Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen

maandag 24 september 2012

I heart… de Efteling


Vorige week kreeg ik een mail van mijn vader. In het onderwerp stond: ‘Efteling, zo rond 1995?’. Nieuwsgierig opende ik het bericht. Ineens bekeek ik een jongere versie van mezelf – inclusief dikke plastic bril, blauw-rood-geel-geblokte jas en groene coltrui. Naast mij op de foto zit een aandoenlijk schattig ventje met een bloempotkapsel: mijn broertje. We zitten samen in een groen karretje. Onmiskenbaar het rijtuig van de achtbaan Pegasus in de Efteling. Samen gillen we het uit. Ik weet nog precies hoe het ritje gaat, wat een lawaai het optakelen van het rijtuig maakte, hoe hard ik in de hoek werd geslingerd in een bocht.


Vroeger woonde ik praktisch in de Efteling. Wij woonden er in de buurt en het hele gezin had een abonnement. Ik hou van de sfeer die er hangt, de prachtige decoratie, zowel de natuur als de attracties kan ik erg van genieten. Maar wat ik nog wel het állermooist vind, is de muziek die je overal hoort. En dan bedoel ik dus niet het irritante ta-tata-ta-tata-ta-tata van Carnaval Festival – sorry trouwens als nu de rest van de dag dat liedje in je hoofd zit.

Als ik op de middelbare school een paar tussenuren had of vroeg uit was, ging ik ook ‘eventjes’ naar de Efteling. Gewoon even in de Python en dan weer naar huis. Ook heb ik een seizoen in het winkeltje bij de ingang gewerkt. Superleuk werk, behalve als er een stel Israëliërs voor je kassa staat te ruziën om een Pardoespop.

De foto is van láng geleden. Pegasus bestaat niet meer, ik heb inmiddels een hippe bril en mijn broertje heeft zijn bloempotkapsel lang geleden vaarwel gezegd. Helaas woon ik nu in het midden van het land en rijd ik niet eventjes langs het pretpark. Maar ik ga zeker nog één keer per jaar. Ik vind dat wat weinig, dus als ik ooit kinderen heb, heb ik een goed excuus om weer een abonnement te nemen. Want I heart… de Efteling!

maandag 20 augustus 2012

Huispijn


Toen ik klein was, ging ik logeren bij mijn nichtje. Zij was niet alleen mijn nichtje, maar ook vriendin en buurmeisje. Dolle pret dus, zou je zeggen. Maar als we gingen slapen, bekroop mij een onbehaaglijk gevoel. Hier wilde ik niet zijn. Ik wilde gewoon écht naar huis, ondanks dat mijn huis een paar meter verderop stond. Dus mijn mama haalde me midden in de nacht op (alhoewel… waarschijnlijk zou dat 23.00 uur zijn geweest). Sindsdien weet ik: als ik niet in de buurt van mijn (t)huis ben, krijg ik een knoop in mijn maag en weigert mijn lichaam zich te ruste te leggen.

Zo belde ik mijn moeder huilend op vanaf schoolreisje in Rome. Ik mis mijn meneer als hij een weekend weg is. En als ik sámen met mijn meneer meer dan een nacht buiten de deur ben, mis ik kattenkind Coco. Het is mijn lot. ‘Heim’ betekent huis en ‘wee’ komt van ‘weh’: pijn. Wat prachtig: ik heb huispijn... Het klopt helemaal: huispijn is de aandoening die ik heb. Eigenlijk verlang ik altijd wel naar het bekende, het knusse: mijn thuis. Dat was vroeger zo, maar dat is nu nog steeds het geval.

Op vakantie gaan, bijvoorbeeld. Dat vind ik altijd spannend. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk om op pad te gaan en om nieuwe landen te leren kennen. Maar de terugreis vind ik ook altijd een feest: elke kilometer rijden brengt mij dichter bij mijn thuis. Als ik eenmaal weer in mijn oude vertrouwde bedje lig, ben ik opgelucht.

Na een geweldig weekend met mijn lief neem ik zondagavond met een weeïg gevoel in mijn buik afscheid van de dagen die achter ons liggen. Maandagochtend slik ik dit gevoel weg en ga met opgeheven hoofd weer aan het werk. Ik ben verknocht aan huis, man, kat en haard. Laat ik er maar aan toegeven. Ach ja, ik ben nu eenmaal een zeer aanhankelijk mens.

maandag 9 juli 2012

Toerist op eigen geboortegrond


Afgelopen weekend was ik noodgedwongen meerdere dagen in het Brabantse land. Uiteraard klinkt ‘noodgedwongen’ erger dan het was. Maar ik had geen keus, ik móést dit weekend onder de rivieren zijn. Vrijdag had ik een bruiloft waar ik donderdagavond voor moest repeteren, en zaterdag vierde mijn zus haar verjaardag. Zondag plakte ik vrijwillig een dagje Efteling aan het toch al zo lange weekend vast. Ik voelde mij toerist op eigen geboortegrond.

Sinds 6 jaar woon ik in het midden van het land. Ik vertrok niet alleen om mijn studie die kant op. Het midden van het land leek me nu eenmaal een mooi gebied om mij te vestigen. Ik vond de sfeer goed, de mensen aardig en de omgeving prachtig. En het bracht mij dichter bij mijn vriendje, die ik nu mijn meneer mag noemen. Regelmatig bracht ik nog dagjes in het Brabantse door, maar hele weekenden bleef ik nog maar sporadisch slapen. Langzaam maar zeker voelde Utrecht en omgeving als thuis. Met deze thuisverschuiving werd het zuiden een vakantieoord. Overigens wél een oord waar ik mij óók erg thuis voelde.

Dit weekend heb ik genoten van de stralende zon en liep ik door de stromende regen. Het dorpje waar ik geboren ben was toneel van de trouwdag. Ik reed mijn bijna-91-jarige oma rond in de omgeving. Slingerend over de dijken maakte ik een fietstocht langs de uiterwaarden. Ik bracht een bezoek aan een dichtbij gelegen vestingstadje. Járen had ik er een zaterdagbaantje, nu maakte ik er foto’s, net zoals alle andere toeristen. Zondag bezocht ik de Efteling. Ook daar heb ik een seizoen lang gewerkt. Nu waande ik mij ongegeneerd in een sprookjeswereld, stampte in de regenplassen en ging vier keer in Joris en de Draak.

Afstand nemen heeft effect: het Brabantse land wordt voor mij alleen maar mooier.

maandag 14 mei 2012

Terug met die loftrompet!


Graag wil ik de anonieme lezer die op 14 oktober 2011 reageerde op mijn ‘Loftrompetvoor Beatrijs’ bedanken. Dankzij jou, anoniempje, heb ik er een nieuwe hobby bij. Sinds je je bericht plaatste, heb ik vele uren besteed aan me verbazen, hardop schaterlachen, traantjes wegpinken maar vooral denken: “Only in America”. Want jij liet mij kennismaken met Prudence (ook wel Prudie genoemd), een dame die meerdere keren per week de meest achterlijke problemen belicht in haar brievenrubriek Dear Prudence.

Nu kan ik gaan vertellen waarom ik Prudence zo geweldig vind. Ik kan je vertellen dat ik, sinds ik Prudie ken, Beatrijs een beetje saai vind. En dat ik de gezins-, werk- of liefdessituaties die Beatrijs bespreekt véél minder spannend vind dan alle horrorverhalen die in Prudie’s rubriek voorkomen. (Zo was er laatst een briefschrijver die werd vergiftigd door haar schoonmoeder. Dat gebeurt nooit in ons kikkerlandje!) En eigenlijk vind ik drie brieven per week (Beatrijs dus) véél te weinig vergeleken met Prudence die per week zeker acht brieven behandelt. Maar eigenlijk zou ik je aan willen raden om het lekker zélf te gaan ontdekken. Prudence slokt een paar uur van je vrije tijd op. Dus, wees gewaarschuwd!

donderdag 3 mei 2012

Digitale koeien melken

Dit is een gastcolumn van gastcolumnist Doortje

“Hier is ie dan, jullie 23e achterkleinkind”, zegt manlief H. trots. We zijn op een soort omgekeerde kraamvisite bij zijn opa en oma. Terwijl opa thee gaat halen, vertelt oma dat het steeds moeilijker wordt om al die namen te onthouden; er blijven maar nieuwe bij komen… De naam van onze spruit kenden ze alleen nog als hondennaam, en de naam van kleinkind numero 24, die van de week is geboren, hadden ze helemaal nog nooit gehoord. “Maar die naam komt voor in de Bijbel, hoor!” zegt H., "Kijk maar!”
Oma kijkt verbaasd toe hoe H. op het scherm van zijn iPhone begint te tikken. "Kan je dat daarop lezen?!”
“Ja, hier heb ik het al.” Opa komt net binnen met de thee, en oma roept uit: “Kijk dan, er staat gewoon een hele Bijbel op dat ding!”
“Goh…” zegt opa.

“Zal ik een foto maken voor in het kraambezoekboek?” zegt H. even later, terwijl hij zijn telefoon weer pakt. “Kan dat ook al met dat ding?!” Oma’s verbazing stijgt. H. laat trots de fotootjes zien die we de afgelopen weken hebben gemaakt. Oma is zeer verbaasd dat dat daar allemaal zomaar op past, en nog meer als na het aanzetten van de fotocamera-functie een bewegende opa op het scherm verschijnt. H. wordt steeds enthousiaster en laat ook nog even zien hoe je de camera kan ‘omdraaien’, zodat je een foto van jezelf kan maken. Oma vindt het prachtig, en even later zijn opa en oma fanatiek digitale koeien aan het melken.
“En dan kan je er ook nog mee bellen” zeg ik lachend.
“Kan je hier mee bellen?!?!” roept oma verbaasd uit.

En ineens vraag ik me af hoe de wereld eruit zal zien als onze zoon ooit achterkleinkinderen krijgt. Zou de technologie de komende tachtig jaar net zo’n ontwikkeling maken als de afgelopen tachtig jaar? Opa moest op de fiets naar de dokter terwijl zijn vrouw lag te bevallen. En toen een paar jaar later zijn buurman een telefoon had, moest hij buiten gaan staan zwaaien terwijl vrouwlief binnen lag te puffen, want de dokter kon hun huis niet vinden… Zullen onze achterkleinkinderen ook ooit medelijdend aanhoren hoe wij dat ‘vroeger’ deden zonder al hún moderne technologie? Of zullen ze juist hoofdschuddend aanhoren hoe afhankelijk wij waren van elektriciteit, internet en straling… Stiekem hoop ik op dat laatste. En misschien hoop ik ook wel een beetje dat ze net als opa en oma ooit zullen lachen om het feit dat wij in 2012 over een ‘economische crisis’ spraken.
“Crisis?!” aldus opa, “Mensen weten niet eens meer wat crisis is!” En zo is het.

maandag 20 februari 2012

Zondagochtend met Abel

Af en toe kijk ik naar Taarten van Abel. Dat is misschien wel een van de leukste manieren om de zondagochtend door te brengen. Voor iedereen die het programma niet kent: Abel is een bakker. Elke uitzending maakt hij samen met een kind een mooie taart. Natuurlijk maken ze niet zomaar een taart, meestal is dat omdat het kind samen met de taartontvanger iets bijzonders/ergs/verdrietigs/spannends heeft meegemaakt. Wat ik zo heerlijk vind aan het programma is dat Abel altijd onbevangen vragen stelt en de kinderen goudeerlijk zijn. En ondertussen werken ze geconcentreerd aan de taart. Dit levert humoristische, maar ook aandoenlijke taferelen op.

Gisterochtend was Abel te gast bij Dunya. Haar vader viel twee jaar geleden van een balkon en raakte ernstig gewond. Hij heeft een tijd in coma gelegen, maar was nu weer bijna beter. Dit moest volgens Dunya gevierd worden met een Chinese draaktaart. “Want die jagen de slechte geesten weg.” Terwijl Abel en Dunya de taart decoreerden, vroeg de bakker of Dunya nog wel eens aan haar vader merkte dat hij ziek was geweest. “Ja,” zei Dunya, “dan zegt hij bijvoorbeeld ‘slokje kaas’, ofzo.” Terwijl ze de laatste snoepjes op het drakengezicht legden, informeerde Abel naar Dunya’s hobby’s. “Ik houd heel erg van dieren. Ik heb vroeger zelfs een geit gehad.” Helaas was haar geit al dood. “Hij had iets van geitenkanker ofzo.” Abel reageert invoelend: “Ach, geitenkanker. Wat naar zeg.”

Of boerenzoon Tom, die centraal stond in de uitzending van gisteravond. Hij wilde een koeientaart maken voor zijn vader, die met koe Erna 57 een eiwitten- en vetrecord had behaald. Terwijl Abel de voorbereidingen trof voor de taart, legde Tom bloedserieus en met een onvervalst Achterhoeks accent uit hoe kunstmatige inseminatie werkt. “Ze halen het zaad bij de stier weg die op een dummy springt. Hij denkt dat die dummy tochtig is. En dan doet mijn vader dat zaad met een héééle grote spuit in de vagina van de koe!”

Aan het einde van de uitzending de gelukkige ontvanger verrast met de taart. Op dat moment in de uitzending ben ik altijd bang dat het kindje struikelt en het prachtige bouwwerk genadeloos over de grond uitsmeert, maar dat heb ik gelukkig nog nooit gezien. Taartontvangers reageren verschillend. Zo was de vader van Dunya totaal overrompeld en ging bijna huilen. Toms vader zei: “Goh. Wat móói, jongen! Geef me een kus.” En terwijl de boer zijn zoon een zeldzame kus op zijn wang geeft, pink ik een traantje weg.

vrijdag 6 januari 2012

Stukken met vormen

Als je met de feestdagen niet op vakantie bent, dan spreek je af met familie. Dat is toch een soort kerstmos. Dus zat ik op tweede kerstdag bij de schoonfamilie op de bank en aan tafel. Het was een gezellig dag, met bijkletsen, lekker eten en een prachtig versierd huis inclusief kerstfiguren op batterijen. En zure relatiegeschenkenwijn.

Na de eerste ronde koffie met bonbons, brak het boom-moment aan: iedereen begon de kerstcadeautjes onder de boom te leggen. Ik keek verschrikt naar meneer S, want blijkbaar was het de afspraak dat we cadeaus voor elkaar zouden regelen. Misschien was het een hint toen mijn schoonouders vroegen of we nog wensen hadden voor kerst? Naast een bosje bloemen voor de gastvrouw en een flesje wijn was ik eigenlijk met lege handen binnengestapt. Ondankbaarheid en schuldgevoelens kwamen direct en onherroepelijk bovendrijven. Misschien toch iets meer niveau kerstnoob dan ik had gedacht.

Mijn nichtjes werden helemaal wild en kregen prachtige cadeaus waar ze meteen mee begonnen te spelen. Knutselspullen. Een boek. Een DVD. Mijn jongste nichtje liet haar beste gevoel voor humor zien toen haar moeder vertelde dat ze niet meteen haar nieuwste DVD mocht gaan kijken: “Maar ik denk dat het heel leerzaam is!”.

En toen was ik aan de beurt. Toch best een beetje spannend. Net als de nacht voor je verjaardag. Het pakje had een rare vorm en ik had geen enkel idee wat erin zou kunnen zitten. Nadat het pakpapier was verwijderd, had ik twee prachtige bakvormen in mijn handen. Een grote en een kleinere. Voor een tulband. Supertruttig en erg Martha Stewert-achtig misschien, maar ontzettend prachtig.

En het werd nog prachtiger, want mijn schoonmoeder vertelde dat deze vormen nog van haar eigen moeder waren geweest. Wow. En dat zij ze eigenlijk bijna zelf niet meer gebruikte. De stukken metaal in taartvorm waren dus beter af bij iemand die af en toe nog bakt. Ik was verbaasd, blij en kon niet uit mijn woorden komen. Wat een prachtig cadeau! Beter dan alles wat in de weken voor kerstmis in de winkels verkrijgbaar was geweest.

Dat kan er dus ook gebeuren als je met kerst niet op vakantie gaat. Dan wordt er overwachts een erfstuk in je schoot geworpen waardoor je even helemaal stil word. Komend weekend maak ik een verlate kerststol. En toost ik op erfstukken en prachtige vormen.

maandag 19 december 2011

Niet zo kerstachtig

Dit weekend stond ik samen met een dame van mijn koor te wachten tot de repetitieruimte vrij zou komen. We hadden nog een paar minuten. In haar hand droeg ze een zware tas vol met bakspullen. "Want ik doe dit jaar voor twee dagen de kerstdiners, maar ik heb nu wel de familiegroep opgesplitst hoor. Ik doe niet iedereen meer op dezelfde dag; ik heb inmiddels ook al zes kleinkinderen. Ik heb vandaag in ieder geval alle spullen al gekocht voor de soesjestoren."

Ik heb eigenlijk niks met kerst. Ik stuur geen kerstkaarten, heb geen kerstboom, doe meestal niet mee met het kerstdiner op werk en ik geef mijn kerstpakket aan een goed doel. En ik ga meestal met de feestdagen samen met de meneer op vakantie. Dus eigenlijk ben ik een soort Grinch. Want eigenlijk vind ik het een beetje gek om de verjaardag te vieren van iemand die ik niet ken.

Maar in verband met verbouwingsplannen geen feestdagenvakantie dit jaar; hand even op de knip tot de definitieve rekening van de aannemer komt. Dat houdt ook in dat er dan stiekem toch feestdagenstress om de hoek komt kijken.

Afgelopen week belde mijn schoonmoeder om te vragen of meneer S en ik eerste of tweede kerstdag langskwamen voor het eten. Eh ok. Het duurde niet lang voordat de uitnodiging van mijn zus voor tweede kerstdag kwam. Ik maak het toetje en ik heb nu al stress welke gerecht ik dan moet gaan maken. Hoe kan dat toch? Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heel gezellig om samen met de familie te eten en heb er veel zin in, maar ik had er even niet op gerekend dat ik ergens verwacht werd.

Toen ik me realiseerde dat ik zo uitkeek naar de familiediners, bedacht ik me hoe weinig ik de familie eigenlijk gezien heb afgelopen jaar. Wat jammer eigenlijk dat ik ze niet vaker heb uitgenodigd voor een etentje of een borrel bij mij thuis. Want eigenlijk heb ik kerst of een verjaardag helemaal niet nodig. Elke dag kan een familiedinerdag zijn. En dus maak ik in de laatste dagen van het jaar het goede voornemen om in 2012 wat meer familiedinerdagen in te lassen. Daar hoeft het helemaal geen kerst voor te zijn.