Posts tonen met het label Denkend aan Holland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Denkend aan Holland. Alle posts tonen

dinsdag 17 juli 2012

De flats te hoog, de broeken te kort

Vorig weekend was ik er weer even, noodgedwongen. 'Noodgedwongen' klinkt vrij ernstig en dat is het ook. Maar ik heb geen keus, want mijn ouders wonen daar en mijn broer ook en nog heel wat andere familie. Waarom weet ik niet zo goed. Waar ik het over heb? Over de stad van mijn jeugd: Zoetermeer.

Het is al bijna zestien jaar geleden dat ik uit Zoetermeer vertrok. Ik ging op kamers wonen in mijn studentenstad. Een mooie, gezellige stad, veel mooier dan Zoetermeer. Heel veel steden bleken mooier dan Zoetermeer. Dat weet ik doordat ik altijd met zuchtende en steunende mensen te maken krijg wanneer ik vertel (of beken) dat ik uit Zoetermeer kom. Mensen uit Den Haag of Breda of Groningen of Utrecht kennen Zoetermeer en die kijken me vol medelijden aan omdat ik daar ben opgegroeid. Begrijpelijk, want ik ken op mijn beurt Den Haag, Groningen, Breda en Utrecht en dat zijn inderdaad heel leuke steden waar je vast een idyllische jeugd kan doorbrengen met andere bevoorrechte kinderen.

Gek genoeg begonnen ook mensen uit Almelo, Nieuwegein, Hoofddorp en Almere te kermen bij het woord Zoetermeer. Deze steden ken ik ook en doen qua treurigheid op geen enkele manier onder voor Zoetermeer. Ik wil zelfs beweren dat enkele van deze plaatsen nog heel wat deprimerender zijn. Natuurlijk, Zoetermeer heeft een afzichtelijke skyline van jaren '70-flats en is uitgebreid met onooglijke nieuwbouwwijken. Maar Zoetermeer heeft ook een (ok, zeer beperkt) oud centrum met leuke huisjes, een oude molen en een watertoren.

Als je op zaterdagmiddag door het Stadshart, het grootste winkelcentrum van Zoetermeer loopt, zou je het niet voor mogelijk houden, maar er wonen ook heel wat leuke mensen in Zoetermeer. Hilbrand Nawijn, die woont er ook al jaren en zit er in de gemeenteraad. Er komen semi-succesvolle sporters uit Zoetermeer, zoals polsstokhoogspringer Laurens Looije en trampolinespringer Allan Villafuerte. Georgina Verbaan? Ook Zoetermeerse, ze werkte indertijd, net als Eef en ik, bij het Versland in de passage (ok, dat was echt een heel trieste omgeving). Verder had ik op school leuke vrienden en die woonden ook allemaal in Zoetermeer.

Toch heb ik nooit de behoefte gevoeld om in Zoetermeer te blijven, ondanks het feit (ja, het is een feit) dat overal leuke mensen wonen, ook daar waar de flats te hoog zijn en de broeken te kort. Er zijn mensen die mij hebben geprobeerd te overtuigen met de lage huizenprijzen in Zoetermeer, en dat is inderdaad waar, maar daar is ook een reden voor: ergens anders in de buurt is het toch wel wat leuker. In mijn studentenstad was het leuker. In mijn huidige woonplaats is het leuker.

Als ik over de A12 vanuit Utrecht naar huis rijd en langs Zoetermeer kom, krijg ik een weemoedig gevoel bij de aanblik van Nutricia, de Mandelabrug en de koepel van mijn oude tennisclub. Zoetermeer, Leisure city, stond er een tijdje aangeplakt. Geen idee wat ermee bedoeld wordt, maar het klinkt heerlijk. Toch geef ik op dat moment nog even flink gas, rij door en pak de afslag bij wat in mijn kindertijd Kohne Starlift was. Zodra ik de straat in draai krijg ik een nog veel weemoediger gevoel: gelukkig, ik ben weer thuis.

maandag 9 juli 2012

Toerist op eigen geboortegrond


Afgelopen weekend was ik noodgedwongen meerdere dagen in het Brabantse land. Uiteraard klinkt ‘noodgedwongen’ erger dan het was. Maar ik had geen keus, ik móést dit weekend onder de rivieren zijn. Vrijdag had ik een bruiloft waar ik donderdagavond voor moest repeteren, en zaterdag vierde mijn zus haar verjaardag. Zondag plakte ik vrijwillig een dagje Efteling aan het toch al zo lange weekend vast. Ik voelde mij toerist op eigen geboortegrond.

Sinds 6 jaar woon ik in het midden van het land. Ik vertrok niet alleen om mijn studie die kant op. Het midden van het land leek me nu eenmaal een mooi gebied om mij te vestigen. Ik vond de sfeer goed, de mensen aardig en de omgeving prachtig. En het bracht mij dichter bij mijn vriendje, die ik nu mijn meneer mag noemen. Regelmatig bracht ik nog dagjes in het Brabantse door, maar hele weekenden bleef ik nog maar sporadisch slapen. Langzaam maar zeker voelde Utrecht en omgeving als thuis. Met deze thuisverschuiving werd het zuiden een vakantieoord. Overigens wél een oord waar ik mij óók erg thuis voelde.

Dit weekend heb ik genoten van de stralende zon en liep ik door de stromende regen. Het dorpje waar ik geboren ben was toneel van de trouwdag. Ik reed mijn bijna-91-jarige oma rond in de omgeving. Slingerend over de dijken maakte ik een fietstocht langs de uiterwaarden. Ik bracht een bezoek aan een dichtbij gelegen vestingstadje. Járen had ik er een zaterdagbaantje, nu maakte ik er foto’s, net zoals alle andere toeristen. Zondag bezocht ik de Efteling. Ook daar heb ik een seizoen lang gewerkt. Nu waande ik mij ongegeneerd in een sprookjeswereld, stampte in de regenplassen en ging vier keer in Joris en de Draak.

Afstand nemen heeft effect: het Brabantse land wordt voor mij alleen maar mooier.

donderdag 31 mei 2012

I heart... de Biesbosch

Als je toe bent aan een mini-vakantie in eigen land, zijn er legio mogelijkheden om je even terug te trekken in een rustigere omgeving dan een Randstadstad. Limburg en de Wadden vielen af want te ver weg voor slechts één nachtje weg. Ik ben opgegroeid in Zeeland en meneer S op de Veluwe dus dat viel ook af. De Heuvelrug is net te dichtbij, hoewel volgens sommigen na knooppunt Lunetten sowieso de vakantie begint. Het werd de uiteindelijk de Biesbosch.

Eerlijk? Het was geen liefde op het eerste gezicht. Dordrecht is lelijk en je moet eerst nog een vreselijk nieuwbouwwijk door voordat de Merwede ziet. Maar eenmaal aan het water en in de rust vergeet je direct dat je net bij de pont een groep vijftigplussers met overgewicht op elektrische fietsen moest omzeilen.

Zelfs op een drukke en zonnige Pinksterdag is de BB nog best rustig. Er waren wel wat gemotoriseerde voertuigen, en enkele waterscooter en heel veel fietsers, maar zodra je het asfalt verlaat gaat er een wereld voor je open. De wereld van aalscholvers, futen, ruigpootbuizerds en bosrietzangers (en van ganzenkak onder je schoen, maar dat is dan wel weer lekker in touch met de natuur). De wereld van de luxe van een vogelkijkhut helemaal voor jezelf alleen.

De BB combineert op een ideale manier het woeste outdoorleven (ja, want er was dus geen hek bij het wildrooster en toen moesten we onder het prikkeldraad door buikschuiven) met het beste (drank en spijs) van de grote stad. En dat alles op nog geen uur rijden.

De volgende keer dat ik naar de BB afreis, kies ik een doordeweekse dag. Als de eerste pont om zes uur ’s ochtends vertrekt en het nog stiller dan stil is. Dan doe ik even alsof één van de meest ongerepte (alhoewel?) stukjes natuur helemaal van mij is. Hopelijk laten de lepelaars en de koekoeken zich dan wel zien.



maandag 30 januari 2012

Denkend aan Holland ... Noord-Brabant

Ik loop hier alleen in een te stille stad
Ik heb eigenlijk nooit last van heimwee gehad
Maar de mensen, ze slapen, de wereld gaat dicht
En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht

Mijn geboortedorpje ligt in de noordelijke regionen van de provincie Noord-Brabant. Ik groeide op op een boerderij. De meeste familieleden had ik binnen handbereik en de dichtstbijzijnde stad was op een uur fietsen. We vierden geen carnaval, waren niet katholiek en hadden geen zachte G. Wel gingen we elk jaar bij een katholiek dorp in de buurt naar de carnavalsoptocht kijken. Overigens vier ik nu nog steeds geen carnaval, ben ik nog steeds niet katholiek en heb ik nog steeds geen zachte G.

Op mijn twaalfde verhuisden we vanuit mijn geboortedorp naar een dorpje vijf kilometer verderop. Het plaatsje staat bekend om haar hoge kerkdichtheid. Binnen dit dorp ben ik nog een keer verhuisd, zij het niet van harte. Soms dachten mensen door mijn accent dat ik uit het Noorden van Nederland kwam. Door mijn achternaam was men er meestal van overtuigd dat ik uit Zeeland kwam. Maar niemand verwachtte ooit dat ik een Brabantse was. Zo rond mijn twintigste levensjaar kwam ook bij mij het besef dat ik me ook niet echt een Brabantse voelde. Ik verhuisde. Dat is nu ruim vijf jaar geleden.

Ik kwam in het midden van het land terecht en ik voelde me er direct thuis. Noord-Brabant heeft een – naar mijn idee onterecht – gezellig imago. In het midden van het land voelde ik wél oprechte gezelligheid in het openbare leven. Ik leerde mezelf het “Houdoe!” dan ook snel af. Utrecht voelt nu écht als mijn stadsjie. Een actief studentenleven heeft daar flink aan bijgedragen. Mocht ik onverhoopt in de kroeg staan waar ‘Brabant’ van Guus Meeuwis wordt gedraaid, dan zing ik luidkeels mee. Op zulke momenten voel ik me Brabantser dan ooit… maar veel Brabantser dan dat zal ik niet meer worden.

donderdag 27 oktober 2011

Zeeuwse Boekentips

Wil je meer Zeeland? Je weekendje weg voorbereiden of er gewoon eens wat over lezen? Of misschien de rijke Zeeuwse traditie ontdekken? Kies dan eens uit onderstaande stapel:

Franca Treur - Een dorsvloer vol confetti
Over opgroeien in een klein Walchers boerendorp onder het juk van strenge ouders en de kerk.

Paul Schipper - De slag om de Oosterschelde
Over de geschiedenis en het politieke spel rondom de totstandkoming van de Oosterscheldekering.

Wim Hofman - Het vlot
Over de belevenissen en de harde werkelijkheid van een fantasierijke jongen in het naoorlogse Vlissingen.

Jan Terlouw - Oosterschelde windkracht 10
Over de watersnoodramp van 1953 en de naslaap ervan. Dit boek zorgde misschien wel voor het eerste boekenverslag van een hele generatie.

Henri Looymans - Een baken voor een kind op zoek
Prachtige gedichten van de stadsdichter van Middelburg.

Zeeland: van Nehalennia tot Westerscheldetunnel
Het eerste stripboek over de geschiedenis van Zeeland.

Denken aan Holland ... Zeeland

In mijn puberjaren schreef ik veel brieven met een penvriendin uit Duitsland. Zij woonde vlak bij Münster en had nog nooit in haar leven de zee gezien. In de zomer van '96 haalde ik haar op van station Vlissingen voor een weekje vakantie aan de Zeeuwse kust. Toen we die middag in de stralende zon over de boulevard fietsten, slaakte ze een diepe zucht. Want waarom zou je naar de rivièra rijden als je veel dichter bij huis zo'n prachtig strand kan vinden?

Wijselijk hield ik mijn mond over de duizenden landgenoten van haar die elk seizoen Zeeland overnemen. Niks te klagen trouwens, mede door hen heb ik jarenlang een heel goed betaald bijbaantje gehad. Een bijbaantje waardoor ik misschien nog wel in tientallen Japanse en Duitse fotoalbums sta. In veel te kleine en veel te warme klederdracht. Met een blikje roomboterbabbelaars in mijn hand.

Zeeland is voor mij vooral Walcheren, alle andere delen hebben op de een of andere manier een nare bijsmaak. Ik ging alleen naar de Overkant voor een schoolkamp dat om meerdere redenen traumatisch was. Het beeld van mijn natuurkundeleraar die een blik knakworsten openschroefde en de inhoud zonder blikken of blozen naar binnen schrokte staat nog steeds op mijn netvlies.In Beveland kreeg mijn vader een fietsongeluk. Van Tholen kwamen kinderen die je ziek konden maken. En op Schouwen zag ik een automobilist van rechts over het hoofd.

Nee, op Walcheren moet je zijn. Op de fiets van Vlissingen naar Westkappelle, onderlangs de duinen. Of in Veere, in het oude snoepwinkeltje. Op donderdag op de Vismarkt in Middelburg waar je bij St. John de heerlijkste gemberkoffie kan drinken. En dan daarna naar het filmhuis. Naar Domburg, om te wandelen langs de kust en dan een bolus te eten van bakker Labruyere.

Zeeland is voor mij mijn jeugd. Ik heb er bolussen gegeten, in de bus naar de Hooizolder gezeten, ringgereden en mijn lekke band geplakt op de Oosterscheldekering. Ik had er rijles, schoolkamp en liefdesverdriet. Ik nam afscheid van een vriendin, blokte rijtjes Latijnse vervoegingen, roeide over het kanaal en verbandde op het strand. Nog steeds voelt het vertrouwd als ik de zilte lucht opsnuif. Maar ik weet zeker dat ik er nooit meer zal wonen.

woensdag 19 oktober 2011

Denkend aan Holland... I do not heart Drenthe

Ik schreef het al eerder onder de comments bij onze prijsvraag, I do not heart Drenthe. En daar gaat deze column dus over, het is de eerste uitwerking van een aantal door jullie aangedragen onderwerpen. In de nieuwe rubriek 'Denkend aan Holland' zullen we steeds een stuk van Nederland beschrijven: een provincie of een stad of dorp waar we iets of juist niets mee hebben.

Een aantal weken geleden waren wij een weekje in Drenthe. Via vakantieveilingen.nl hadden we een huisje in een bungalowpark geboekt (ik denk dat deze zin door gaat voor de meest burgerlijke zin van het jaar). Omdat onze dochter nog niet erg graag erg lang in de auto zit leek het ons een goed idee niet al te ver weg op vakantie te gaan. Omdat ze voor haar eten nog steeds vaak een magnetron nodig heeft, leek het ons handig om een huisje te boeken en niet te gaan kamperen.

En zo zaten we op een herfstige maandagmorgen in Drenthe. In Borger om precies te zijn. Onze volgepakte auto reed door het Drentse Borger met zijn schattige gerestaureerde boerderijtjes, zijn straatjes met kinderkopjes, zijn bloeiende hortensia’s, zijn aangeharkte tuintjes en zijn bejaarden in hun keurig gewassen Japanse auto’s van maximaal anderhalf jaar oud.
We bezochten in Borger het hunebedmuseum. Hadden we van tevoren al niet heel hooggespannen verwachtingen over het museum, na afloop bleken zelfs die verwachtingen te hoog. Een berg stenen in een afgetrapt grasveld, een museum met heel veel kapotte schaaltjes, een paspop met dierenvel, een museumwinkel met Drentse Wim de Bie-dames, mij krijg je er niet warm mee.

Vooraf maakte we nog grappen dat het museumrestaurant vast broodjes hunebed verkocht, maar die grappen bleken de waarheid. Ergens halverwege ons bezoek begon het te regenen. Jullie begrijpen dat Drenthe die dag mijn hart niet gestolen heeft.

Maar ook de rest van de week kwam het niet meer goed tussen Drenthe en mij. Het bungalowpark was winderig en leeg en had een te grote hoeveelheid quasi-hippe eetttentjes die vrijwel de hele week dicht waren. Borger en Rolde waren prima om te lunchen en wat boodschappen te doen, maar daarna keek je elkaar aan en wenste je dat je jezelf ergens kon gaan bezatten. Maar een echt goed café was er niet, en tja, we moesten ook nog terug met de auto. Naar het winderige bungalowpark met het subtropische zwemparadijs.

We reden die week nog wat door het landschap. We bezochten Westerbork. Zou je denken dat je van een bezoek aan een doorgangskamp alleen al een aardige depressie kon oplopen, dan vergis je je. De opzet, inhoud en het formaat van het museum zijn zo summier en impressionistisch dat je ook daar treurig van wordt. Van het kamp zelf staat geen barak meer overeind en aan de hand van ophogingen in het gras moet je zelf maar zo’n beetje raden hoe het er uit heeft gezien. Ik heb vrijwel nooit een museum gezien waarin onze geschiedenis zo slecht werd verteld.

Dat was dus Drenthe. Kaal, winderig, ongezellig. De geschiedenis die ze er hebben wordt slecht verteld of heel saai. Ik verlangde naar Limburg: gezelligheid, warmte, glooiend landschap, bier en vlaaien, goedgeklede mensen. Nee, tussen Drenthe en mij komt het niet meer goed.