn biceps net geen klein kusje geef.

vrijdag 29 juli 2011

Wesley en de buik-Yolanthe

De wereld staat in brand. Er is weer hongersnood in Afrika, de banken vallen om, Griekenland valt om, Spanje, Portugal en Italië volgen, onze pensioenen verdampen, ons spaargeld is straks niets meer waard, de werkeloosheid stijgt en iedereen radicaliseert. En toch wil ik het even met jullie hebben over de nieuwe tatoeage van Wesley Sneijder. Want dat is ook belangrijk.

Wesley heeft een tatoeage op zijn buik laten zetten. Dit bleek tijdens een vakantie in Cannes (of Nice of iets anders duurs en zonnigs waar je in een zwembroek een zee uit kan hobbelen). Volgens kenners stelt de tatoeage het hoofd van Yolanthe voor. Maar ik hoorde mensen ook roepen dat het Cher was.

Waarschijnlijk heeft hij de tatoeage laten zetten voor het geval hij bij een line-up niet meer weet met wie hij ook alweer getrouwd was. Of om te voorkomen dat hij een wildvreemde vrouw gaat betasten: eerst even de buik checken op het portretje. Makkelijk dat je hem altijd bij je hebt, je kunt m niet kwijtraken of vergeten. En als Wesley tachtig is kan hij hem/haar ook nog zonder leesbril bekijken want hij is lekker groot. Al verwacht ik wel dat Yolanthe dan ook wat veranderd is. Of zal ze de boel tot in lengte van dagen blijven straktrekken om te voorkomen dat Wes er later nog eentje bij moet laten tatoeëren: Yolanthe met rimpels, een bril en grijs haar.

Het kan natuurlijk ook zijn dat de tatoeage een soort brandmerk is. Uit het hoofd op zijn buik blijkt dat Wesley het bezit is van Yolanthe. Als een koe in een kudde heeft een kenmerk. En niet alleen voor Wes is het brandmerk handig “oh ja, ik hoorde bij haar.” Voor Yolanthe is het natuurlijk even nuttig om haar eigendom op het strand te kunnen herkennen. Om de derden niet te vergeten die er hun voordeel mee kunnen doen: op bovenstukloze-feestjes weten ze dat deze jongen bij iemand hoort, maar ook minnaressen weten dat ze eigenlijk aan de man van een ander zitten. Tenzij Wes natuurlijk een t-shirt aan houdt.

Zou hij nu ook bij zijn eerstvolgende doelpunt zijn shirt omhoog doen en naar de buik-Yolanthe wijzen? Ten teken dat hij het doelpunt maakt dankzij haar of dat hij het doelpunt aan haar opdraagt? En krijgt hij daar dan een boete voor? Ik kijk nu al uit naar het commentaar van Johan Derksen.

Nu alleen hopen dat ze niet gaan scheiden. Of dat de nieuwe vrouw van Wesley erg op Yolanthe lijkt. Maar gelukkig heeft hij ook geld zat voor een laserbehandeling. Tenzij Yolanthe hem bij een scheiding natuurlijk helemaal kaal plukt. Dan zit hij op een huurflatje met geen t-shirt om aan te trekken de hele tijd naar zijn ex te kijken. Ook fijn.

vrijdag 22 juli 2011

Fietsen - muziek

Bij de Tour, en bij wielrennen en fietsen in het algemeen, hoort muziek. Dat geldt niet alleen als je in een donkere ruimte samen met twintig anderen jezelf aan het afbeulen bent op een fiets die niet vooruit gaat. Denk maar eens aan al die ochtenden dat je op de fiets voor het stoplicht staat te wachten met de dopjes van je mp3-speler in je oren. Nu ben ik blij dat ik tijdens de Touretappes niet urenlang naar de muzikale voorkeur van Mart hoef te luisteren (als een soort etappemuzak), maar er zijn genoeg prachtige liederen over fietsen in de breedste zin van het woord. Hieronder de beste vijf voor deze vrijdag, de dag van de Alpe d'Huez. Queen slaan we over trouwens (en Katie Melua helemaal!), die kennen we nou wel.


5. Ballboy - Olympic Cyclist




4. Yves Montand - La Bicyclette




3. Stereophonics - Pedalpusher




2. Pink Floyd - Bike




1. Kraftwerk - Tour de France

donderdag 21 juli 2011

Over hoe wielrennen uit het leven verdween

Hij groeide op in een stad aan de westkust, in een regio waar weinig te doen is behalve voor diegenen die hopen snel veel geld te kunnen verdienen. De jongen, geboren in 1961, had een duidelijk doel voor ogen. Hij wilde in 1978 wereldkampioen op de weg worden en voor zijn 25e de Tour de France winnen. Dat lukte: in het jaar dat hij 25 werd stond hij na de laatste rit in het geel op een verhoging in Parijs. Wielerfans van over de hele wereld zaten aan radio en tv gekluisterd.


In de jaren '80 was het 's zomers vaak heel erg warm. Een fan van de Tourwinnaar reed dat decennium bijna dagelijks op zijn racefiets 25km naar werk en na de dienst de 25 km weer naar huis. Door de zak van Beveland. Niet zover van Heinkenszand, de geboorteplaats van Jan Raas. De fan had zelf Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik in de benen. Hij was er trots op maar schepte er nooit over op. Als hij niet op de racefiets zat, dan reed hij wel met zijn oudste dochter in het zitje voorop op zijn stadsfiets over Walcheren en overhoorde haar over de gewassen die ze op het land tegenkwamen. Ja, dat zijn de suikerbieten!


Het werk van de wielerfan bestond uit onregelmatige diensten en zo kwam het voor dat hij op een zomermiddag, zo'n dag waarop de kraaien van het dak kwamen, binnen televisie aan het kijken was. Naar de Tour de France. Zijn dochter begreep er maar niks van. Wat was er nou leuk aan om met mooi weer binnen televisie kijken? Zij ging liever naar het strand en dacht aan de bruine kuiten van haar vader en zijn spierwitte bovenbenen.


Op een mistige dag reed de wieleramateur van werk naar huis en zag daarbij een stilstaande auto over het hoofd. Hij lag in de kreukels en de fiets ook. Gebroken sleutelbeen en geknakt frame. Het weerhield hem er niet van te blijven fietsen, met nieuw materiaal en met frisse moed. De zomers en de mooie Tourmomenten gingen voorbij. Totdat opeens daar die afspraak met de dokter in de agenda stond. Chronische ontstekingen in de gewrichten. Het wielrennen was voorbij en de wielerman zou voortaan met het personeelsbusje naar zijn werk reizen. Er was verdriet maar er werd niet over gesproken in het gezin.


Nu hangt zijn fiets, uit elkaar en met een reservewiel, op de zolder van de oudste dochter van de wielerfan. Ze kan het niet opbrengen hem op te knappen en kan het ook niet over haar hart verkrijgen om hem weg te doen. Terwijl ze in 2011 de kopgroep door de Alpen ziet rijden, gaat de telefoon over. Het is haar vader. En voordat ze opneemt denkt ze terug aan de jaren '80 en aan de bewondering van haar vader voor Greg LeMond.

dinsdag 19 juli 2011

Vieze Vogels - Erik Dijkstra

Sinds de Tour is begonnen kijk ik elke avond Tour du Jour. Ik vind dat leuk. Ik houd van wielrennen en ik houd van Tour du Jour. Ik weet alleen niet of ik van alle onderdelen van Tour du Jour houd. Ik vind Erik Dijkstra namelijk een nogal vieze vogel. En Erik Dijkstra komt nogal eens langs in Tour du Jour.

Erik Dijkstra volgt voor Tour du Jour de Tour de France. Samen met een andere verslaggever (een jongen zo degelijk, netjes en gewassen dat ik hem nauwelijks voor de geest kan halen) maakt hij items over de rit van die dag, van de dag ervoor en van de renners. Over het algemeen zijn die items zeer vermakelijk en soms zijn ze echt hilarisch. Erik stelt leuke vragen, heeft verrassende invalshoeken en weet het allemaal leuk te brengen.

Eén dingetje is echter nogal jammer aan Erik Dijkstra, en dat is zijn vieze voorkomen. Van mij mag je best lelijk zijn en op tv komen, maar vies en op tv, liever niet. En Erik Dijkstra ziet er echt vies uit. Zet er een heel peloton wielrenners naast dat net zes uur lang met veertig graden vijf cols is opgezwoegd en dat hele peloton ziet er frisser uit dan Erik Dijkstra.

Allereerst dat haar. Dat haar is van een smerigheid die onbeschrijfelijk is. Hij smeert er volgens mij elke dag hetzelfde spul in als George Clooney in ‘O Brother where art thou’. Het is vet en het is vies.

Het ongeschoren gezicht van Erik is nog tot daar aan toe. Veel mannen denken dat een halve baard aantrekkelijk is, zie Chris Zegers, en daar moeten wij vrouwen dan maar mee leren leven. So be it, gun die mannen ook een pleziertje. Die baard mag blijven.

Maar dan de kleding van Erik. Het liefst loopt hij met een heel eng strak bloesje dat open staat tot zijn navel. Vorige week was hij bij de plek waar Johnny Hoogerland ten val kwam en knipte daar het prikkeldraad uit het hek. Gekleed in een te korte spijkerbroek met een flubberig wit overhemdje (waarschijnlijk al een jaar of tien in het bezit van Erik) dat veel te ver open hing. Heel korte broekjes kunnen sowieso niet. Alleen als je in ’88 Marco van Basten heette en tijdens een EK-finale in een kort broekje liep, kwam je er mee weg.

Erik Dijkstra komt er in ieder geval niet mee weg. Gecombineerd met dat haar en dat rare doorzichtige brilmontuur zag het eruit alsof hij zo uit bed was komen rollen en de twee kledingstukken die hij als eerste van een vochtige Franse badkamervloer had weten te plukken, had aangetrokken. Ik róók Erik Dijkstra door de tv heen. Ik zag de schimmelige badkamer, het doorgezakte Franse bedje, de bevlekte vloerbedekking met groene psychedelische figuren.

Lieve Erik, je maakt leuke items, maar mag ik je alsjeblieft een keertje meenemen naar een kledingwinkel? Je bent van jezelf al origineel genoeg en hebt je kleding niet nodig om dat te laten zien, koop een leuk en passend overhemd en een mooie korte broek, dan mag je je haar en je bril houden en je baard!

maandag 18 juli 2011

Twitterende wielrenners

Ik ben misschien een wat a-typische vrouw. Ik hou van hoge hakken, van nagellak en koken, maar ik hou ook van voetbal en wielrennen. Ik hou van autorijden, maar kan niet goed inparkeren. Ik kan wel heel goed schelden. Ik hou van actiefilms. Ik kijk naar RTL 7, de mannenzender. En ik hou van bier. De dames van Oh Oh Cherso vinden bierdrinkende vrouwen ordinair. Knap vind ik dat, dat zij nog iets ordinair kunnen vinden.

Nu de Tour de France bezig is ga ik soms eerder weg van mijn werk om een etappe te kunnen bekijken. Het liefst met een biertje. Of een wijntje. Soms is het dan bij ons thuis de omgekeerde wereld: ik lig op de bank met bier en de afstandsbediening en meneer staat in de keuken. Ik roep af en toe iets naar het scherm of ik leg uit waarom een renner iets doet op dat moment, en meneer knikt dan begrijpend.

Vorige week zaten we samen de beklimming van de Tourmalet te bekijken. Ik zag Jens Voigt op kop rijden en vertelde aan meneer dat Jens sinds kort op twitter zat (@thejensie). De broertjes Schleck hadden Jens namelijk op de rustdag aan een twitteraccount geholpen. Andy Schleck (@andy_schleck) twitterde dat Jensie op twitter zat en binnen tien minuten had Jens meer dan 3000 volgers. En twitterde daarover.

Dat is erg leuk aan de Tour dit jaar, de twitterende renners. Nog nooit kwam ik zo dicht bij de renners en de Tour. Ok, ik bezocht wel eens een touretappe (we stonden in een afdaling omdat mijn pa niet drie dagen van tevoren wilde kamperen op de berghelling, beetje jammer), de Ronde van Vlaanderen en het profcriterium van Wateringen. Ik zat eens op de baan van Alkmaar in het wiel bij Matthé Pronk, maar zo dicht bij echter wielrenners als met twitter kwam ik nooit.

Na afloop van een etappe slaan alle wielrenners, moe en in de file met de bus, aan het twitteren. Ze vertellen hoe het ging, maken foto’s van het avondeten of van hun ploegmaats. Het is als liefhebber echt leuk om te volgen. Rob Ruigh was eerst boos (iets met bidons) en nodigde een paar dagen later via twitter fans uit mee te rijden met zijn trainingsrondje, Andy Schleck liep in een vuilniszak (bleek uit een foto van Cancellara), Jens Voigt was verbaasd over het grote aantal reacties, Mark Cavendish is opvallend openhartig als hij wint of verliest en Laurens ten Dam twitterde zelfs na zijn val (nadat hij over de finish kwam uiteraard).
Even volgde ik ook de vriendin van Cadel Evans. Ik twijfelde al even, want het ging me iets te ver om ook de rennersvrouwen te gaan volgen, maar toen zij tijdens de afdaling van de Tourmalet dertig tweets per minuut stuurde ben ik afgehaakt.

Maar wederom blijkt twitter een wereld van vermaak.


Voor de wielren- en twitterliefhebbers hier een (selectief) lijstje:
@laurenstendam
@lieuwewestra
@thejensie
@johanbruyneel
@Vacansoleildcm
@rabowielrennen (scheppen af en toe lekker over zichzelf op)
De fansite van Johnny Hoogerland @hoogerland
Johnny zelf @zeeuwseleeuw
@mark_renshaw
@tvangarderen88
Robert Gesink @RGUpdate
@Lars_boom
@Robruijgh
@andykloedi
@F_cancellara
@albertocontador
@andy_schleck
@ghincapie
@Cadelofficial
@markcavendish
@llsanchez

(momenteel) geen renners, wel leuk:
@gertjacobs64
@dnelissen

Ik schreef hier overigens al een paar keer eerder over twitter. Hier en hier. Zou ik nu een social media expert zijn? Een zelfbenoemde in in ieder geval wel.

dinsdag 12 juli 2011

Schoenen - noodzakelijk kwaad


Veel schoenen zijn lelijk, Caar schreef er gisteren al over. Maar in deze multiculturele schoenensamenleving moet ook ruimte zijn voor de minder aantrekkelijke exemplaren. Alleen moet lelijke schoenen dan wel nuttig zijn. Sommige schoenen zijn namelijk lelijk, maar noodzakelijk. Noodzakelijk kwaad.

Noodzakelijke schoenen hebben voornamelijk met werk te maken. Wie weet wil Robert Gesink wel met veel liever met blote voeten de Alpe d’Huez oprijden zodat hij dan lekker in touch is met de pedalen maar iedereen weet dat je voor enig succes in de Tour kekke klikschoentjes nodig hebt. Ook vermoed ik dat Anky van Grunsven nooit een liefdevolle relatie heeft gehad met haar lederen paardrijlaarzen. Want zo heb je toch veel minder ‘feeling’ met je ros? Dunne katoenen sokjes leek haar wel wat, gewoven van echte paardenmanen.

En wat te denken van de dames en heren bouwvakkers? Zeker met tropische temperaturen die we de afgelopen tijd af en toe mochten meemaken lijkt het me geen pretje om met tot over de enkels in de stalen neuzen ingepakt te werken. Bescherming is natuurlijk wel essentieel. Vallende bakstenen zijn redelijk funest voor tenen en voeten.

Een paar goede spitzen voor een professionele danseres kost zo’n 50 euro (heb ik me laten vertellen). Voor Het Nationale Ballet betekent dit een jaarlijkse kostenpost van 150.000 euro. Dansen op spitzen schijnt al niet helemaal pijnloos te zijn maar de spitzen wegbezuinigen is toch helemaal geen optie voor die poezelige doch gespierde zwanenvoetjes.

Sommige beroepen weten de bijbehorende schoenen goed geheim te houden. Wat draagt een autocoureur? Of een dierenarts? Makkelijke sportschoenen? Laarzen? Maar het allergrootste geheim is wel het geheim van de schoenmaker. Wat zou hij nou dragen? Er bestaan vast enorm lelijke schoenmakersschoenen. Die wel extra goed zitten. En comfortabel zijn. En waarvan je extra goed schoenen kan maken.

Weet jij wat jouw schoenmaker draagt? Help ons met het ontrafelen van het geheim van de smid.

maandag 27 juni 2011

Happy Yoga

De eerste keer dat ik aan yoga deed was een jaar of tien geleden. Ik had net een abonnement op een nieuwe (en eerste overigens) sportschool afgesloten en wilde alle sportlessen die het sportpaleis aanbood proberen. Niet alleen spinning en tae bo. Ook yoga. Het was geen succes.

Echt heus waar ging ik er met een open mind in. Leek me sowieso een goed idee bij zo'n tsunami aan wazigheid. In de zaal zat een juffrouw in een onmogelijke kleermakerszit. Bij de spiegels brandden kaarsen en ze dronk een kopje groene thee. Schreef Han laatst niet over vooroordelen? Ik wist net wat de zonnegroet was en daar hield het ook bij op, maar volgens de blije yogamevrouw was uitleg niet echt nodig en moest ik gewoon meedoen. Go with the flow weet je wel. Ik zette al mijn chakra's open en was er helemaal klaar voor.

Als snel liep ik tegen lichamelijke tekortkomingen aan: stijve rug, verstoord evenwichtsorgaan en korte hamstrings. Maar ik deed de downwardfacing dog en probeerde de plank. Het was vooral een uitdaging om de concentratie vast te houden omdat ik omringd was door yoga-fanatici. Met een bijzondere yoga-lach op hun smoelwerk. Alsof ze iets wisten wat ik niet wist. Een soort "welkom in de familie'-lach. Nu is het met elke stroming zo dat je op je hoede moet zijn voor een fanatici maar ik waande me toch even in een ashram. Het ging, voor een eerste keer, redelijk leek me.

Totdat de yogajuf aan het einde van de les de meditatiesessie startte. Ik lag heerlijk comfortabel in een foetus-houding op een zachte mat in een ruimte waarvan de temperatuur alle avondmaaltijden in het bejaardenhuis van mijn oma had kunnen opwarmen. Het begon. Van onder naar boven.

Voeten aanspannen en ontspannen. Daarna de kuiten, de bovenbenen enzovoort. Net toen ik dacht dat al mijn lichaamsdelen op waren en de kruin bereikt was, beval de yogajuf op vriendelijke doch dringende toon dat ik mijn wenkbrauwen diende te ontspannen. In plaats van het wenkbrauwennirvana te bereiken barstte ik in lachen uit. Best wel heel hard. Door de zaal met happy yogi en geluiden van een meditatie-cd van de Tuinen heen. Dat was het begin en het eind van mijn yogaloopbaan.

namasté mudra

woensdag 22 juni 2011

Genderlopen

Eerder schreef ik over mijn hernieuwde hardloopaspiraties. Nu zijn we twee maanden verder en ik ben goed op dreef. Op 22 mei liep ik The Hague Royal Ten. De tijd was bagger, maar ik loop hem dus wel gewoon uit. Hopelijk kan ik over een tijdje nog wat versnellen.

Om de moed erin te houden oriënteer ik me nu op nog een paar hardloopevenementen deze zomer, liefst één per maand. Een vriendin wees mij op eentje van 10 kilometer, half juni in Rotterdam. Klinkt goed, dus even de site gecheckt. Daar werd ik een beetje misselijk van. Het was een hardloopwedstrijd voor vrouwen. Dat betekent: heel veel roze! Je bent vrouw, dus je draagt roze. Dat begint bij je geboorte en daarna kom je er nooit meer van af. In de hardloopwinkel probeerde de verkoper me ook al in een roze pakje te hijsen.

Ik begrijp sowieso niet zo goed waarom er speciaal voor vrouwen aparte hardloopevenementen moeten zijn. Op een andere site voor een dames-hardloopwedstrijd werd dat gelukkig uitgelegd. Blijkbaar doen aan 'gewone' hardloopevenementen niet genoeg vrouwen mee. Dat is volgens mij niet waar, ik zie niet anders dan hardlopende dames, maar goed. Op de knalroze website werd in Comic Sans (arf) geconcludeerd dat er dus een wedstrijd voor alleen vrouwen moet zijn. Nu vind ik weinig zo afschuwelijk als heeel erg veel vrouwen bij elkaar. Bejaarden. Of heel veel mannen bij elkaar. Dat zorgt allemaal voor een heel irritante sfeer. Mannen gaan stoer doen, vrouwen gaan kirren. En bejaarden? Geen idee.

Het meest irritant tijdens het lopen was inderdaad het gekir. Jemig, wat kunnen die wijven ontzettend lullen. Constant. Over niks. Over het weer, over de wc, over een nieuw topje, nog meer over weer, over de sfeer, over dat het zo druk is, dat de weg smal is, dat je er langs wilt, dat het regent, dat het nog 3 km is, dat het nog 2 km is, dat mensen harder moeten juichen. Vooroordeel bevestigd. Bij een gemengde loop heb je daar geen of in ieder geval veel minder last van. Volgende keer ga ik lekker weer tussen de zwijgende mannen lopen, heerlijk zo'n stille binnenvetter. Hou je kop en loop door, ik kon me met geen mogelijkheid op m'n loopritme en ademhaling concentreren.

Dus dan maar om je heen kijken. Zelden zo veel verschillende vrouwenbipsen op en neer zien gaan. Dik en dun, glad en put. Zelden zo veel roze shirts bij elkaar gezien. Van de Ladies Run, maar ook van Leontien.nl, de trainingssite voor vrouwen, van Leontien van Moorsel. Ook daar is alles roze. Eén vrouw, die nog niet zo lang hardliep want daar had ze niet het postuur naar, had een te strak rokje met een te strak topje aan. Boven dat topje zag ik een schoen. Een tattoeage van een schoen. Een hardloopschoen. Een levensgrote tatttoeage van een hardloopschoen op je schouderblad. Why?? Zo fanatiek ben je blijkbaar niet. Maar hij was tenminste niet roze.

Tot slot: de goodiebag. Bij vrouwenevenementen krijg je namelijk goodiebags. Ik kreeg een flashback naar een van de meest traumatische gender-events ooit, de Pathé Ladies Night, en dacht aan de hysterische aanval die ik kreeg bij het zien van de inhoud van de goodiebag: een oude Marie Claire badpakken-editie (in december), een flesje wasmiddel en een zakje wasverzachter. Rolbevestigender kan het niet. Afgelopen zondag kreeg ik een folder van Marlies Dekkers, een kortingsbon voor de We en een fles douchegel. Het viel enigszins mee.

Wat ik me afvraag is of je je als man kan inschrijven voor zo'n loop. En of ik me voor een mannenloop kan inschrijven. Anders is er toch sprake van discriminatie? Volgens mij bestaan er echter helemaal geen speciale mannenhardloopwedstrijden, omdat dan heel feministisch Nederland meteen begint te stijgeren. Jammer hoor, ik wil eigenlijk wel een herengoodiebag met een blikje bier, een Voetbal International en een kortingsbon voor het circuit in Zandvoort.

donderdag 2 juni 2011

Vieze Vogels - Raemon Sluiter

Waarschijnlijk is elke sporter van enig niveau op een bepaald moment in het leven een Vieze Vogel (m/v). Omdat je zweet van het rennen, omdat je geel eelt op je handen hebt van het speerwerpen of omdat je oor eraf ligt omdat je bent gebeten door een andere bokser. Toch presteren een aantal sporters om Viezer te zijn dan andere. En je weet, iedereen is een Vieze Vogel totdat het tegendeel bewezen is.

Aanvankelijk leek deze sport het Vieze Vogel-etiket mis te lopen; denk aan die smetteloze Tim Henman en die keurige Andy Murray maar er zijn nogal wat smeerpoetsen op het tennisveld te vinden. Die smerige lokken van Borg en dat groezelige grasmatje van Sampras zijn slechts twee voorbeelden. Meer recentelijk kan je denken aan het doordrenkte petje van Roddick en de stinkende zweetmat van Rafa.

Dan is er ook een categorie spelers die het van zichzelf weten. Ze zijn nu eenmaal smerig en daar zal weinig meer aan veranderd kunnen worden. Alhoewel, dacht semi-professionele modderkont Raemon Sluiter, als ik nou met een dikke tandpastaglimlach in een belachelijke commercial ga zitten en da sla ik twee vliegen in een klap: ik kan mijn pensioentekort compenseren en mijn imago verbeteren tegelijkertijd.

Dat is mislukt. Vieze Raemon heeft sinds zijn reclamespotje zijn geloofwaardigheid als Blinkende Bink totaal verloren. Het is teveel, over the top en misplaatst. Vieze Vogels kunnen nu eenmaal niet voor de werkelijkheid vluchten. Overigens maakte het aan de haak slaan van een blonde hockeydame het alleen nog maar erger. Immers, naast de lelieblanke Fatima lijkt Raemon er nog bekaaider vanaf te komen dan dat in werkelijkheid misschien zo is.

Het is ook geen toeval dat tennis een sport is die vlekken veroorzaakt die nooit meer uit kleding te krijgen is. Gravel, maar vooral gras is dodelijk voor een tennispak. Vooral als je op een toernooi speelt waar de dresscode all white is. Dat in combinatie met een smerige baard en plakkerige haren, een beginnend buikje omdat je naast tennis eigenlijk teveel pokert maakt Raemon de Vieste Vogel in de tenniswereld.

maandag 28 maart 2011

Gelul over voetbal

Ik zal er maar niet omheen draaien: ik word doodmoe van Johan Cruijff. Sowieso word ik doodmoe van alles wat met voetbal te maken heeft. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de overdosis voetbal die ik in mijn jeugd heb toegediend gekregen. Elk weekend, twee dagen lang voetbal. Op zaterdag de Bundesliga en Eerste Divisie, op zondag de eredivisie en dus Mart Smeets en Kees Jansma. Geïndoctrineerd als ik in die tijd was, kan ik nu nog steeds een belachelijke rij middelmatige voetballers uit de jaren ’90 opnoemen. Soms sta ik tijdens het koken ineens te denken aan Steve van Dorpel, André Paus, Henk Duut of Richard Sneekes. Die zie ik dan ook voor me, inclusief jaren ’90 matjes zoals je die nu ook weer in New Kids ziet (hoera!).

En dan hebben we het alleen nog over het voetbal zélf. Wat ik nog vele malen irritanter vind is gelul over voetbal. Nooit zal ik begrijpen wat daar nou leuk aan is. Sport kijken is één ding, maar kijken naar andere mensen die praten over sport, wat je net ook zelf hebt gezien, dat is voor mij onbegrijpelijk. Want al kijk ik dan liever niet naar voetbal, ik kijk wel graag naar tennis, schaatsen en naar de Tour, maar dan hoef ik niet ook nog eens naar een tafel met vier mannen te kijken en te luisteren naar wat zij daar dan precies van vonden.

Hierover nadenkend bedacht ik me dat er wellicht een hoop mensen zijn die zich op hun beurt afvragen waarom ik dan wel naar een tafel mensen in actualiteitenprogramma’s ga zitten kijken. Omdat deze mensen uitleg over en toelichting geven op een onderwerp dat ik wel interessant vind: politieke gebeurtenissen in binnen- en buitenland. Daar valt wel wat zinnings over te zeggen. Niet over waarom Robben die ene bal niet afgaf en waarom Sulimani niet in de basis stond.

Maar goed, voor-, tussen- en nabeschouwingen kun je ontwijken, je hoeft er niks van te zien als je niet wilt. Toch? Behalve dan als het om Johan Cruijff gaat. Want alles wat Cruijff zegt is hem rechtstreeks ingegeven door God zelf. Of nee, andersom: Cruijff souffleert God. Zoals ik de archetypische sigarenrokende VVD-bal Thomas Lepeltak vanochtend raak hoorde typeren (doet hij dat ook eens): “Cruijff denkt dat hij in vijf minuten de gehele wereldproblematiek kan oplossen.” Als er dan eens een keer iemand níet naar hem wil luisteren, vindt hij dat volslagen onbegrijpelijk.

En dat is dan weer all over the news: Cruijff wil dat Dennis Bergkamp en Wim Jonk de Ajaxdirectie gaan assisteren in hun technisch beleid. Maar dat wil de Ajaxdirectie niet. Met als gevolg dat Cruijff verbolgen is. Onbegrijpelijk. En nu wil Cruijff dat de Directie en de Raad van Commissarissen vervangen wordt. Ik heb wel een idee wie hij daar dan in wil hebben.

Mijn hemel, moet je indenken dat je in de directie van Ajax zit met Johan Cruijff. Zit je alle bijeenkomsten in dat geslis en ge-orakel! Telkens dat holle “Kaaik, het is simpol, sssscchlrrrp....Om te winnen mot je wel scoren. En dan motten we wel goeie spelers aankopen. Da’s logisch, ssssccchhhlrrrp.” Om gek van te worden. Voor je het weet neemt hij de hele vergadering over, zoals hij nu ook al weer kostbare journaalminuten heeft ingepikt. Daar gáán we weer, hoorde ik mezelf denken. Ga toch weg man, en ga je memoires/evangelie schrijven. Er zijn nog genoeg andere mensen geïnteresseerd in je goddelijke inzichten, maar val mij er niet mee lastig.

donderdag 24 februari 2011

I heart... Voetbal International

Ergens van mijn veertiende tot mijn negentiende was ik een fervent volger van de Nederlandse voetbalcompetitie. Met duidelijk te weinig aan mijn hoofd en dus plek over in mijn hersenen slurpte ik alle informatie op die met voetbal te maken had. Ik volgde overigens niet alleen het voetbal maar eigenlijk alle sporten. Ik wist alles van wielrennen en schaatsen keek alle sporten van de Olympische Spelen en las de Sport International (bestaat helaas niet meer) en de Voetbal International.

Daarna vervaagde mijn interesse voor sport enigszins. Ik keek nog wel eens een incidentele voetbalwedstrijd, de voorjaarsklassiekers (wielrennen) als ik op dat moment thuis was, flink wat etappes van de Tour de France en soms een WK schaatsen, maar daar was het wel mee gezegd. Ik wist er niet echt veel meer vanaf en las er niet veel meer over.

Sinds een aantal maanden is mijn interesse in de Nederlandse voetbalcompetitie echter weer gewekt. En dat komt door het programma Voetbal International. Elke maandagavond en elke vrijdagavond zitten wij thuis klaar voor dit programma. Het levert anderhalf uur entertainment op. Ergerde ik mij in ons vorige huis groen en geel aan de onderbuurjongen die met de buurman de hele competitie (en het wielrennen) luidruchtig besprak. Het geouwehoer van René van der Gijp, Wilfred Genee en Johan Derksen veroorzaakt daarentegen geen ergernis maar een ultiem ontspannen gevoel. Een aantal terugkerende thema’s zorgt steeds voor een gezellige aha-erlebnis: Van der Gijp die Manolev analyseert en Derksen die tot voor kort de Sneijdertjes grilde. Het gebeurt allemaal op uiterst vermakelijke wijze en gelukkig ook met een hoop zelfspot. Dat is denk ik ook de reden dat ik Johan Derksen zo geweldig vind, ondanks zijn rare haar, zijn vieze snor en zijn lelijke kleren. En ook de reden dat ik de ver open hangende bloes van René van der Gijp kan hebben. De financiële analyses vind ik interessant en de sportieve analyses vind ik van een hoger niveau dan ze bij de NOS met Studio Voetbal doen (of bij elke willekeurige Europese wedstrijd waarbij weer een willekeurige oud-speler die nog geen zin foutloos kan uitspreken, als analist wordt opgevoerd).

In het programma kwam eens de kijkersvraag langs of VI nu een sportprogramma was of entertainment. De heren konden daar zelf geen duidelijk antwoord op geven. Johan Derksen zei dat ieder voor zich maar moest bepalen wat voor soort programma het was. Voor ons is het denk ik een entertainmentprogramma over sport. I heart Voetbal International.

vrijdag 21 januari 2011

Patatje Grozny

Oud-voetballers bouwen graag af door ergens in een ver oord een kansloos voetbalteam te trainen (of er te spelen) tegen een gigantisch salaris. Frank de Boer speelde voor een team in Qatar, David Beckham bij Los Angeles Galaxy, Guus Hiddink spant de kroon door Australië, Rusland, Zuid-Korea en Turkije te trainen.

Vanochtend hoorde ik in Ochtendspits dat Ruud Gullit trainer wordt bij FC Terek Grozny in Tsjetsjenië. Aan de aanwezigen werd gevraagd waarom hij dat gaat doen: "omdat hij dan heel veel geld kan verdienen, gelijk heeft hij!" Nu ben ik de laatste om iemand te bekritiseren vanwege het salaris dat hij verdient of 'graaierij', maar het "gelijk heeft hij" schoot mij in het verkeerde keelgat.

Terek Grozny is de club van de Tsjetsjeense president Kadyrov, een man die verantwoordelijk is voor de gewelddadige onderdrukking van dissidenten in zijn land. Hij en zijn vader (de vorige president van Tsjetsjenië) hebben eerst gestreden voor onafhankelijkheid van Rusland ("Er zijn zo veel meer Russen dan Tsjetsjenen, iedere Tsjetsjeen zou 150 Russen moeten doden"), toen dat niet lukte is hij omgedraaid en heeft hij alle rebellen laten afmaken. En waarschijnlijk ook zijn eigen vader zodat hij zelf president kon worden. Nu is hij grote vrienden met Moskou, dat hem zijn gang laat gaan zo lang Tsjetsjenië zich maar gedeisd houdt.

Van de site van Stichting Vluchteling:

Sinds 2005 is het conflict tussen Rusland en Tsjetsjenië verminderd door de installatie van een op Rusland georiënteerde regering onder leiding van president Kadyrov. De aanpak van rebellen is in handen gegeven van de Tsjetsjeense regering. Hierdoor zijn interne spanningen tussen regeringsgezinden en rebellen toegenomen. De vijandigheden en onveiligheid in Tsjetsjenië duren voort door de hoge werkloosheid, corruptie en vervolgingen door rebellen en de regering.

Burgers zijn het grootste slachtoffer. Het land is kapot geschoten en de economie is geruïneerd. Tijdens beide periodes van geweld raakten zo’n 600.000 mensen ontheemd. Dit waren voornamelijk Tsjetsjenen, maar ook andere bevolkingsgroepen. Een groot aantal van hen keerde na het ergste geweld terug, maar niet iedereen durfde of kon deze stap nemen. Tsjetsjenië telt naar schatting nog 60.000 ontheemden. Daarnaast verblijven ongeveer 66.000 Tsjetsjenen in Ingoesjetië, Dagestan en Rusland.


Terug naar Ochtendspits: "Zou Estelle Gullit dan lekker in Grozny gaan wonen?" "Nee, Gullit kennende vliegt hij af en toe op en neer naar de Tsjetsjeense hoofdstad voor een training." Hij weet dus wel heel goed dat het in Grozny niet prettig is (in de jaren negentig is de hoofdstad met de grond gelijk gemaakt), daarom pakt hij liefst met minimale inspanning een riant salaris. Lekker het geld van een corrupte president cashen en Estelle kan rustig in de P.C.Hooftstraat blijven winkelen. Gelijk heeft hij!

dinsdag 16 november 2010

Onderschrift

In de categorie "Leeft die nog?" vandaag Henri Leconte. Je kent hem toch nog wel? Hij was in de jaren '80 dé Franse toptennisser, categorie McEnroe, dus met een lekker opvliegend karakter. Wat is er met hem gebeurd? Laat het ons weten!

vrijdag 24 september 2010

I heart... Martin Jol

Ik hou van Martin Jol, dat dacht ik toen ik hem afgelopen dinsdag zag reageren op de kritiek die Johan Cruijff in de Telegraaf van maandag uitte. Maar ik hield stiekem ook daarvoor al wel een beetje van Martin Jol. Dat komt denk ik door zijn droge humor, door zijn trainingspak en door zijn Haagsche accent. Martin Jol is gewoon erg ‘relaxed’.
Over de kritiek van Cruijff zei Jol: “Ach, dit schijnt erbij te horen als je hier werkt. Toen ik bij andere clubs werkzaam was, viel me al op hoe vaak Cruijff kritiek op Ajax had. Zelfs Louis van Gaal heeft daar vaak mee te maken gehad. Kennelijk maakt Johan zich al heel lang zorgen over Ajax”.

Cruijff riep maandag dat het heel slecht gesteld is met Ajax en kwam er woensdag nog even overheen door voor de camera te verklaren dat hij wel bereid is om een rol bij Ajax te gaan vervullen. Daar zijn we weer, dacht ik toen. Hadden we vroeger toen het slecht ging met de VVD het Orakel uit Diever dat eens in de zoveel tijd zijn gal spuwde, hebben we nu de CDA-mastodonten die over elkaar heen buitelen om hun morele gelijk te halen, Ajax heeft al jaren zijn eigen ubermastodont in de vorm van Cruijff.
In alle gevallen gaat het om oudgedienden die de jongere garde wel even zullen uitleggen hoe het moet. Het spreekwoord ‘de beste stuurlui staan aan wal’ is voor deze mensen uitgevonden. Voor de oud-bewindslieden is het makkelijk kritiek uiten en principes hebben als je geen actieve politiek hoeft te bedrijven. Het hebben van idealen is een stuk eenvoudiger als je zelf nog maar weinig met de realiteit van bijvoorbeeld een verkiezingsuitslag te maken hebt en geen compromissen hoeft te sluiten of pragmatisch hoeft te zijn. Hetzelfde geldt voor Cruijff die makkelijk het beleid van Ajax en van Jol kan kraken zonder rekening te hoeven houden met het huidige spelersaanbod en (vooral) de huidige begroting.

Ik heb vrij weinig verstand van voetbal, ik weet niet of Martin Jol een heel goede trainer is, ik weet niet of zijn aankoopbeleid nu zo accuraat is, ik weet vrij weinig eigenlijk, maar ik weet wel dat ik Martin Jol een leuke vent vind. Volgens mij is hij een heel gezellige man voor zijn vrouw, lekker op zijn bank zittend in zijn trainingspak, voeten in witte tennissokken op de salontafel en een biertje erbij. I heart Martin Jol.