vrijdag 30 juli 2010

Surfen met Caar

Tv-kijken en becommentariëren kunnen we allemaal wel een beetje. Echt knap is het als je met één beeld en in één zin een rake klap kan uitdelen. Willemijn is zo iemand. Ze heeft jarenlang voor de tv gewerkt en weet waarover ze het heeft. Dat zorgt voor scherpe en vaak erg grappige commentaren. Elke dag trakteert ze je op de waan van de dag. Beleef het mee op De TV van Willemijn. Alleen het logo is al geniaal. Mijn favoriet is op dit moment het beeld van 24 juni 2010. Scroll ze!

Gehoord in de trein

Dit is een gastcolumn van gastcolumnist A

uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche rochel uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche rochel uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche rochel uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche rochel uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche uche rochel uche uche uche uche uche, rochel, fluim.

De Hoestende Chinees. Kent u hem? Ik ben hem al een paar keer tegengekomen, en altijd hetzelfde liedje. Tussen Leiden en Amsterdam presteerde de Hoestende Chinees het om non stop te hoesten, zo nu en dan afgewisseld met een rochel, eindigend in een vette fluim. Waar hij die fluim laat heb ik nog nooit kunnen zien, want tegen de tijd dat hij daaraan toe komt zit ik steevast met mijn hoofd op het opklaptafeltje te bonken van ellende, terwijl ik me afvraag waarom ik toch zo'n slappe zak ben dat ik niet iets roep als: Hou eens op met dat smerige gerochel, vieze rot-Chinees! Of waarom ik niet de moed heb om weg te benen en woedend met de klapdeur te zwaaien, zoals sommige andere reizigers doen. Of waarom ik geen Spits kan omvouwen tot vliegtuigje en dat naar die rochelende rotkop gooien (dat heb ik ook wel eens iemand zien doen).
Maar dan denk ik weer aan het ellendige leven dat de Hoestende Chinees waarschijnlijk heeft gehad. Waarschijnlijk heeft hij zijn hele leven in de mijnen gewerkt, om kobalt (of hoe heet dat) voor mijn mobieltje uit te hakken. Pikzwart zijn ze, en donker, die Chinese mijnen. Met een krakkemikkig liftje moet je omlaag, altijd veel te zwaar beladen, want het stikt er van de Chinezen, en die willen allemaal tegelijk naar beneden. Soms ontploft er iets in de mijn, en dan vliegen en allerlei gevaarlijke deeltjes door de lucht. Daarom rochelt die Chinees zo hard, en daarom zit hij waarschijnlijk met zijn gore poten op de bank, omdat hij zo moe is van al dat harde werk. Vrouw en kinderen heeft hij achter moeten laten in een dorp aan een rivier met groen schuimend water, waar reusachtige fabrieken om overklaarbare redenen zeep in lozen, hartstikke handig om je kleren in te wassen, maar diep, diep droevig en mensonterend als je een eenvoudig slokje water wil drinken. De Chinees verlangt vast dagelijks nog terug naar dat dorp. 's Avonds als hij in bed ligt begint hij waarschijnlijk, tussen het hoesten en rochelen door, hartverscheurend te huilen. En dat allemaal voor mijn mobieltje. Als ik dat bedenk haal ik mijn telefoon meestal even uit mijn zak, en kijk er een tijdje peinzend naar. En dan roep ik naar de Hoestende Chinees: 'Hoest jij maar lekker hoor, Chinees! Hoest het er maar lekker uit!' En dan voel ik me een goed mens.

Maar het kan natuurlijk ook dat de Hoestende Chinees gewoon een kettingrokende, asociale paardenlul is.

donderdag 29 juli 2010

Vleeschelijke lusten

Mijn relatie met vlees is er eentje die al met veel genoegen en reeds 32 jaar duurt. Nou, misschien iets korter, geen idee wat er in Olvarit zit. En ik zeg met veel genoegen, maar dan heb ik het natuurlijk over het bereiden en opeten van vlees, ik heb niet de illusie dat de liefde wederzijds is en die illusie heb ik ook nooit gehad. Maar ik moet zeggen dat mijn liefde in de afgelopen jaren wel wat getemperd is. Daarover zo meer.

Dat mijn liefde voor vlees een serieuze is en geen bevlieging (of kalverliefde), is bewezen door het feit dat ik als eerste baantje, op mijn vijftiende bij een poelier heb gewerkt. Deze poelier heette, dat wil ik je niet onthouden, Konijn. En dan heb ik het over de eigenaar en naamgever van de zaak, niet alleen de winkel zelf, dat zou heel fout zijn geweest. Het mooie aan dit eerste baantje is dat ik er ook Eef heb leren kennen. Eef werkte aan de overkant bij groenteboer de Econoom (hoe zouden ze op die naam zijn gekomen? was de eigenaar een gesjeesde economiestudent?) en op zaterdagochtend keken we elkaar met kleine, vermoeide oogjes aan en zwaaiden we verveeld naar elkaar. Niet alleen Eef, maar ook Georgina Verbaan werkte in het Versland in Z, in de slechtbezochte bistro. Je zou zeggen dat zo iemand wel klanten trekt, maar toen was ze nog niet bekend en woonde net als wij in Z. Ze keek ook altijd heel verveeld.

Bij de poelier was de afstand tot het levende dier net zo groot als in de supermarkt: 'het product', zoals Smaakpolitieagent Rob Geus het zou noemen, kwam onherkenbaar binnen, geplukt, onthoofd, ontpoot. Alleen rond kerst werd ik geconfronteerd met wollige konijnenpootjes in de vuilnisbak, maar daar kon ik prima tegen. Ik had natuurlijk wel een vermoeden van waar de kippen vandaan kwamen, maar meer ook niet en het interesseerde me ook niet, ik kon er immers weer een nieuwe merkspijkerbroek van kopen.

Thuis stond vroeger elke avond een stukje vlees op het menu, ik kreeg het als het ware met de paplepel ingegoten en het was voor mij de normaalste zaak van de wereld dat ik toen ik uit huis ging ook altijd vlees at 's avonds. Wel zag ik een keer een filmpje van een fabriek waar kuikentjes in een machine werden doodgemaakt, dat vond ik vreselijk, want ik ben, je zal het misschien niet geloven, dol op dieren. Niet alleen op m'n bord. Eén kuikentje viel aangeslagen naast de machine en deed op de vuile vloer verwoede pogingen om dood te gaan, probeerde zich onder de schoen van een medewerker te manoeuvreren en ik gilde dat de cameraman z'n camera moest neerleggen om het kuikentje uit z'n lijden te verlossen.

Sindsdien koop ik alleen nog scharrelvlees en ook niet meer elke dag vlees. Als ik niet weet waar vlees vandaan komt, dan koop ik het liever niet. Bijvoorbeeld in de kantine op werk. Daar wilde ik weten of er scharrelkip werd voorgeschoteld, waarop ik als antwoord kreeg 'Dat weet ik niet, ik eet geen mensenvlees.' Het druist wel enigszins tegen mijn hedonistische natuur in om bewust stil te staan bij dit soort zaken, maar ik voel me ertoe verplicht. Vanwege het filmpje met de kuikentjes en ook door het laatste boek van Jonathan Safran Foer, dat ik net gelezen heb. Kreeg ik in de eerste hoofdstukken nog zin om de hond van de buren op de barbecue te gooien, verderop in het boek wil je helemaal nooit meer kip eten, tenzij je de kip zelf in de vrije natuur hebt gevangen.

Opvallend is wel de focus op kip in JSF's boek. Kip is dan wel 'het meest mishandelde stukje vlees,' maar hoe zit dat met kalfjes die bloedarmoede krijgen of opgehokte varkens? In ieder geval ben ik heel trots op het feit dat ik nog nooit iets van de KFC heb gegeten en dat zal nu zeker zo blijven. Wat heeft het boek mij verder geleerd? Dat ik liever twee keer per week duur doch verantwoord vlees eet, dan elke dag dubieus hormoonvlees. Je hoeft heus niet Wina Born's Volkomen Vleesboek in de open haard te gooien om je steentje bij te dragen aan het welzijn van dieren, je hoeft ook niet in het holst van de nacht een nertsenfokkerij binnen te vallen en je hoeft ook geen vegetariër te worden. Dat zou mij ook nooit lukken. Om een cartoon in mijn keuken te citeren: "Vegitarians! If you cook 'em right... They're delicious."

woensdag 28 juli 2010

Verdrietig in de spitstrein

Nou Jeroen had er echt weer een potje van gemaakt hoor, niet te geloven gewoon zeg.
Wat zeg je?
Haha nou ja inderdaad.

Hij deed gewoon heel dramatisch weet je wel, echt zo van nou eh vooruit jij mag dan wel het servies van oma meenemen. En ik dacht: maar ik heb zowat alle spullen al, waarom zeurt hij daar nou over. Ga gewoon weg man.
Ik denk ook eigenlijk dat hij nog steeds hoopt dat ik bij hem terug kom, zeker na dat weekend dat ik bij Tineke was geweest. Maar ik begrijp gewoon niet dat hij dan niet begrijpt. Natuurlijk kom ik niet terug.

Trouwens, Mirthe had samen met mijn moeder nog voor mijn verjaardag een appeltaart gebakken. Echt zo schattig. Ging ze helemaal trots aan alle visite vertellen, echt heel leuk. Maar met het geven van het cadeautje was er echt zo'n raar moment. Wacht ff, ik ga door een tunnnel.
Ze had dus oorbellen voor me gekocht en toen vertelde ze erbij dat ik die dan wel aan kon doen als het weer goed zou zijn met papa. Nou zit je daar met een huis vol bezoek en probeer je gezellig te doen. Tsja, soms denk ik dat de kids er toch meer van meekrijgen dan je denkt hoor.

Nee, vrijdagmiddag ben ik vrij. Dan past mijn moeder in de middag op. Jeroen en ik moeten dan nog wat papierwerk regelen, ik kan daarna wel een borrel gebruiken inderdaad. Dat is inderdaad een leuk tapasrestaurant, zullen we daar dan heen? Ok prima. Dan pik ik je wel op.
Neehoor, gewoon met de fiets.

Oh had ik je nog niet verteld over de ouderavond? Nou de juf van Mirthe maakte zich toch nog wel een beetje zorgen hoor. Ja iets met concentratiestoornis. Ik geloof het eigenlijk niet zo hoor, laten ze eerst maar eens zo'n test gaan doen. Nee, Jeroen was natuurlijk niet komen opdagen, die lag met tuttefruttekut in bed natuurlijk. Ff kaartje laten zien.

Mirthe had vannacht trouwens heel naar gedroomd, ze schreeuwde het echt uit. Ik snel naar haar toe , ze was helemaal bezweet. Ze droomde dat het weer goed kwam tussen mij en Jeroen, ja want hoe zei ze het nou ook alweer. Als het dan toch niet goed komt tussen jou en papa en je neemt een andere vriend, dan kan je wel een dag minder gaan werken om met mij te spelen. Nou dan breekt toch je hart?

dinsdag 27 juli 2010

En zes flessen rode Spaanse Tempranillowijn

Zoals velen van jullie weten koop ik wel eens wat bij de HEMA. Nu bestelde ik onlangs een aantal spullen online. De online service van de HEMA is heel handig voor als je echt iets specifieks nodig hebt dat toch nogal eens uitverkocht is. De voorraad pannen is bijvoorbeeld niet altijd compleet en ook het schap met glazen wil nog wel eens leeg zijn. Verder is online winkelen voor mij een goede stimulans om ook echt dingen te kopen. Vaak ben ik te moe of te lui om nog de HEMA in te gaan als ik al een supermarkt van binnen heb gezien en soms, als ik de winkel wel haal, ben ik zo overweldigd door alle items in frisse kleuren dat ik niet meer weet wat ik ook alweer nodig had.
Om onverklaarbare redenen kregen wij onlangs een HEMA folder binnen (wij hebben zo’n sticker die dat moet voorkomen) en daarin stond een jurkje dat er leuk uit zag en zeer betaalbaar was. Ik dacht ‘altijd leuk voor d’rbij’, maar omdat ik mezelf nou niet binnen twee weken in een HEMA zag staan keek ik online of dat jurkje te bestellen was. In de folder werd de aanbieding aangeprijsd onder het kopje ‘Hollen naar HEMA’. Nou, het was echt hard hollen want het jurkje waar het om ging was binnen no-time helemaal uitverkocht. Voor de goede orde: het ging om een folderaanbieding geldig vanaf 31 mei en op 2 juni waren alle maten en kleuren al uitverkocht. Een mooi voorbeeld van een eerder door Caar beschreven fenomeen.
Ik had nog wat andere spullen nodig dus ik bestelde wel het één ander. En zo zaten er wat zwangerschapshemdjes, een zwangerschapsjurkje en wat babyspullen in mijn winkelmandje toen ik virtueel naar de kassa toog. Dat zijn dus duidelijk producten voor iemand die een baby verwacht, zou ik zo denken. Onder aan de lijst van mijn winkelmandje deed de HEMA nog wat suggesties van producten waar ik wellicht ook geïnteresseerd in zou zijn: babydoekjes, een fopspeen, een legging en… zes flessen rode Spaanse tempranillowijn. Zouden die flessen voor mijzelf bedoeld zijn? Vind de HEMA het niet erg dat ik zwanger een doos wijn wegtik? Of is het voor na de bevalling, om mijn alcoholtekort aan te vullen? Of voor mijn man, om mijn buien het hoofd te kunnen bieden? Of misschien voor de visite die mijn gezeur over zwangerschap, bevallen en baby’s niet meer kan aanhoren en getroost moet worden met rode wijn? Ik weet het echt niet, maar ik vind het wel een beetje een vreemde suggestie. Als de aanbiedingen ‘at random’ worden geselecteerd, waarom staat er dan geen boormachine bij of een doos tompoezen? Ik heb de doos gelaten voor wat ie was en ben gewoon gaan afrekenen. Slechte marketing van de HEMA hoor.

maandag 26 juli 2010

Baby

Af en toe, als ik bijvoorbeeld de rubriek 'Achterklap' van nu.nl lees, word ik geconfronteerd met een, voor mij, nieuw popfenomeen: Justin Bieber. Eef beschreef eerder al zijn idiote haardracht, die ik ook altijd zie op de foto's bij deze berichtjes, en die er inderdaad niet uitziet. Het is alsof hij zijn haar vanuit de nek naar zijn neus heeft gekamd. Iets wat bijvoorbeeld Jan de Hoop ook graag zou doen, maar die komt helaas niet verder dan ter hoogte van zijn oren.

Vandaag hadden de berichten mij zo nieuwsgierig gemaakt, dat ik eindelijk wel eens wilde weten wat voor muziek het tieneridool maakt. Het mannetje is 15, dat is ook duidelijk zichtbaar en er lopen meisjes van 10-15 achter hem aan, dus ik had al een bepaalde verwachting toen ik zijn grootste hit 'Baby' ging beluisteren. Baby, dat moet autobiografisch zijn, dacht ik. En dat klopt.

De clip speelt zich af op de bowlingbaan, hiermee haarfijn aansluitend op de belevingswereld van een Amerikaanse tiener. Wie dit niet begrijpt moet meer Amerikaanse films kijken. Het woord Baby slaat uiteraard niet op de onvolgroeidheid van de kind-ster, maar op zijn grote liefde, die hij in het lied bezingt. Met een hoog stemmetje kirt hij in de eerste maten op de hiphopbeat 'I thought we'd nevah evah evah be apart'. Schattig, je bent 15 en nog niet cynisch, heerlijk. Daarna zingt hij door 'Are we an item? Girl quit playin'. Op de bowlingbaan, haha, ik lachen. Even verderop de keiharde stelling 'My first love broke my heart for the first time' (da's logisch) en nu komt het, de lelijkste phrase uit de Amerikaans-Engelse taal: 'And I was like Baby, Baby, Baby, oooooh like Baby, Baby, Baby, thought you'd always be mine!' ... 'For you I would've done whatever', mooi, ontroerend. Ik hield vroeger van de New Kids on the Block en ik begrijp wat de melige tienermeisjes zo leuk aan hem vinden. Het is zoetsappig, gelikt en behoorlijk braaf, iets om bij weg te dromen en zo hoort het ook als je 11, 12, 13 bent. Okee, 'I'll buy you anything' is al wel heel materialistisch, maar kom op, meisjes dromen toch van zo'n jongen die gek van hen is en een ring voor hen koopt? Of een breezer? Nee, geen breezer, Justin is tegen drugs en alcohol, hartstikke goed.

Mooiste is nog wel dat er ook allemaal parodieën van zijn muziek zijn gemaakt (dan ben je pas echt succesvol), onder andere een van Alvin en de Chipmunks, en dat dat meer een goed lijkende imitatie is dan een parodie. Het mannetje heeft een heel braaf stemmetje, nog niet aangetast door de puberteit, hetgeen ook geldt voor de rest van zijn uiterlijk. Ik vrees dan ook met grote vreze de jaren die komen gaan, en denk aan de rijen onschuldige kindsterren die rond hun twintigste aan de drank waren en zich lieten betattoeëren (ja, dat is voor mij het ultieme bewijs dat je verpest bent: je mouwen niet meer uit kunnen trekken). Ik hoop voor Justin Bieber dat hij niet de volgende Corey Haim is.

vrijdag 23 juli 2010

Evil-Ken

Een tijd geleden bekende ik op deze plek dat ik, in vlagen van vermoeidheid, wel eens naar de chipszak van het televisieaanbod grijp. Er is eigenlijk niet veel aan en het is niet goed voor je. Een combinatie van gemakzucht en verveling vertroebelen mijn beoordelingsvermogen en dan kijk ik naar de Mtv Weekendbreak en dan het liefst naar de realitysoaps (contradictio in terminis) over oppervlakkige meisjes aan de Westkust. Het begon met Laguna Beach, daarna The Hills en parallel daaraan The City.

Ten tijde van Laguna Beach zaten de dames en heren hoofdrolspelers nog op Highschool en dan is hun gedrag nog enigszins begrijpelijk. Okee, bij ons in Z verdeelde niemand gedurende zijn of haar middelbareschooltijd de tijd tussen dure etentjes, jet-set-feestjes, personal trainers, manicures en shoppen in boutiques (in Z zijn geen boutiques), maar de meeste van mijn klasgenoten waren wel veelal bezig met roddelen, jongens en roddelen over jongens. Maar dan op school, in de kantine, met een blikje cola en een boterham met worst, in lelijke, onhandige kleren, met een beugel en een puistenkop. En dus niet gestyled, in designerkleding bij Club Weetikveelwat. Mijn punt? Dat dat gedrag bij pubers nog acceptabel is.

In de spin-off The Hills zijn de dames en heren inmiddels van school, maar ik moet zeggen dat ik werkelijk geen idee heb wat die lui nou de hele dag doen. Tussen lunch en borrel door zie je er af en toe eentje een kantoor binnengaan, klikkerdeklik even achter de computer, maar wat ze nou precies doen? Geen idee. Het beste voorbeeld van tergende ledigheid is wel Spencer, een soort Arische Ken met het gevoelsleven van een holbewoner. Hij ligt of op de bank in zijn appartement of hij luncht, om daarna weer op de bank te ploffen. Spencer is de kwade genius in de serie, aanstichter van vele ruzies, met name tussen de vrienden van zijn partner Heidi, en dit zal waarschijnlijk al zijn tijd opslokken.

Ach ja, Heidi, wat zal ik zeggen. Zo fris en alpenachtig als haar naam klinkt, zo was ze ook aan het begin van The Hills. The girl next door, zouden de Amerikanen haar noemen. Onder invloed van evil-Ken Spencer is zij echter getransformeerd tot het mislukte uithangbord van de Amerikaanse plastische chirurgie. Ik las dat zij afgelopen jaar in één sessie tien chirurgische ingrepen heeft laten doen. Resultaat: een uitdrukkingsloos, plastic gezicht en een buitenproportionele cupmaat. En dan ben je dus pas 23. Het is weerzinwekkend als je bedenkt dat de Amerikaanse overheid zich in allerhande zaken de betuttelende moraalridder toont (denk aan de leeftijdsgrens voor alcohol, het wegpiepen van vloeken). Als het echter om de geestelijke en lichamelijke gezondheid van een labiel aandachtsorgel gaat, is alles geoorloofd.

Arme Heidi. Onder aanmoediging van Spencer heeft ze zich laten verbouwen, zich vervreemd van familie en vrienden en dit allemaal voor media-aandacht. En nu lees ik dat Heidi en Spencer gaan scheiden. Hij laat haar alleen omdat ze niet meer in de schijnwerpers wilde staan. Wat nu te doen? Het enige dat ze heeft zijn de schijnwerpers! Haar zangcarrière is mislukt, ze heeft ooit iets met kledingontwerpen gedaan, ze heeft geen opleiding afgemaakt. Ongetwijfeld is er wel een manier om via televisie munt uit haar te slaan en het zal me niet verbazen als er binnenkort toch weer een realitysoap over het leven van Heidi op Mtv komt. Het is troostend om te bedenken dat er voorlopig genoeg weekendbreaks zullen zijn om mijn lusteloze zondagmiddag te vullen.

Sorry Heidi.

donderdag 22 juli 2010

1989

Op nu.nl las ik het bericht dat de familie van oud-dictator Nicolae Ceausescu van Roemenië het lichaam van hem en zijn vrouw Elena laat opgraven voor een DNA-test. In mijn hoofd drukte iets of iemand op rewind en vervolgens op play. Het was weer 1989. Ik was 11 jaar oud. De tv stond aan, onze oude Philips, zo'n bruine met ronde beeldbuis.

Een pantservoertuig stopt, het deurtje gaat open. Een militair helpt een oude man naar buiten, head first, heel onhandig allemaal. Ik word er giechelig van. Zijn bontmuts is over zijn ogen gezakt. In een leeg café zitten Nicolae en Elena Ceausescu aan een formica keukentafel. Het echtpaar draagt jassen en mutsen. Nicolae slaat met zijn hand op tafel, hij schreeuwt en er vliegen wat vlokken spuug uit zijn mond. "Moet je nou zien," zegt mama, "nog steeds een tiran, vreselijk zo iemand, hij mag nu toch zeker wel inbinden!" Ik begrijp niet alles, maar wel dat de spugende man met de bontmuts gemeen is en zijn vrouw ook en dat het er nu om gaat dat hij gestraft moet worden. Dat gebeurt ook. Goed zo.

Het jaar 1989 heeft op mijn jeugdige ik een onuitwisbare indruk achtergelaten. Het was het jaar dat ik naar de hoogste klas van de lagere school ging, maar daar weet ik niet zo veel meer van, behalve dan dat ik niet meeging op kamp. Wel weet ik dus nog heel goed dat Nicolae Ceausescu en zijn vrouw werden verhoord en geëxecuteerd. Maar er was nog veel meer. 1989 was een jaar met veel wereldveranderende gebeurtenissen. Kijk maar even mee:

In Polen wordt de arbeidersvereniging Solidarnosc gelegaliseerd en deze wint later dat jaar de verkiezingen. In dit verband de bekende namen Jaruzelski (toenmalig president van Polen, en door mij omgevormd tot lekkere meezinger in de vorm van 'Jaruzelski, Jaruzelski, Wie was dat ook al weer?' van Hans Teeuwen) en Lech Walesa, de vakbondsleider met walrussnor en latere president van Polen.

Seriemoordenaar Ted Bundy krijgt de electrische stoel. Twintig jaar later weten we nog steeds wie Ted Bundy is. Toch? Kom, ik help even: De moordenaar van een stuk of 30 vrouwen in Washington State, Utah, Colorado en Florida, met name studenten, tussen 1974 en 1978. Een gemiddelde van 1 moord per maand, vier jaar lang, maar er zijn speculaties dat het er meer waren.

De Iraanse leider Ajatolla Khomeini roept moslims op om Salman Rushdi ter vermoorden naar aan leiding van diens boek The Satanic Verses. Er wordt een prijs van drie miljoen dollar op zijn hoofd gezet.

De studentenprotesten in Beijing op het Plein van de Hemelse Vrede. De bekende beelden van de eenzame man die weigert te wijken voor een tank van het Chinese leger. Het protest was het gevolg van een herdenkingsbijeenkomst vanwege de dood van vredesactivist Hu Yaobang. Naar schatting zijn tijdens de protesten zo'n drieduizend activisten gedood.

De SLM-ramp: Op het Surinaams vliegveld Zanderij stort een vliegtuig van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij neer, 187 inzittenden komen om het leven, waaronder een grote groep Surinaams-Nederlandse voetballers van het Kleurrijk Elftal.

George Bush wordt de 41e president van de VS; de oprichting van GroenLinks; de eerste voorbodes van oorlog in Kosovo; Rain Man wint de Oscar voor beste film; Hongarije wordt onafhankelijk en opent haar grenzen, evenals Bulgarije; de eeste aflevering van Seinfeld; de introductie van de Game Boy; de Dow-Jones-index crasht; president De Klerk van Zuid-Afrika schaft de wet op Apartheid af; de fluwelen revolutie in Praag; de mislukte militaire coupe tegen het presidentschap van Corazon Aquino op de Filippijnen.

Het meest bekend is natuurlijk de val van het communistische regime in Oost-Duitsland, 'de val van de muur'. Alles bij elkaar een zeer opvallend jaar, en wij maar denken dat er nu wereldschokkende gebeurtenissen plaatsvinden. Nee, dan 1989, en ik heb het allemaal meegemaakt, voor de tv in Z en met het commentaar van mijn ouders. Je zou er bijna nostalgisch van worden.

woensdag 21 juli 2010

Muziekbolwerk

Iedereen weet dat er typische mannendingen zijn, die alleen mannen snappen en mannen begrijpen. Dat is algemeen bekend en niemand kan er iets aan doen. Het gaat dan om zaken als hoe werkt de distributieriem of hoe moet je vlees roosteren op de BBQ. We schreven hier al eens eerder over (noot: vrouwen die denken dat zij de enige zijn die over opvoeden kunnen en mogen schrijven zijn net zo erg).

Een van de ergste mannenbolwerken is het gilde der oude muzieklulmannen. Denk hierbij aan iemand die er uitziet als Bob Geldof. Met een versleten spijkerjasje aan en haar tot minstens in de nek. Nu is er ook door een 'onafhankelijk' journalistiek medium vastgesteld dat muziek voor mannen is. Het gaat hier om Lust for Life Magazine. Van de titel alleen gaan de midlifeharen in je nek al overeind staan (en ik ben nog niet eens 30) maar met name de onderkop waardoor er wordt bepaald dat vrouwen niet de doelgroep zijn bezorgt heel kromme tenen. Waarom? vraag ik me toch af. Waarom dat beeld in stand houden? Is het inderdaad zo dat de meeste rock/popmuziekjournalisten mannen zijn en muziekredacties van allerlei media voornamelijk uit mannen bestaan, of heb ik een verkeerd beeld? En is dat dan erg? Zolang er goede en interessante muziekjournalistiek is, zou dat niet moeten uitmaken, lijkt me. Maar ik zou in ieder geval niet gaan werken voor een tijdschrift dat zich profileert als Mannenblad over muziek en meer en als welkomstgeschenk een cd van Tom Petty aanbiedt.

Niet alleen de geschreven pers heeft er een handje van om vooral aan het mannenmuziekbolwerk vast te houden. Vorig jaar was er een documentaire op de BBC, die leek interessant te worden: het ging over muziek en mode. Een soort Who wants to be Britain’s most influential fashionable musician? De aankondiging op de website luidde als volgt:

Writer Paul Morley takes a journey back through time to revisit his own adventures and misadventures in fashion and meets the pop stars who he feels are responsible for the way he looks now. … He seeks out the men who have influenced him and shaped fashion over the decades and finds a touch of himself in the glamour of Slade, the prog-rock playfulness of Jethro Tull, the androgyny of The Human League, the soberness and intellect of Joy Division, the darkness of Tricky and the geography teacher attire of Jarvis Cocker.

Helaas werd na een korte tijd duidelijk dat dit programma eigenlijk een soort van hopeloze zoektocht naar aandacht en erkenning was van de presentator, die zich overigens niet alleen door zijn zogenaamde vintage-look belachelijk maakte. Ten eerste was Morley meer in beeld dan de mensen die hij interviewde en was het programma, dat slechts een uur duurde (toch vrij kort om de periode Slade – Jarvis Cocker te bespreken), vooral gevuld met sfeerimpressies van de straten waar Morley doorheen paradeerde en nog wat muzikaal archiefmateriaal. Daar bovenop werd de voice-over van de beste man al vrij snel behoorlijk gezapig.

Een van de dieptepunten van deze documentaire was het interview dat Morley had met Bernard Sumner en Stephen Morris. Nu zou ik ook een beetje zenuwachtig zijn als ik hen mocht interviewen, maar in ieder geval zou ik niet proberen te doen alsof ik ook heel erg in-crowd ben en zeker niet over de vorm van de boordjes van Ian Curtis gaan neuzelen. Maar ik zou vooral niet vragen of de boodschap van de muziek wel tot uitdrukking kwam in de overhemden die de bandleden in 1979 droegen.

Tot op bepaalde hoogte kan ik me eroverheen zetten dat historische documenten die over de geschiedenis van de popmuziek gaan nooit van het “oudemannenonderelkaar en wijwarenerechtbij” stigma af zullen komen. En dat is nog steeds merkbaar in de huidige muziekwereld. Blijkbaar is dit een mannenwereld waar geen enkele vrouw door de muur heen kan bikken. De vraag is of we (m/v) daar iets aan zouden moeten doen.


dinsdag 20 juli 2010

De Muze van Mart

Hij heeft al veel te veel aandacht en daar kickt hij ontzettend op, maar toch wil ik het graag even over Mart Smeets hebben. Zelf zou hij het in de aankondiging hebben over 'Het fenomeen Smeets', maar dat is te veel eer. Want laten we er niet omheen draaien: ik hou niet zo van Mart Smeets. De enige troost is wel dat veel mensen het met mij eens zijn, maar dat maakt het alleen maar erger: zo veel mensen die hem irritant vinden en zo weinig consequenties. Is dat, ja, een effect? vraag ik u. Jazeker, dat is een effect. Het Ivo-Niehe-effect.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik vroeger nog wel eens geamuseerd was door Mart Smeets. Dat was in de tijd dat hij de Tour de France bekommentarieerde samen met Jean Nelissen. De Neel. Mooi was die tijd. Smeets heeft daar ook boekjes over geschreven en ook die zijn zeer amusant, omdat daarin zijn escapades met Jean Nelissen werden beschreven. Jean Nelissen maakte Mart Smeets dragelijk, hij was zijn katalysator. Samen zaten ze tijdens de Tour iedere godganse dag in zo'n klein, ijzeren hokje in de brandende zon. Ik genoot van de gedachte dat Smeets klem zat met dat immense lijf van hem, opgesloten in de bloedhitte, blootgesteld aan de verschraalde wijnkegel en sigarenrook van Jean Nelissen. Ik weet dit omdat dit levendig staat beschreven in enkele van Smeets' boekjes. "Levendig? Zeg ik levendig? Ja, ik zeg levendig, zo gek is het soms, maar ook zo prachtig," zou Smeets zichzelf op tv bekommentariëren. 's Avonds na de etappe eindigde Jean Nelissen steevast in de hotelbar en rookte sigaren en dronk de plaatselijke wijn. De barre omstandigheden in het pershokje hadden een zeer positief effect op de verslaggeving, die doortrokken was van de droge humor. Smeets lyrisch ("zeg me na Nelissen, zeg me na: Jeroen Blijlevens!!"), de Neel afgemeten ("oi oi oi, miljaar!"). Prachtig. Jean Nelissen was de enige tegen wie Smeets nog opkeek, de Neel hield Smeets in het gareel, en sinds diens vertrek, nee, ontslag (!!), is Smeets een typisch geval van wildgroei. Er is niemand meer om hem de mond te snoeren met ontroerende anekdotes als deze:

"In 1912 passeerde de Spanjaard Bahamontes hier als eerste de top, hij deed dat overigens lopend vanwege een lekke band die hij opliep doordat hij niet zachtzinnig in aanraking kwam met de horens van een overstekende koe, een karakteristieke Charolais, die je in deze streek nog in het wild kunt tegenkomen. Het dier overleefde de klap helaas niet, ondanks diverse pogingen van Bahamontes om het te reanimeren, waarbij hij zijn bidon met kostbaar water (het was 37 C) overvloedig over de verhitte kop van de koe liet leegstromen.... Enfin, ondanks deze vertraging wist Bahamontes in de afdaling (op zijn velgen) zijn voorsprong op de achtervolgende groep, met favorieten als Nelemans, Brigoni en Perfontaine, te behouden en had hij bij aankomst in het dorp beneden zelfs nog genoeg tijd over om een verkoelend pilsje te drinken met een bevallige caféhoudster, wier kleindochter overigens nog steeds een café runt in het zelfde dorp twee straten verwijderd van de plaats waar Bahamontes met haar oma verbleef.
Ondertussen wist een plaatselijke boer het achterwiel van Bahamontes provisorisch te repareren met behulp van speeksel en koeienstront, modern bandenplaksel had men in die tijd nog niet, waardoor hij de laatste kilometers - weliswaar niet meer op volle snelheid - tot aan de streep alleen voorop kon blijven."

Daar word je toch stil van? Daar werd Mart Smeets zelfs stil van. De Neel doorspekte de Tour van prachtige anekdotes en er was geen ruimte om Smeets' karakter de vrije loop te geven. Zou Jean Nelissen daarom zijn ontslagen? Tegenwoordig is de Tour de grote one-manshow van Smeets geworden. Niet voor niets spraken wij thuis altijd al van Studio Smeets. Nu wordt alles fijngeknepen in de verbale knuisten van Smeets. Zijn interviewtechniek, die een constante (mislukte) poging tot poëzie is, en ook een graag gebruikt gereedschap tot zelfverheffing, ik kan er niet meer tegen. In alles hoor je "kijk eens hoe spitsvondig, hoor toch hoe goed ik dit kan, hoe leuk ik ben met de sporters, ze houden van me, ik ben geweldig, hou van mij!"

De enige reden om nu nog naar Smeets te kijken is het wachten op de ontploffing, de bom die barst, het lichaam dat het ego niet meer kan bevatten. Dan zal het xxxl overhemd in kleine stukjes door het Franse boerendorp vliegen, dan dalen de gebreide sneeuwvlokken neer over Thialf en dan zal Ria Visser eindelijk verlost zijn van haar schanddaad.

En dan wil ik De Neel weer horen.

maandag 19 juli 2010

Onderschrift


Internationaal geprezen musicus van Spaanse komaf wordt gecensureerd. Wat zou hier het onderschrift moeten zijn? Laat het weten in de comments.


To tofu or not to tofu

Na Everything is Illuminated (met veel plezier) en Extremely Loud and Incredibly Close (met plezier) te hebben gelezen, keek ik al tijden uit naar het eerste non-fictieboek van Jonathan Safran Foer. Ik wist dat het over het eten van beesten ging en dat het waarschijnlijk niet zou eindigen met een gezellige pro-vleesslogan als “pork, the most versatile piece of meat, pork!”. Dat bleek een understatement te zijn.

Mijn eigen vleesverleden is een beetje dubieus. Vroeger thuis was een maaltijd zonder vlees niet compleet. Maar toen ik op kamers ging kon ik niet koken, ook geen vlees dus. Het huisgenootje waarmee ik samen in mijn studentenhuis ging wonen kwam uit een Gronings netgeenboerengezin met een eigen moestuin, een zelfgebouwde houten multilayer wooncommune en een verplichting voor ieder kind in het gezin tot minstens aan half jaar muziekles op middeleeuwse eikenhouten fluitconstructies. Dat huisgenootje leerde mij koken. Met tofu, tempeh, linzen en snijbiet. Zo worden die vooroordelen ook wel weer bevestigd.

Ik vond het prachtig, en begon na jarenlang de keuken te hebben gemeden plezier te krijgen in koken. In die periode ging het vlees de deur uit. 100% vegetariër. Omdat vlees eten niet nodig was, duur was en ik de smaak toch niet meer zo kon waarderen.

Vegetariër zijn ging me goed af. Totdat ik op een snikhete zomerdag op het markplein van een klein Siberisch dorp stond. Met een rommelende maag en een ethisch dilemma. Wacht ik tot ik ergens een ei kan krijgen voor de lunch of neem ik dat pasteitje met gehakt? Het werd het laatste. 100% niet-vegetarier. Dit werd al snel 100% parttime vegetariër (komt neer op maximaal 2x in de week vlees op het menu).

Jonathan schrijft hoofdstukken lang over de vleesindustrie en laat om zijn verhaal kracht bij te zetten veel mensen aan het woord. Slagers, veganisten en mensen van allerlei pluimage. Samenvattend zijn er 4 redenen waarom het slecht is om vlees te eten: dierenwelzijn, het milieu, je gezondheid, en de gezondheid van de mensheid is het algemeen. De argumenten die Jonathan aanvoert zijn krachtig en duidelijk. Bij mij heeft het een knop omgezet: natuurlijk weet ik dat slachterijen geen prettige plekken maar zijn verhalen over sadisme onder de slachters zijn stuitend. Op een gegeven moment beschrijft hij wat er met babydieren gebeurt in het abbatoir. Mijn maag draaide om en ik herinnerde me meteen een passage uit The Kindly Ones van Jonathan Littell waarin een naziofficier een joodse baby aan zijn voet tegen de betonnen muur ramt.

Ik word door Eating Animals niet opeens weer vegetariër, denk ik. Maar ik denk er wel nog meer over na waar mijn eten vandaag komt. Als je in de gelegenheid bent om biologisch vlees te kopen en af en toe gewoon eens geen beest op tafel te zetten, dan draag je bij aan een betere wereld. Dat is het minste wat je kan doen. Het klinkt zweverig en misschien zijn de venkelburgers naar mijn hoofd gestegen, maar ik geloof echt dat het werkt. Als je egoïstisch bent en aan je eigen gezondheid denkt, eet je geen bioindustrievlees. Omdat je het waard bent.