Posts tonen met het label Werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Werk. Alle posts tonen

dinsdag 28 augustus 2012

Rustgevend

Ik ken iemand die zo'n rijdende grasmaaier heeft. Je weet wel, zo'n grasmaaier waar je op kunt zitten, een soort klein tracktortje waarmee je het gras maait. Daar ben ik jaloers op. Het lijkt me heerlijk om op zo'n grasmaaier rond te rijden. Een van mijn favoriete films is nog altijd The Straight Story, over een bejaarde man die zijn zieke broer op gaat zoeken. Zijn broer woont heel ver weg en hij heeft geen auto. Wel een tracktor en daarom gaat de man op zijn tracktor dwars door Amerika op reis om zijn broer op te zoeken. Verder gebeurt er niet erg veel in de film, heel rustgevend. Dat lijkt me wel wat.

In Amerika zie ik ook altijd heel mooie, grote tracktors van John Deere. Mooie, groene landbouwwagens met een geel logo. Ook daar wil ik dan heel graag even mee rondrijden. In zo'n groen t-shirt en een groen petje met het gele logo van John Deere. Het logo met het springende hert. Dat heeft iets gezelligs. Gelukkig heb ik nooit echt zo'n shirt gekocht, want het blijkt een typisch redneck-kledingstuk te zijn en dat vind ik dan weer niet zo gezellig. Dus daarom smacht ik nu in gewone kleding en nog steeds vanuit de auto stiekem naar een ritje op zo'n mooie tracktor.

Het liefst dus zo'n grasmaaiertje. Niet alleen omdat het een klein en groen wagentje is, al speelt dat zeker mee. Maar er is meer. Toen ik gisteren naar huis reed, kwam ik langs een groen weiland. M'n raampjes stonden open en dwars door de uitlaatgassen heen rook ik het: hier was gemaaid. Ik ben even wat langzamer gaan rijden, bijna net zo langzaam als een grasmaaiertje, om de geur van het gras op te snuiven.

Zou je als je dat elke dag ruikt, immuun raken voor die heerlijke geur? Ik denk het niet. Ik denk dat mensen die elke dag op een grasmaaiertje over een groot groen weiland rijden en de geur van versgemaaid gras opsnuiven, heel gelukkig zijn. Verder gebeurt er niet zo veel. Heerlijk toch?

dinsdag 3 juli 2012

Sollicitatietips

Nu steeds meer mensen door de economische neergang werkloos zijn geworden en op zoek zijn naar een baan, bieden wij van Gemodder je de helpende hand. Mocht je dan eindelijk uitgenodigd worden op een gesprek, sta jij in ieder geval niet met een mond vol tanden. De vraag is alleen: ben je eerlijk en geef je het echte antwoord of geef je exact hetzelfde antwoord als je concurrenten? Kies je veilig of wil je eruit springen? Hieronder de meest voorkomende sollicitatievragen, met ook nog eens het juiste antwoord. Wil je ons achteraf bedanken? Graag iets te eten dank u.

Noem een goede eigenschap van jezelf.
Antwoord: Ik ben heel erg goed georganiseerd en houd altijd het overzicht.
Echte antwoord: Ik hou van een biertje en maak graag een grove grap op z’n tijd. Ons huis is een bende maar we zijn gelukkig. En ik kan heel goed slapen. Overal. Op de gekste plekken. Dat kan ik echt heel goed. Eten kan ik trouwens ook heel goed. Heerlijk. Eten en slapen, mijn kerncompetenties.

Noem een slechte eigenschap van jezelf.
Antwoord: Ik ben perfectionistisch en kan m’n werk eigenlijk niet goed los laten. Ik heb de neiging om te hard door te werken, ook tijdens de vakantie en in het weekend.
Echte antwoord: Ik kan me doodergeren aan andere mensen, ben ongeduldig en kan vloeken als een dokwerker. En achteruit inparkeren kan ik ook nog steeds niet. Maar verder niks, want ik ben perfect. Jullie mogen blij zijn dat ik hier wil werken. Wat zijn jullie eigenschappen eigenlijk??

Als je bij ons bedrijf zou werken, wat is dan jouw meerwaarde voor het werkproces?
Antwoord: Ik ben een echte innovator, ik kan aan het begin van een nieuwe en abstracte klus snel een creatieve aanpak voorstellen.
Echt antwoord: mijn cupcakes zijn altijd een grote hit op het buurtfeest, ik denk dat ik ze ook op de werkvloer wil introduceren. Verder ben ik gevoelig voor kleur en houd ik werkarchieven bij via aan systeem met kleurcodering.

Wij hechten veel waarde aan flexibiliteit. Kan je een voorbeeld geven van een situatie waarin je flexibel was?
Antwoord: Ik kreeg twee uur voor de deadline van een leverancier te horen dat de levering niet door zou gaan. Ik heb toen een guerilla-actie onder mijn collega’s georganiseerd zodat we met zijn allen toch het target konden halen.
Echt antwoord: Toen ik vorige week tijdens de bikram in de king dancer pose stond.

Binnen deze functie moet je soms moeilijke beslissingen nemen. Kan je een voorbeeld geven van een moeilijke beslising die jij voor werk moest nemen?
Antwoord: Ja, ik heb indertijd een paar projecten om financiële redenen af moeten kappen en dat was heel moeilijk, vooral ook omdat ik dit nieuws zelf moest vertellen. Maar ik heb het wel gedaan en dat was echt een leermoment voor mij.
Echt antwoord: Ja, vanochtend nog. Ik stond voor mijn kledingkast en wist niet of ik onder deze jurk nou het beste pumps of peeptoes moest dragen. Toen heb ik foto’s gestuurd naar mijn vriendinnen en na veel wikken en wegen de knoop doorgehakt en de peeptoes aangetrokken. De pumps heb ik wel in m’n tas meegenomen voor als ik me halverwege bedacht. Of blaren kreeg.

Waar zie je jezelf over vijf jaar?
Antwoord: in een leidinggevende functie binnen dit bedrijf. Als ik deze baan in de vingers heb zou ik graag een leidinggevende functie hebben. Ik hou van teamwork, mensen motiveren, en ik ben niet bang om impopulaire maatregelen te nemen.
Echte antwoord: Liefst in een baan met meer geld zodat ik een groter huis en een grotere auto kan kopen en dure reizen kan maken. Daar zie ik mezelf het liefst. Op een ver strand met een cocktail in m’n hand. Als dat niet lukt zie ik mezelf lichamelijk uitgeput met op iedere heup een kind in de keuken staan terwijl ik zwetend naar de aangebrande kip in de oven staar. Het brandalarm gaat af en we moeten voor de vierde keer die week naar de snackbar.

Met welk dier vergelijk je jezelf?
Antwoord: Een golden retriever-pup. Ik ben vrolijk en enthousiast, heb zin in nieuwe dingen en weet anderen aan te steken met mijn enthousiasme.
Echt antwoord: WTF een dier? Serieus? Een kat. Gewoon het liefst de hele dag een beetje lui op de verwarming liggen slapen. Dat doe ik toch het beste, want ik ben van nature heel lui.

Waar ben je het meest trots op?
Antwoord: Dat ik een sterke jonge vrouw ben die weet wat ze wil. Ik ben goed in m’n werk en heb ook nog een heel leuk privéleven.
Echt antwoord: Dat ik elke ochtend toch weer m’n bed uit kom en er dan redelijk representatief weet uit te zien, ondanks het feit dat ik het gevoel heb een zware aanrijding te hebben gehad en het liefst nog drie dagen door zou slapen. Dat vervult mij elke dag weer met trots.

dinsdag 24 april 2012

Wc-etiquette

Werken op een kantoor met veel mensen zorgt soms voor vreemde dilemma’s. Een risicogebied is met name de wc. De kantine overigens ook, zo heb ik gemerkt, zeker wanneer een van de schoonmakers de tafel waaraan je zit vergelijkt met het krakende bed van zijn ouders, erbij vermeldend dat hij verwekt is in dat bed, om vervolgens zijn bezwete gezicht af te nemen met het doekje waarmee hij zojuist nog melkvlekken van tafel heeft staan boenen.

Deze schoonmaker is terecht zo bezweet, hij moet immers ook de wc’s schoonmaken waar ik soms vol afgrijzen op moet plaatsnemen. Een vriendin wees mij erop dat je op een festival blij mag zijn als je überhaupt de pleepot tussen de kluiten modder kan ontwaren, en dat relativeert een hoop op wc-gebied. Toch verwacht ik in een bedrijf met volwassen en niet dronken collega’s dat ze zonder moeite de wc vrij van allerhande geel-, bruin- of zelfs roodgekleurde spetters kunnen achterlaten. Onterecht, soms sta ik eerst de wc schoon te maken voor ik met ene gerust hart plaatsneem. Omdat ik vind dat mijn derrière beter verdient. Zeker omdat ik er de hele dag op zit. Dit is wel het minste dat ik voor haar kan doen.

Mijn neus ontzie ik trouwens ook graag, daardoor kwam ik op dit hele wc-geneuzel. Bij ons zijn twee wc-hokjes per verdieping voor de dames. Graag neem ik plaats in het hokje waar niet net iemand is geweest. Het hokje waar de bril afgekoeld is tot omgevingstemperatuur en, belangrijker nog, waar de poeplucht is weggetrokken. Dus kan het zijn dat ik een hokje binnenloop om vervolgens rechtsomkeert te maken en het aangrenzende hokje te kiezen.

Dan nu het dilemma: hoe doe je dat als de poeper zich nog in de ruimte voor de wc’s bevindt? Als de poeper haar handen wast en in de spiegel jou het hokje in ziet lopen? Je hoorde de stortbak vollopen, maar doordat beide deuren dicht waren wist je niet uit welk hokje het geluid kwam. Je wist het, mijn kansen zijn fifty-fifty, je waagde de gok, trok de deur open en… o nee, een warme poeplucht! Loop je naar binnen, kokhalzend van andermans lucht? Of draai je je om en kies je voor het andere hokje? Hoe beledigend is het als iemand jou te hard vindt stinken om in die lucht te gaan zitten?

Ik heb het me geprobeerd in te denken, hoe het moet voelen om op die manier beledigd te worden. Wat vraag je je dan allemaal af? Doet ze dat bij anderen ook of alleen bij mij? Maak je het bespreekbaar, de olifant in de kamer? Want reken maar dat je eraan denkt, de volgende keer dat je elkaar kruist in de gang. “Zij vindt dat mijn poep stinkt.” Erover klagen bij andere collega’s kan ook niet.

De gedachte gaf me een vreselijk gevoel, ik hoop dat zoiets me nooit zal overkomen. Daarom zal ik voortaan gewoon plaatsnemen, zelfs al ben ik nog zo bang dat die geur in m’n kleren gaat zitten. Het gevoel van schaamte, dat wens je je ergste vijand nog niet toe.

maandag 26 maart 2012

Ik heb geen baan

Dit is een gastcolumn van gastcolumnist De Z.


Donderdagavond, 5 voor 11. De laatste slok van de koffie moet ik altijd in m'n bekertje laten zitten, want die smaakt naar azijn. Nog even het draaiboek doornemen, webcam aanzetten, platen doorluisteren. Het nieuws gaat volledig langs me heen, net zoals gelukkig de reclame. Dan, 3 minuut en 17 seconden over 11. Klik. Jingle, plaat, radio!


Maar ik heb geen baan.


De jaren '70-hits schallen door de studio en de eerste bellers melden zich. De meeste telefoonnummers ken ik inmiddels uit mijn hoofd. Van de schreeuwer, die bij elke Michael Jacksonplaat vraagt of het 'niet een beetje rustiger kan!'. Van onze Friese vrachtwagenchauffeur, die met al onze spelletjes meedoet. En van J. uit 's Hertogenbosch, die weer eens niet op de titel van een liedje kan komen. De radio is vaak hun enige gezelschap in de lange nacht die komt. Gelukkig zorgen wij voor de sfeer.


Maar toch heb ik geen baan.


Ik zit wél vier keer in de week van half 11 's avonds tot 1 uur 's nachts in een radiostudio. Als producer (zeg maar: het mannetje achter de schermen) werk ik op ongure tijden bij onze staatsradio. Wat een droom! Jaren '80-platen, ik ken ze allemaal. Wie de technicus was bij Dark Side of the Moon, ik weet het. De nachtprogrammering van de landelijke radiostations, ik ken ze. En ik vind het fantastisch.


Want ik heb geen baan, ik heb een goed betaalde hobby.

donderdag 8 maart 2012

Banenrijkdom

Volgens het UWV is het aantal mensen dat afgelopen jaar een vast contract heeft gekregen 2000. Dat is een afname van 97% ten opzichte van het jaar daarvoor. Schrikbarend, maar duidelijk een echte crisistrend. Dat was vroeger wel anders, in ieder geval waren er genoeg bijbanen. Afgaande op het bedrag dat ik nog maandelijks naar Groningen overmaak zou je haast denken dat er tijdens mijn studie weinig gewerkt is. Niets is minder blijkt uit onderstaande rijke bloemlezing. En elke ervaring was er eentje hoor, een echte ervaring.

Roomboterbabbelaars verkopen in klederdracht
Veel te lange dagen werken, en veel te veel snoepen van het caramelkleurige Zeeuwse goud. Zoveel dat de klederdracht allang niet meer soepel viel. Verdiende heerlijk en leverde bovendien de mogelijkheid op om alle talen een beetje bij te houden tijdens het toeristenseizoen. Mijn foto zit nog wel in een paar Japanse vakantiealbums.

Doktersassistente bij een heul sjieke huisarts in Den Haag
Vroeg beginnen en vroeg klaar. De hele dag telefoontjes aannemen, afspraken inplannen, krabbels van de dokter ontcijferen en aan patienten uitleggen dat je eigenlijk geen diploma hebt en echt niet stante pede de oren van meneer kunt uitspuiten.

Schoonmaken in het ziekenhuis
Dankbaar maar ondergewaardeerd werk. Met prikkende ogen de afdeling neonatologie swifferen, met de ene hand je neus dichthouden en met je andere hand de stront van de tegels schrobben en racen met de bedden door het mortuarium. Oh en uitgekafferd worden door verpleging en artsen die geen enkele gelegenheid voorbij laten gaan om je te laten weten je eigenlijk een soort paria bent

Vakken vullen in een biologische supermarkt
Het zware pakken kwark en zuurkoolsap zeulen, speltbrood bakken en allerlei wazige types vertellen waar de linksdraaiende koudgeperste lijnzaadolie staat. Snel ontslagen, want ik was veel te oud en veel te duur.

Bijles Engels op de internationale school
Maar bijles geven betekende eigenlijk veel conversatie oefenen, teksten analyseren en praten over muziek. En veel muziek uitwisselen. En dat dan de leerling opeens verhuist naar een woestijn in Afrika en jij je cd's nooit meer terugziet. Verdiende wel genoeg om naast brood ook nog nieuwe cd's te kopen gelukkig.

Hoe heb jij tijdens je studententijd het hoofd boven water kunnen houden? Of heb je nog tips voor de studenten van vandaag?

woensdag 22 februari 2012

Acceptatieprobleem

Dit is een gastcolumn van Eef, die tegenwoordig gastcolumnist is

Onlangs zat ik op mijn werk aan mij bureau. Het was half tien ‘s ochtends. Een collega kwam binnenlopen en vroeg vertwijfeld of ik nu al met mijn hoofd op mijn bureau aan het bonken was. Ter verduidelijking, ik doe dat spreekwoordelijk wel eens. Als ik met een moeilijk probleem zit of net een reeks aan cryptische, management-procesachtige (voor)overlegjes heb gehad. Dan zeg ik na afloop tegen die collega dat ik even naar mijn kamer moet om met mijn hoofd ergens tegen aan te bonken.

Helaas, ik moet echt zeggen helaas, was dit op dat moment echter niet het geval. Sowieso heb ik nog nooit echt ergens met mijn hoofd tegenaan gebonkt. Niet bewust althans, of met opzet. Meestal haal ik op radeloze momenten een kop koffie en ga stug verder met werken. Op het bewuste moment dat mijn collega binnenkwam zat ik voorovergebogen over mijn mobiele telefoon. Met bril. En omdat ik nog steeds niet veel zag boog ik steeds verder voorover en tuurde ik naar de kleine letters op mijn kleine beeldschermpje. En dus dacht mijn collega dat het niet goed met me ging.

Dat bracht ons gesprek op oud worden. Ik zie eigenlijk vrij weinig zonder bril. Maar toch heb ik mijn bril alleen op als het echt nodig is. Op andere momenten loop ik half blind en zonder bril rond. Dat heeft te maken met ijdelheid en met het feit dat ik niet in staat ben lenzen bij mezelf in te doen. Ik accepteer op sommige momenten dat ik oud word en op andere momenten accepteer ik dat ik dingen niet zie en mensen niet herken. Ik bevind mijzelf waarschijnlijk in de twilightzone van de acceptatie van het verval.

Want dat verval heeft nu daadwerkelijk ingezet. Ik krijg rimpels, ik heb mijn slaap hard nodig en ik word grijs. Ik stond een paar weken geleden voor de spiegel en zag bij mijn slapen en bovenop mijn hoofd duidelijke plukken grijs haar. En omdat ik blond ben valt het mensen minder op. Maar ik heb het verval zien intreden. Ook zonder bril.

Ik heb moeite om het te accepteren. Ik zou denk ik nog liever met mijn hoofd tegen mijn bureau bonken dan oud worden. Maar als ik maar hard genoeg bonk word ik sowieso niet heel oud. Heb ik ook geen acceptatieproblemen meer.

dinsdag 3 januari 2012

Nieuwjaarszoenen

Met Lein stond ik zojuist bij ons in de kantine en daar hebben wij onze nieuwjaarszoentactiek geperfectioneerd. Zo'n beetje iedereen wil zoenen, maar wij zijn daar niet zo van gediend. Waarom wel zoenen met en gezoend worden door mensen met wie je de rest van het jaar amper spreekt? Nou dan.

Daarom hier een paar handige tips om de eerste dagen van het nieuwe jaar zonder jeukende wangen door te komen.

Tip 1:
Blijf trouw aan jezelf. Dat is sowieso een heel goede tip, ook voor de rest van het jaar. Als je niet wilt zoenen, zoen dan ook echt niet. Wil je dat wel, leef je uit. Neem desnoods die afstandelijke collega in een armklem en zoen hem! Misschien heb je al jaren een oogje op die ene stille man met die dromerige ogen? Dit is je kans, zoen! Wie weet wat ervan komt. Wel eerst even toestemming vragen aan de afdeling personeelszaken, anders kan je ontslagen worden en dan krijg je geen winstdeling en geen werkgeversbijdrage en dat soort vervelende dingen. Dus: Blijf trouw aan jezelf, maar pas ook goed op.

Tip 2:
Zoen, als je geen echte weigeraar bent, selectief. Hier hoef je je echt niet voor te schamen. De ene collega ken je beter dan de andere, je spreekt de een elke dag, je maakt er grappen mee en ze weet hoe je partner en/of huisdier heet. De ander zie je alleen af en toe in het voorbijgaan en eigenlijk is dat al veel te intensief. Dat geeft niet. Zelf werd ik op een onbewaakt ogenblik gezoend door een overenthousiaste collega die ik zelden zie, dat zette de boel meteen weer op scherp. Niet doen dus, en meteen door naar die charmante buurvrouw van haar met wie je altijd luncht, wandelt, roddelt. Collega's die zich gepasseerd voelen hebben een bord voor hun hoofd. Onthou dat. Zelf heb ik buiten dit incident alleen maar bewust gekozen gezoend.

Tip 3:
De tactiek. Bij mensen die je wilt zoenen is het simpel. Je geeft hen eerst heel schijnheilig een hand, dan trek je het slachtoffer met een ferme ruk naar je toe. Meestal zijn ze dan zo verstijfd dat je wel drie zoenen in het gezicht kunt planten. Op de mond is een gewaagde strategie, door mij nog nooit toegepast, ervaringen hoor ik graag. Wat het niet-zoenen betreft: als de ander ook niet wil is het eenvoudig: je geeft een hand, een wens en klaar.
Dan nu het treffen van een zoener en een niet-zoener: steek je hand uit, schud. De ander leunt in, hou je arm gestrekt. Meestal is het gevaar dan reeds afgewend. Buigt de tegenstander verder door, wend dan je gezicht af of, een strategie die ik zelf in allerhande situaties toepas, ga praten. Praat alsof je leven ervan afhangt, het maakt niet uit waarover. De gestrekte hand en de pratende mond, een knappe jongen die je dan nog zoent.

Succes!

woensdag 21 december 2011

Solliciteren

Geachte heer/mevrouw in wiens handen mijn lot ligt,

graag reageer ik op uw vacature. Mijn naam is Han, ik ben niet te jong, maar ook zeker niet te oud en ben woonachtig op maximaal één uur reizen van uw bedrijf. Ik heb een waardeloze opleiding achter de rug, maar wél een universitair diploma op zak. Hierdoor ben ik waarschijnlijk te hoog opgeleid voor uw functie, maar dat luxeprobleem vergeten we voor het gemak even.

Toen ik uw vacature zag, wist ik direct dat ik móest reageren. Deze baan is mij namelijk op het lijf geschreven. Ik kan een aardig riedeltje schrijven, kan ook best goed projectmatig werken en vind het leuk om evenementen te organiseren. Ik kan goed zelfstandig werken, maar functioneer ook uitstekend in een team. Natuurlijk bent u op zoek naar een kandidaat die goed planmatig en gestructureerd te werk gaat. Dan bent u bij mij aan het juiste adres. Uiteraard werk ik ook weer niet zó gestructureerd dat ik er inflexibel van word. Ik pas mij gemakkelijk aan elke onverwachte gebeurtenis aan.

Hopelijk bent u na deze brief benieuwd naar mijn persoontje. Meer informatie vindt u in bijgevoegd curriculum vitae. Ik smeek u, nodig me uit op gesprek, want uiteraard ben ik bereid om een en ander in een persoonlijk gesprek toe te lichten. Mijn grotemensenleven staat op het punt te beginnen, en daar hoort een Echte Volwassen Baan bij. Mijn hoop is op u gevestigd.

Met hulpeloze groet,

Han

vrijdag 9 december 2011

Graag uw aandacht voor het volgende

Kaassouffle schep(st)er V/M

Functieomschrijving

Start People Inhouse Services is opzoek naar kandidaten uit de omgeving van Houten voor de organisatie Royaan in Wijk bij Duurstede.

Als kaassoufflé schep(st)er ben je verantwoordelijk voor het scheppen en controleren van diverse soorten kaassoufflés. Vanuit de productieafdeling worden de kaassoufflés aangevoerd. Met een kaassouffléschep vul je verschillende formaten dozen. Deze dozen zijn zowel voor de retail (kleine doosjes), horeca als groothandel (grote dozen). Het is belangrijk dat je een goed concentratie vermogen en een goede oog-handcoördinatie hebt.

Aanbod

- een baan voor langere tijd
- zowel fulltime als parttime mogelijkheden
- een aanzienlijke salarisverhoging na 26 weken
- een droge schone werkomgeving
- werken met een gemotiveerde club vrouwen

Ervaring

-goede oog-handcoördinatie
-goed concentratievermogen
-snel reperterende werkzaamheden kunnen en willen verrichten
-per direct beschikbaar
-een grote dosis motivatie
-bijvoorkeur in het bezit van een auto (ivm flexibiliteit)

maandag 14 november 2011

Kerstpakket

Een nieuwe collega vroeg aan mij of we bij ons op werk ook een kerstpakket krijgen. Een terechte vraag, want zoiets is nu eenmaal heel belangrijk. Ja, we krijgen een kerstpakket, gelukkig maar. Je kan ook kiezen voor een gift aan het goede doel, maar ik verkies een kerstpakket boven een gift.

Sommige mensen klagen over het kerstpakket. Dat het ieder jaar weer een bittere teleurstelling is. Onbegrijpelijk. Het is ieder jaar toch een feest om een kerstpakket op te halen, mee naar huis te nemen, open te maken? Zelf laat ik mijn pakket ongeopend als ik nog op werk ben en ik heb mijn meneer laten bezweren dat hij dat ook zal doen. Wanneer de kerstpakketten zijn uitgereikt loop ik bijna niet meer door ons kantoor, uit angst een glimp op te vangen van de inhoud van het pakket. Andere collega's zetten zomaar overal onderdelen van het pakket neer, waar ik ze kan zien. Of trekken het aan! Dan ren ik door het pand naar het kopiëerapparaat en haal ineengedoken een kop thee.

Het leukste aan het kerstpakket is namelijk het thuis openmaken. De pakketten staan op de grond, de katten ruiken eraan en de meneer kijkt lachend toe. Twee glanzende dozen in kerstpapier, soms zelfs een houten kistje (de meneer haalt alvast de wijngids van Hugh Johnson uit de kast). En dan... de schaar! Rats rats, woest scheur ik de dozen open, zaagsel vliegt om m'n oren, de katten springen in de doos, in het zaagsel en rennen ermee door de kamer. Hoera een blik uiensoep! Hoera een houten spel! Hoera opbakbrood! Hoera een kortingsbon voor Landall Greenpark! Hoera een pot jam! Toastjes! Thee met een rare smaak! Langhoudbare paté! Glühwein! Iets voor in de badkamer dat ik niet meteen kan thuisbrengen, hoera! Binnen één minuut is alles uitgepakt en bekeken, het zaagsel ligt door de hele woonkamer en de katten zien er witbesneeuwd uit. Vermoeid maar tevreden zak ik onderuit op de bank, starend naar mijn schatten.

Is het al kerst? Ik heb er zin in!

dinsdag 8 november 2011

Oud?

Weet je wanneer je je oud voelt? Als je een stagiaire hebt. Ik wel in elk geval. Bij mij op werk lopen er een paar rond, allemaal een jaar of 21. Waar ik me oud door voel is dat ik bepaalde dingen moet gaan uitleggen.

Vorige week nog, toen begon ik over het concert in Ahoy dat New Kids on the Block samen met de Backstreet Boys gaan geven. Mijn stagiaire dacht dat NKOTB agressieve Brabantse jongeren met matjes zijn. Toen moest ik dat toch even rechtzetten en stuurde haar een foto van mijn puberhelden. En meteen ook maar een van marky Mark and the Funky Bunch. Ze keek er vol ontzetting naar.

Vriendin M. begreep niet dat iemand dat niet kende, tot ik het haar voor rekende: Zij is 21. Wij waren toen 12. Dat is 21 jaar geleden. Vervolgens bleef M. heel lang stil aan de andere kant van het wereldwijde web. Ik denk dat ze, net als ik zachtjes huilde.

Wat ook niet hielp was het meisje aan de lunchtafel. Ik vroeg of ze nog studeerde en wat dan. Maar ze was net klaar met school (bejaarden kunnen ook nooit leeftijden inschatten) en wist nog niet wat ze ging doen en nu werkte ze één dag in de week bij ons. "Wat heerlijk!" kakelde ik, "je kan dus nog alle kanten op!" Volgens een collega gaf ik nu wel de indruk vast te zitten in mijn baan en stiekem zelf iets anders te willen.

Dat bedoelde ik niet, maar zou dat toch zo zijn? Zou ik stiekem jaloer zijn op de jonge stagiaires die nog alle kanten op kunnen en geen weet hebben van de zingende mietjes van NKOTB...?

dinsdag 18 oktober 2011

Bij elkaar blijven voor de kinderen

Werken in een kantoortuin is enerverend en voordelig. Het is gezellig met collega's, je kan elkaar als het nodig is snel om advies vragen en roddels over andere afdelingen gaan als een lopend vuurtje. Het wordt wel wat vervelend als bijvoorbeeld je buurvrouw het verschil tussen werk- en privégesprekken niet helemaal doorheeft. Of als een collega twee bureaus verderop een heel emotioneel relaas over haar ontvoerde huisdieren begint. Of haar emails hardop gaat voorlezen.

Dat leidt allemaal veel af. Vooral als je transatlantische telefoongesprekken aan het houden bent of wanneer er 700 bladzijden met correcties van een bijbelvertaling Aramees op je liggen te wachten. Gelukkig kan je je tegen overtollig omgevingsgeluid redelijk wapenen. Gelukkig maar want concentratie vasthouden is niet echt mijn forte. Mijn wapen in de strijd tegen rumoerige werkomgeving heet BBC radio 3, en vooralsnog zijn updates van flash player nog niet uit het kantoor verbannen door de ICTmannetjes. Fingers crossed dus maar.

Maar soms zijn oordopjes en liederen van Schubert niet genoeg. Dan komt er een gesprek binnen dat niet alleen je trommelvlies maar ook je hart en je traanbuisjes laat trillen. Vandaag begon een collega over haar huwelijk. Daar gaat het wel vaker over, het gaat namelijk niet zo goed tussen haar en haar man. Dan vertelt ze over dingen die haar man zegt of doet. De kantoortuin reageert dan verbaasd en met open mond. Wat een eikel. Dat je daar nog bij blijft. Dat pik je toch niet? Hij haalt je naar beneden. Dit is geen gelijkwaardige relatie. Zij lacht zijn onvolkomenheden dan weg en mompelt iets als: “ach, maar ik ben ook geen gemakkelijk mens”. “hij heeft wel boodschappen gedaan toen ik ziek was” en “hij is heus ook wel heel lief”.

Dit gesprek was anders. Het ging over het effect van het slechte huwelijk op de kinderen. En of bij elkaar blijven voor de kinderen wel bestaat. De ongelukkig getrouwde collega dacht dat ze er alles aan deed om haar twee kinderen te beschermen tegen de spanning en stress die de huidige situatie met zich meebrengt. Ze merkt er zelf in ieder geval niks van dat haar kinderen beschadigd zouden zijn. Ze zijn immers 8 en 10 jaar oud. Nog zo jong.

Ik voelde het bloed naar mijn wangen stijgen, mij hartslag oplopen en wilde haar door elkaar schudden. Wat denk je wel niet? Dat je dochters achterlijk zijn en niks doorhebben? Natuurlijk is er iets kapot gemaakt. Bij elkaar blijven voor de kinderen bestaat niet, je bent ze nu pijn aan het doen zonder dat je het zelf doorhebt.

Maar ik zei niks. En terwijl ik begreep dat ik ondanks haar enorme naieve instelling, niet twijfel aan haar oprechtheid, realiseer ik me dat er dingen zijn waarvan ik dacht dat ik ze beter verwerkt had.

dinsdag 30 augustus 2011

De toon en het talent

Misschien ligt het aan mij, misschien aan de kringen waar ik mij in begeef, de mensen die ik ken of de mensen waarmee ik in aanraking kom of misschien is het een verschijnsel van deze tijd, maar het valt mij op dat mensen zo vaak schaamteloos zichzelf aanprijzen.

Ik ben op LinkedIn lid van een aantal groepen. Dat is soms handig om op de hoogte te blijven van congressen of discussies. Onlangs vroeg binnen één van die cursussen iemand om een docent, gespecialiseerd in een bepaald juridisch gebied. Ik zal niet weggegeven om welk gebied het gaat, om de privacy van de deelnemers en de mensen die reageerden te kunnen waarborgen.

Er kwamen op die oproep een aantal reacties binnen. Die reacties zijn openbaar, iedereen kan ze lezen en ik krijg ze ook nog eens in mijn mailbox op het moment dat er gereageerd wordt. Eén van de reacties was vrij nuchter. Iemand vertelde waar hij gespecialiseerd in was en hoeveel jaar werkervaring hij had. Een andere reactie was minder bescheiden en anders van toon. De persoon in kwestie zetten uitgebreid uiteen wat hij allemaal kon en had het over zijn ervaring met de zin: “ik heb het allemaal in mijn rugzakje zitten.”

Toen kwam de volgende zin: “Ik beweeg mij soepeltjes en met enige gretigheid heen en weer tussen [rechtsgebied A] en [rechtsgebied B]”

Dat vind ik dus, tja, een rare zin. Ik krijg er jeuk van. Ik vind het een beetje té. Als mensen mij vragen te spreken over iets, dan zeg ik hooguit “daar kan ik wel iets over vertellen”. Ik ga niet vertellen dat ik mij soepeltjes beweeg tussen het ene en het andere onderwerp. En al helemaal niet met gretigheid.

Ik weet dat in Nederland mensen vaak vals bescheiden zijn. Onder andere ook omdat zelfvertrouwen niet zo op prijs wordt gesteld. Als mensen wel openlijk spreken over hun kunde en successen wordt daar wat schamper op gereageerd. Daarna komt er dan iets van een opmerking met het woord ‘maaiveld’ erin. Lees meer over dit fenomeen in een stukje dat Caar hierover schreef.
Ik vind dat er niets mis is met zelfvertrouwen en ook niet met het verkopen van jezelf. Toch heb ik soms moeite met mensen die zichzelf zo weten aan te prijzen. Ik weet niet wat het is dat me tegen borst stuit bij de reacties op de oproep op LinkedIn. Misschien is het de toon van de reactie en had ik het minder erg gevonden als de woorden ‘soepeltjes’, ‘gretigheid’ en ‘rugzakje’ weg waren gelaten en gewoon gezegd was dat iemand verstand had van het een of andere door jarenlange werkervaring en studie.

Persoonlijk huur ik iemand met meer gretigheid in als hij blijk geeft van wat meer nuchterheid.

dinsdag 16 augustus 2011

Dilemma's en angsten

Naarmate ik ouder word merk ik dat ik steeds vaker even kijk wat mogelijke vluchtroutes zijn vanaf de plek waar ik mij bevind. Het begint geen ziekelijke vormen aan te nemen en het zal wel iets te maken hebben met leeftijd. Hoop ik.

De vluchtroutes direct vanaf mijn huidige werkkamer zijn niet best. Ik werk op een zolder die slechts te bereiken is via een steile trap aan het einde van een lange gang. Kom ik die trap niet meer af dan kan ik kiezen voor drie ramen. Vanuit alle drie de ramen kom ik in een dakgoot terecht. Onder de dakgoten een gapend diepe afgrond. In volslagen paniek is het maar hopen dat ik, met hoogtevrees en pumps, mijn evenwicht weet te houden. Hopelijk niet tevergeefs wachtend op hulp. De ene dakgoot hangt namelijk boven een binnenpleintje, de andere twee boven de vrijwel onbereikbare achtertuin van het pand.

Kom ik de trap wel af dan heb ik verschillende opties. Als ik de gang niet meer door kom dan kan ik mij uit de ramen van twee aan de gang grenzende kamers gooien. De val is denk ik een metertje of twaalf. De plek waar ik neerkom waarschijnlijk hard (een dakje of een betegeld binnenpleintje).

Kom ik de gang wel uit dan kan ik in het gunstigste geval links een trapgat in en vier etages naar beneden rennen. Even niet mijn sleutels vergeten anders kom ik het pand niet uit. Dat trapgat is sinds enkele dagen versperd door een steiger i.v.m. schilderwerkzaamheden. Dus moet ik nu rechts een lange kronkelige gang door. Links en rechts heb ik dan de mogelijkheid me via verschillende kamers en ramen het pand uit te gooien.

Als ik geluk heb haal ik dan na flink wat rennen een ander trapgat. De trap daar is geheel opgetrokken uit mooi brandbaar ongelakt hout. Ik vrees dus dat dat trapgat geen optie is.

Mijn kamergenoot vertelde gister verheugd dat er wel een vluchtmogelijkheid is aan het einde van de gang en dus voordat het houten trapgat zich aandient. Daar zit een wc’tje en kan ik, of kunnen wij (waarschijnlijk zijn mijn kamergenoot en ik samen tenzij zij net even koffie halen was) via een raam een dakje op dat ingeklemd ligt tussen ons pand en het buurpand. Op dat dakje ligt een ladder. Maar ik heb al gezien dat die ladder de aangrenzende dakrand niet gaat halen. Ik kan mij met mijn geringe lengte nooit optrekken aan de dakrand van het pand van de buren. En ik heb hoogtevrees, dus die ladder wordt sowieso niks. En verder heb ik waarschijnlijk een jurk aan en pumps.

En dus splitsen de wegen van mijn kamergenoot en mij zich hier. Zij gaat met de ladder het dak van de buren op (waar ze waarschijnlijk angstig kan gaan zitten wachten op a) hulp of b) het moment dat ze uit paniek van het dak af springt of c) het moment dat ze in paniek wordt verzwolgen door de vlammen.)

En ik doe precies hetzelfde een etage lager op dat dakje bij de wc. Zal ik een legging klaarleggen in de wc zodat ik niet in mijn onderbroek spring/val/gered word door een helikopter/hoogwerker als dat uur genaderd is? Dilema’s. En angsten. Dat ook.

NB: Ik bedenk me ineens hoe dat dakje eruit moet zien als alle mensen van de bovenste twee etages geen trapgat meer hebben om door te vluchten. En hoe lang zal het duren voordat iemand met zijn goede pak gaat zitten op dat natte vieze dakje? En wie mag er als eerste mee met de hoogwerker als normaliter alles op ancieniteit gaat?

maandag 9 mei 2011

Op zoek naar jezelf

Ik wil een andere baan. Een burnout en 3 jaren zoeken later is dat nog niet gelukt. Goed, daar kun je een tijdje zielig over gaan doen maar dat houd je ook niet lang vol. Daarom heb ik besloten om dit jaar mijn vakantiegeld uit te geven aan een loopbaancoach. Want ik heb eigenlijk geen idee wat ik wil, laat staan dat er een idee is waar ik die nieuwe baan zou kunnen vinden.


Via via kwam ik terecht bij een dame die al jaren lang hogeropleide vrouwen met een dertigersdillema helpt hun identiteit op de arbeidsmarkt te vinden. Het kennismakingsgesprek met haar was prettig, wel een beetje zweverig maar niet op een vervelende manier. Ik besloot met haar in zee te gaan. En dat heb ik geweten.

Intensieve gesprekken volgden. Kapot en bezweet verliet ik de eerste sessie. Toen wist ik nog niet dat ik zoveel energie kwijt zou zijn aan het maken van de huiswerkopdrachten. Voor de eerste opdracht, waarin ik succesvolle activiteiten uit mijn leven waarbij ik me in mijn elemement voelde moest beschrijven, had ik meer dan twee keer zoveel tijd nodig dan dat er voor deze opdracht stond. Letterlijk bloed, zweet en tranen. Meneer S kwam naast me staan toen ik snikkend mijn huiswerk probeerde af te ronden en zei: “Misschien moet je het gewoon inleveren in plaats van proberen het helemaal perfect te doen”.


Ik ben nu halverwege het traject en het begint nu allemaal een beetje vorm te krijgen, ookal heb ik nog steeds geen enkel idee hoe de coach uit al die wirwar van informatie en data een duidelijk beeld van een leuke baan voor mij zou kunnen krijgen. En daar ligt tegelijkertijd een beetje de angst. Nu heb ik begeleiding, maar straks zit ik weer alleen achter de computer vacaturesites af te speuren. En wat nou als er straks een advies komt waar ik me helemaal niet in kan vinden? Of dat ik een advies krijg waar ik niks mee kan. Iets van: word redacteur bij een feministisch tijdschrift over vogels. Het is allemaal veel te spannend.

Is dit het dertigersdillema waar iedereen het nou over heeft? Het “wat wil ik nou echt en wat moet ik met mijn leven?”-gevoel. Want misschien moet ik dan alvast maar gaan hopen dat ik snel 40 word.

donderdag 21 april 2011

Vacature Bachkoor Holland

Beliefsystem Inc. is een bedrijf van internationale allure in de publieke sector, met een eeuwenoude traditie. In verband met een kaakbreuk zijn wij voor onze afdeling wereldreligies per direct op zoek naar een

Jezus (m/v)

voor 0,8 fte

De afdeling wereldreligies is een ernstig krimpende tak binnen ons bedrijf, dat gespecialiseerd is in massahysterie.

Wie ben jij?

• Aantoonbare ervaring in wijnmakerij
• Opgewekt type
• Niet bang om opstandig te zijn
• Leidinggevende capaciteiten
• Ervaring met vissen en schubben
• Niet bang voor water
• Charismatisch, een mensen-mens
• Evaring met Aramees en Bijbels Hebreeuws is een pre
Kennis van het Oude Testament strekt tot aanbeveling, evenals de bereidheid jong te sterven.

Dit bieden wij:

• Werken in een dynamische organisatie
• Marktconform salaris
• Een kudde om te hoeden
• Doorgroeimogelijkheden
• Interne opleidingen (denk hierbij aan houtbewerking, spreken in het openbaar, EHBO)
Je komt te werken in een team van maximaal 12 personen. Het is onze intentie om de meest geschikte kandidaat een contract voor de eeuwigheid aan te bieden.

Ben jij charismatisch, niet bang om fouten te maken, heb je een vadercomplex en ben je maximaal 33 jaar oud? Neem dan contact met ons op. Bij gelijke geschiktheid gaat onze voorkeur uit naar een man. Neem voor meer informatie contact op met onze afdeling HR via HR@BSI.com. Acquisitie n.a.v. deze advertentie wordt zeer op prijs gesteld.

maandag 21 maart 2011

Een week waarin alles en iedereen lijkt te falen

Er zijn van die dagen dat niets of niemand in dit land lijkt te werken. De hele week door loopt minstens twee keer per dag mijn computer vast. De helpdesk komt niet verder dan opnieuw opstarten. Nu.nl is onbereikbaar.

Ik heb maandagochtend mijn kind afgegeven op de crèche met de mededeling dat ze afgelopen weekend niet echt wilde slapen, ze wel moe zal zijn en ze haar maar tijdig in bed moeten leggen, ook als ze haar ogen niet dicht wil doen. Ik kom haar om vijf uur ophalen en een andere leidster vraagt me of het nieuw beleid is dat ze mijn dochtertje minder moeten laten slapen. Ik snap niet wat ze bedoelt en leg uit wat ik gezegd heb. Blijkbaar heeft de dame van die ochtend mijn instructies verkeerd begrepen. Ze waren volgens mij niet voor meerdere uitleg vatbaar, maar ok. Kind is moe.

Mijn geliefde probeert voor de zoveelste maal meerdere instanties te bereiken maar niemand reageert. Eén secretaresse presteert het zelfs te melden dat ze naar aanleiding van zijn telefoontje de week ervoor een notitie voor haar baas heeft gemaakt maar nog geen schriftelijke reactie op de notitie heeft binnengekregen.

Op weg naar huis zijn in de tram de automaten van de chipknip stuk. Er dreigt een nucleaire ramp.

Dinsdag kom ik aan bij de apotheek waar het zo druk is dat ik na een half uur, zonder te zijn geholpen, weer weg moet lopen omdat ik anders de afspraak op het consultatiebureau mis. Op het consultatiebureau blijkt mijn afspraak wel in het boekje maar niet in het computersysteem te staan. Ik kan uiteindelijk worden geholpen maar het gaat allemaal niet eenvoudig. Bij de supermarkt op de terugweg blijkt van alles op te zijn. De apotheek heeft nog steeds een rij (en de nummertjesmachine werkt niet) en dus duurt het een half uur voordat ik mijn spullen heb.

Op woensdag belt eindelijk iemand terug die we al een week elke dag hebben gebeld. Drie spotjes in de keuken gaan stuk. Als de zon door het raam schijnt blijkt deze enorm vies te zijn. Ik had de glazenwasser toch gevraagd elke maand álle ramen te wassen? De basilicum is al drie weken structureel uitverkocht.

Op donderdag blijkt op weg naar huis een onderdeel van mijn fiets af te breken. De rechter rem doet het ook niet meer en terwijl ik al fietsend aan mijn man probeer uit te leggen dat mijn telefoon uit zichzelf een sms verstuurde waarin stond dat ik in de bios zat terwijl ik probeerde de telefoon op te nemen, word ik bijna aangereden door een auto.

Drie weken te laat neemt de VN een resolutie aan inzake Libië. Het houtblok in de open haard wil niet branden.

Op vrijdag probeert mijn man nieuwe fietsen te bestellen via internet. Twee fietsen tegelijk kun je niet bestellen, dat kan het systeem niet en aan en dus moet het per stuk. Omdat geld overboeken van de spaarrekening twee dagen duurt kunnen we er maar één met ideal betalen. De andere fiets wil hij met creditcard afrekenen maar daarvoor hebben we niet de juiste pincode bij de hand. Aankoop van de tweede fiets wordt uitgesteld. Hij heeft die vrijdag een afspraak staan die na een half uur wachten verkeerd genoteerd blijkt (door de betreffende instantie).

Er zit papier vast in de printer. Na twintig minuten prutsen doet hij het weer maar print eerst de driehonderd pagina’s tellende (vastgelopen) opdracht van een collega.
Twitter loopt vast. Het bier is op.

Er zijn van die momenten dat je maar beter met een deken over je hoofd in bed kunt gaan liggen, hopend dat je dochter die nacht niet twintig keer haar speen kwijt raakt en de rest van de problemen zichzelf oplost.

dinsdag 15 maart 2011

De beveiliging

Het is maandagmorgen half acht. Ik heb zojuist mijn kind afgegeven bij de crèche en ben op weg naar mijn werk. Ergens dit weekend ben ik mijn sleutelbos kwijtgeraakt met daaraan ook het pasje van mijn werk. Ik kan dus niet zelf door de dienstingang binnenkomen en als er niemand in de buurt is zal ik dus om moeten lopen naar de hoofdingang waar de portier zit. Gelukkig zie ik dat de ‘man van de koffieautomaten’ er is. Ik klop op het raam en hij laat mij binnen. Ik leg hem nog uit dat ik hier werk en mijn sleutels kwijt ben en dat ik dus geen wildvreemde ben. Daarop antwoordt hij "Zo wild ben je nou ook weer niet." Ik sta met mijn mond vol tanden maar ben gelukkig binnen.

Het is woensdagochtend half acht. Ik heb wederom mijn kind net weggebracht en ren weer naar mijn werk. Ik ben nog steeds mijn sleutels kwijt maar gelukkig is daar weer ‘de man van de koffieautomaten’ en dus kom ik zonder problemen binnen.
Ik zit nog niet op mijn plek of de telefoon gaat. Het is de beveiliging, wat ik toch aan het doen was bij de deur. Ik leg de situatie uit en vraag meteen of ik bij hen een nieuw pasje kan regelen. Dat kan zeker, maar ik mag niet zo maar naar binnen worden gelaten door ‘Jan en alleman.’ Ik werp tegen dat ik hier toch werk en dat zij mij zelfs hebben herkend op de camerabeelden en dat ik toch best naar binnen kan worden gelaten door iemand die weet dat ik hier werk. Nee, dat mag niet. Ik kan die middag een nieuw pasje ophalen en ze zullen ‘de man van de koffieautomaten’ aanspreken op zijn gedrag. Ik protesteer nog en zeg dat hij alleen de deur heeft opengedaan omdat ik dat vroeg, maar het helpt niet.

Gelukkig kom ik in de lift de man weer tegen en kan ik hem vertellen dat de bewaking hem gaat bellen. Hij is niet echt onder de indruk en zal het wel zien. Bij de receptie vraag ik die middag om een nieuw pasje. Als ik uitleg dat ik mijn oude pasje kwijt ben antwoordt de dame achter de balie alleen maar met "dan heb je een probleem." Ik kijk haar verbaasd aan. In mijn beleving kan geen sprake zijn van een onoverkomelijk probleem aangezien ik hier gewoon werk en niet de eerste zal zijn die zijn pasje kwijtraakt en ik heb begrepen dat ik bij betaling van vijftien euro een nieuw pasje krijg. Uiteindelijk blijkt het probleem inderdaad relatief en worden mijn naam en nummer genoteerd en zal ik worden teruggebeld als mijn pasje klaar ligt.

Gelukkig is dat die middag al en kan ik nu weer gewoon naar binnen. De man van de koffieautomaten is officieel berispt maar kan er niet echt mee zitten.

woensdag 19 januari 2011

Printer

Dit is een waar gebeurd verhaal. Er was eens een werkplek waar mensen werkten die eigenlijk de hele dag niets anders deden dan lezen, stukken tikken over de dingen die ze hadden gelezen, en die stukken dan printen. De hele dag ging dat zo door: lezen, tikken, printen. Dit was de kernactiviteit van de organisatie waarvoor ze werkten. Zonder het verrichten van deze acties zouden ze hun werk niet goed doen en zouden de mensen buiten die organisatie die zaten te wachten op die getikte stukken, erg teleurgesteld zijn.

Voor een aantal werknemers van die organisatie was, ten behoeve van die werkzaamheden, een printer neergezet. Die printer stond op een gang en werd gebruikt door zeven mensen. Die zeven mensen werkten allemaal dicht bij die printer en maakten er allemaal heel regelmatig gebruik van.

De printer was niet geavanceerd of modern maar voldeed prima. Als één van de werknemers iets wilde printen drukten ze in hun word-document op het knopje ‘print’ en dan hoorde ze de printer aanslaan. Als het papier op was hoorden ze de printer piepen en ging iemand het papier aanvullen. Alle zeven mensen waren blij met hun printer en met de manier waarop zij die printer deelden.

En toen hing er op een dag een briefje bij de printer. De printer zou die week worden weggehaald en worden vervangen door een moderner exemplaar. Een exemplaar dat zo breed was dat het (wegens brandveiligheidsvoorschriften) niet meer in die gang kon staan. Deze nieuwe printer zou op een andere plek in het gebouw komen te staan waardoor de zeven mensen verder moesten lopen en de printer met meer mensen moesten delen. Iedereen was in rep en roer want niemand wilde een nieuwe printer. De oude printer voldeed nog prima aan de eisen en niemand wilde verder lopen voor zijn printjes. Telefoontjes met de afdeling Automatisering mochten niet baten. De printer was oud en moest weg. Het was de laatste in zijn soort en alle andere nieuwe printers waren in onderhoud bij een extern bedrijf en dat er ergens nog een printer stond die anders was en niet in onderhoud door externen ‘kon niet meer’. Waarom het niet kon, kon de afdeling Automatisering niet zeggen. Wel konden ze vertellen dat de nieuwe printer veel beter was. Je kon er bijvoorbeeld veel meer mee. Je kon er een velletje papier mee inscannen, dat opslaan als pdf en dan mailen naar jezelf. De oude mensen die gebruik maakten van de printer begrepen het niet. Waarom zouden ze een velletje papier dat ze in hun handen hadden scannen en naar zichzelf mailen? Ze wilden alleen maar printen. Op een zo eenvoudig mogelijk apparaat waarbij niet eerst een hele menustructuur op een touchscreen moest worden doorlopen als het papier op was. Waarbij je niet dertig groene hendels moest verplaatsen als er ergens een papiertje vast liep. Waarvoor je geen kilometers hoefde te lopen.

Maar het mocht niet baten. Er moest een nieuwe printer komen want dat was beter. Voor wie het beter was kon Automatisering niet vertellen. Toen het protest onder de medewerkers grote vormen begon aan te nemen werd in een overleg op hoog niveau (de directeur bedrijfvoering kwam langs) verteld dat de oude printer intervenieerde met het computernetwerk. Dat daardoor het netwerk vast liep. Dat is best knap voor een printer, vonden de zeven gebruikers. Verder was de kleine printer veel duurder in gebruik. Een printje was wel drie keer goedkoper op de geavanceerde pdf-machine met het touchscreen en de groene hendels. Imposante informatie van de afdeling Automatisering maar ook volkomen oncontroleerbaar voor de zeven medewerkers. Zij konden geen keiharde cijfers inbrengen tegen de acties van Automatisering, zij konden zich slechts verweren met hun behoefte aan een printer op loopafstand. Automatisering won de strijd om de printer. Op een nacht werd hij afgevoerd en was het enige dat nog herinnerde aan zijn bestaan een losse netwerkkabel op het tapijt.

dinsdag 11 januari 2011

Zestien weken

Na zestien weken ben ik gister voor het eerst weer aan het werk gegaan. Zestien weken, vier maanden, het klinkt als een eeuwigheid. En het is het eigenlijk ook. Ik ben nog nooit van mijn leven zo lang vrij geweest.

Sommige mensen zullen zeggen dat als je vijf jaar hebt gestudeerd, je vijf jaar bent vrij geweest, maar dat is eigenlijk niet zo. Als je studeert ben je eigenlijk nooit vrij. Je hebt altijd wel een college dat je moet volgen, een tentamen waarvoor je moet leren of een paper die af moet. En daar tussendoor moet je nog werken. En natuurlijk bier drinken. Dus nee, ik was nog nooit zo lang echt vrij geweest.

Hoewel, echt vrij was ik nou ook weer niet. Ik moest ergens in die zestien weken een kind baren en daarna mocht ik dagen- en nachtenlang voor dat kind zorgen. En dat was echt geen makkelijke taak. Sterker nog, na de bevalling en de eerste dagen alleen met baby dacht ik dat ik dit nooit weken ging volhouden. Ik was gebroken van de bevalling, doodop en labiel van de slapeloze nachten en smachtte naar de dag dat de baby kon praten en lopen en zelfstandig zou zijn. Maar naarmate de dagen verstreken voelde ik me steeds beter en werd ik ook steeds beter in het zorgen voor de baby. En dus had ik eigenlijk al na vijf weken tijd over. Zoveel tijd over dat ik uitgerust van de enorme hoeveelheden nachtrust nadat onze modelbaby ging doorslapen (soms wel negen of tien uur op een nacht) allerlei achterstallige klusjes kon wegwerken. Ik maakte fotoalbums die al jaren waren blijven liggen, deed een berg administratie, kocht een verjaardagskalender en vulde die in, mailde me suf met iedereen, wandelde me suf en zag nog nooit zoveel mensen als de afgelopen weken. Ik zat dus zeker niet stil.

En toch voelde het toen ik naar mijn werk fietste alsof ik enorm lang vrij was geweest. En in feite is dat ook zo want ik heb zestien weken nauwelijks over mijn werk of mijn vak hoeven nadenken. En die momenten dat het wel moest, ik had nog wat klusjes liggen, voelde het eigenlijk als een uitje. Een uitstapje, eventjes weg van de zorgtaken, eventjes een moment waarop er een beroep werd gedaan op een ander aspect van mijn leven dan mijn ‘moederschap’ en alle huishoudelijke klusjes. En nu ben ik weer aan het werk en zullen de huishoudelijke klusjes en het zorgen wel weer gaan aanvoelen als een uitje naast mijn werk. Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat ik toe ben aan vakantie.