vrijdag 12 maart 2010

Film

Dit is een gastcolumn van gastcolumnist H

Al wordt de Nationale Bioscoopbon al het leukste cadeau in het donker genoemd, ik geef de voorkeur aan een drie- of viertal kleinere cadeautjes zodra de lichten uitgaan: de trailer. Soms is dat zelfs het hoogtepunt van je filmavond, als je een bijzondere, spannende of leuke trailer te zien krijgt en de film waarvoor je kwam, onwijs tegenvalt. Een film waar je nota bene naar toe was gegaan, omdat je er zo’n gave trailer van gezien had.
Eén van mijn grootste ergernissen is dan ook om te laat de zaal binnen te komen en dat de trailerreeks al begonnen is. Iets wat ik alleen mezelf kan verwijten, omdat ik een zwakke blaas heb en niet altijd even goed ben in het timen van een snel toiletbezoek. Overigens: dat irritante mannetje van Jean Mineur Mediavision mag van mij wel eens op ludieke wijze iets ergs overkomen. Bijvoorbeeld dat hij blij in beeld verschijnt en dan ineens uit het niets Jaws opduikt en hem verslindt. Of dat het mannetje vrolijk zijn handje opsteekt en dan ineens de chestburster tevoorschijn komt uit zijn borstholte. Of hij aan de klauwen van Freddy wordt geregen. Maar dit terzijde.

Naar de film gaan, het blijft voor mij een feest. De trailers vormen vaak een prima opmaat tot dat feest, als een vorm van voorpret voordat de eigenlijke film gaat beginnen. Viereneenhalf jaar lang werkte ik in een bioscoop tijdens mijn studententijd. Niet alleen mocht ik gratis elke film zo vaak zien als ik wilde (buiten werktijd), maar ik kreeg ook nog betaald voor niet al te zware werkzaamheden. Welk bijbaantje gaat boven door een lege foyer slenteren en de dreun van de bas horen die uit de zaal komt waar Spider-Man draait? Een keuze tussen terrassen lopen en je af laten bekken door ongeduldige toeristen en af en toe en zaal binnenglippen om de sfeer in de zaal te proeven, is ‘no choice at all’ (Harvey Keitel, Reservoir Dogs). Dat laatste kan ook uit de hand lopen: bij de aller-, allereerste voorvertoning voor de pers van ‘The Fellowship of the Ring’, toen nog niemand in Nederland de film had gezien, stond ik naast de trap bij de ingang zo gebiologeerd naar het scherm te kijken, dat het even duurde voordat ik het gekraak dat ergens bij mijn middel vandaan kwam, identificeerde als een oproep van mijn portofoon van de manager om mezelf zo snel mogelijk uit de zaal te verwijderen. Ik dwaal af.

Het leukste blijft natuurlijk om een trailer in de bios te zien, maar er zijn heel gespecialiseerde sites (bijvoorbeeld www.movie-list.com) waar de nieuwste trailers – en veel klassiekers! – te downloaden zijn. Meestal zijn dat de zogeheten “greenband” trailers. Aan het begin staat dan de aankondiging van de Amerikaanse filmkeuring MPAA dat de volgende preview is goedgekeurd voor alle leeftijden. Dat hier preview wordt gebruikt, komt omdat een “trailer” oorspronkelijk àchter de hoofdfilm was geplakt (vandaar de naam). Op internet staan tegenwoordig steeds vaker “redband” trailers, waarin alle scheldwoorden, geweld en bloed wel gewoon te zien en te horen zijn.

Het maken van een trailer blijft een kunst op zich: een kunst die niet alle filmstudio’s even goed onder de knie lijken te hebben: soms worden alle hoogtepunten en/of belangrijke plotwendingen al weggeven, wat het kijken van de film zelf tot een teleurstellende of zelfs frustrerende ervaring kan maken. Wie zou The Usual Suspects nog willen zien, of The Crying Game of The Empire Strikes Back als je zou weten wie Keyser Söze, Dill en Darth Vader in werkelijkheid zijn? Trailers hebben het overigens van nature in zich om in clichés te vervallen: “in a world…” is de vaak geparodieerde opening van de diepdonkere sigaar-en-whiskey voice-over dat die tegenwoordig zeer zeldzaam is. Stephen Fry wijst ze als voice-over bij de trailer van The Hitch-Hikers Guide to the Galaxy allemaal feilloos aan. Soms is de trailer beter dan de hele film bij elkaar (The Other Boleyn Girl). Vaak worden shots uit verschillende scènes aan elkaar geplakt voor een komisch effect, dat in de film niet voorkomt. Goed voorbeeld hiervan is de recente Sherlock Holmes trailer, waarin er een gevatte woordenwisseling plaatsvindt tussen Rachel McAdams en Robert Downey jr. die in de film in de verste verte niet te bekennen is, maar gelukkig in plaats daarvan genoeg andere gevatte woordenwisselingen kent, zodat het gemis niet al te zeer opvalt.

En de beste trailer? Ik heb er heel wat op mijn computer staan, maar de beste die ik ooit heb gezien, was in de bioscoop in 1997. In dat jaar gingen de “Special Editions” van de oorspronkelijke Star Wars trilogie in première. De bioscooptrailer opende met een televisie op ware grootte, waarop minuscuul vliegende X-Wings tijdens de aanval op de Death Star te zien zijn. De voice-over vraagt de kijker of zij de film alleen zo gezien hebben, waarna ineens het hele scherm gevuld wordt met hetzelfde shots, terwijl John Williams triomfantelijke score vol uit de speakers knalt. Simpel, doeltreffend, briljant.

donderdag 11 maart 2010

Het stoplicht staat op rood, de weg loopt dood

Afgelopen maandag was Freek de Jonge in De Wereld Draait Door. Toen wij in de aankondiging zagen dat hij er zou zijn, zapte we eerst nog weg. Op je vrije avond zit je namelijk niet echt te wachten op het opgeheven vingertje van deze grachtengordel socialist. Maar ach, er was niets beters op tv en tijdens het zappen kwamen we toch weer op DWDD. We waren alweer vergeten dat we deze aflevering niet wilde zien vanwege die jampotbril en dus werden we toch enigszins verrast toen we Freek weer zagen zitten. Maar gelukkig nam hij plaats op het podium met de band, en zo verkeerden wij even in de veronderstelling dat hij ‘alleen maar’ een liedje kwam zingen. Nou zijn die liedjes van hem ook geen feest, maar goed, als je weet dat het maar drie minuten duurt kun je het nog wel uitzitten.
Helaas voor ons schoof Freek na het liedje (waarover later meer) vliegensvlug aan tafel. Dus toch. Nou goed dan, we kijken wel wat hij te vertellen heeft. Het ging dus over zijn nieuwe cd. Of eigenlijk zijn enige cd met liedjes, als ik het goed begrepen heb.
Freek zelf sprak van een ‘plaat’, maar ik betwijfel of het echt om een plaat gaat. Hoewel de doelgroep, de zestig plus hippies met hun witte fiets, vast nog wel in het bezit zijn van een platenspeler. Maar aan het hoesje in de hand van Matthijs van Nieuwkerk te zien ging het toch echt om een cd. Of Freek heeft een kabouterplaatje gemaakt.
Maar Freek had dus een cd vol ‘gezongen’. Hij noemde zichzelf een zanger. Hij was ook blij dat hij nu een zanger was want dan hoorde hij nu ergens bij, ‘niet dat hij ergens bij wilde horen hoor’, riep hij er snel achteraan. Ok. Wat moeten we daar nu mee?
Maar een zanger dus. Dat betekent dat Freek de Jonge daadwerkelijk zingt. Ik kan zelf niet zingen, maar ik kan wel horen of iemand zingt. En Freek de Jonge zingt niet. Freek de Jonge zegt op een enigszins ritmische manier een gedichtje op in verschillende toonhoogten. Je hoeft het liedje in DWDD niet gehoord te hebben om dit te kunnen beamen, denk aan de enige hit van Freek, ‘leven na de dood’ en je weet genoeg. Wij moedigden de gitaristen aan nog wat harder te spelen zodat we zo min mogelijk van zijn stem hoefden te horen. En die gitaristen deden dat maar wat graag. Gelukkig.
Het nummer dat Freek in DWDD opzei had daarbovenop nog eens een tekst die uit zijn mond voor poëtisch zou moeten doorgaan maar uit de mond van André Hazes waarschijnlijk tot in den treuren belachelijk zou zijn gemaakt. Ik lieg niet maar de volgende passage kon ik boven de gitaren uithoren ‘het stoplicht staat op rood, de weg loopt dood.’
Sterke tekst. Of zoals Freek zelf zegt op zijn website: ‘Van A naar Z is een prachtig en vooral verrassend album geworden. Twaalf nummers, stuk voor stuk intense liedjes, zowel tekstueel als muzikaal. Liedjes die ergens over gaan en herkenbaar zijn voor iedereen.’ Nou ja, idd. Alleen de mensen die nooit buiten komen zullen weinig in dit nummer zien. De rest heeft altijd weleens dat het stoplicht op rood springt en de weg doodloopt.
Nou ja, jullie zien het. Dit stukje is, net als het optreden van Freek zelf bij DWDD, één groot verkooppraatje voor de nieuwe plaat van Freek. Kopen die plaat. Alleen verkrijgbaar binnen de Amsterdamse grachtengordel en alleen af te spelen op een kaboutergrammofoon.

woensdag 10 maart 2010

De terreur van de inkopers

Inkopers zijn terroristen en wij, de klanten, geven toe aan hun eisen. Wij zijn niet de Verenigde Staten, die zouden niet eens onderhandelen, wij geven gewoon meteen toe. En dat moet onmiddelijk ophouden.

Vorige week vrijdag was ik weer eens gaan winkelen. Net als Eef doe ik dit liever online, maar ik had een dagje extra vrij en dacht dat dit leuk zou zijn. In de Esprit-winkel hing een rek vol met witte zomertopjes met bloemetjes. Leuk, dacht ik, dat ga ik misschien wel kopen, maar nu nog niet, het vriest nog. Dat was een domme gedachte, zo bleek twee dagen later. Ik was met de meneer in de stad en liep voorbij de winkel. Even vragen of hij het wat vindt. Hee, het hing toch hier? Na vijf rondjes door de winkel vertelde de verkoopster dat ze allemaal waren uitverkocht. Twee dagen eerder hingen er nog een stuk of 25, nu was alles weg?? Hier was gehamsterd. Het was weer zo ver. Om een onverklaarbare reden ben ik nog naar een ander filiaal gerend, maar ook hier was alles op. Ik moest ineens denken aan de ramp met de kernreactor in Tsjernobyl. Mijn moeder heeft toen een jaarvoorraad aan poedermelk ingeslagen en op zolder gelegd. En ze was niet de enige.

Dit is niet de eerste keer dat ik zo opgejut word door ander winkelpubliek. Vorig jaar zagen Eef en ik in een folder van de Bijenkorf een mooie jurk van Filippa K, niet echt een goedkoop merk. Toen we de volgende dag gingen kijken stonden we voor een leeg rek. Het leek Rusland wel. Sindsdien probeer ik niet meer in folders te kijken, omdat ik bang ben dat ik in blinde paniek in de auto stap om in te slaan. Want dat is blijkbaar wel wat de rest van Nederland doet. We laten ons blijkbaar al in januari opnaaien door een stel slechte inkopers en slaan dan al hysterisch zomerkleding in. Slechte inkopers, want als ze slim zouden zijn kochten ze meer in.

Het schrijnendste voorbeeld van opnaaierij vindt plaats in de bruidswinkel. Daar word je direct in een poel van paniek ondergedompeld en het is ook hier de klant die schuldig is aan deze ellende. In mei kwam ik voor het eerst in het Bruidspaleis (ja, zo heet het echt, dit is geen verzinsel van Haagse Harry) en werd mij gevraagd wanneer de trouwdatum was. Wat, september? Dan had ik eigenlijk al maanden geleden langs moeten komen. Alleen wist ik toen nog niet dat ik ging trouwen. Blijkbaar moet je dat anderhalf jaar van tevoren weten zodat je een jaar van tevoren je jurk kan uitkiezen, anders is er geen tijd meer bij de importeur en het atelier. Dit vond ik belachelijk en op mijn vraag hoe dat in hemelsnaam kwam antwoordde de verkoopster dat de andere bruiden mij nu al in de weg zaten. Bruiden die wel een jaar van tevoren hun jurk kochten gingen nu voor en ik kwam achteraan in de rij. Russische toestanden! Weer die andere klanten die paniekerig beginnen in te slaan. De verkoopsters staan er handenwrijvend bij en duwen je met een vriendelijke glimlach richting de overspannenheid. Uiteindelijk is het goed gekomen, maar er werd mij wel iedere vijf minuten op het hart gedrukt dat ik rijkelijk laat was. Ik mocht blij zijn dat het op zo'n korte termijn allemaal geregeld kon worden. Je zou er bijna van in een spijkerbroek trouwen, ware het niet dat het juiste model ook al weken uitverkocht was.

Vandaar nu deze oproep: doe er niet meer aan mee. Koop zomerkleren in de zomer, of hooguit halverwege de lente. Ren niet meteen naar de winkel en bespaar je de nutteloze aankopen. Want zeg nou zelf: kan jij op dit moment met bevroren oren en koude handen een beslissing nemen over een bikini of open schoenen? Ik niet.

dinsdag 9 maart 2010

Patat met mayonaise

Ik hou enorm van eten. Ik wou dat je zoveel kon eten als je maar wilde zonder er iets van aan te komen.

Drinken hou ik ook heel veel van. Bier en wijn in alle soorten maar ook 7up en roosvicee. Alhoewel ik van mijn liefde voor alcoholische dranken wel enigszins ben teruggekomen toen ik een aantal weken geleden op een doordeweekse dag tot de ontdekking kwam dat ik een stuk minder goed tegen drank kan dan ik dacht. Of misschien beter: dan ik een aantal jaar geleden kon. Of: dan ik dacht dat ik een aantal jaar geleden kon.
Ik kan minder hebben op de avond zelf en herstel minder snel de dag erna. Nou moet ik zeggen dat de vergelijking met het herstel in mijn studententijd niet helemaal op gaat. Ik was jonger en dus waarschijnlijk ook fitter, ik dronk toen ook meer en was dus beter getraind en herstelde dus ook sneller, maar ik hoefde toen ook nooit om half zeven mijn bed uit. Daar waar onlangs mijn herstel werd gestopt toen om half zeven de wekker ging, stopte mijn herstel in mijn studententijd pas tegen een uur of één ’s middags als ik mijn ogen opende.

Maar eten is toch veel meer een favoriete bezigheid van me dan drinken. Als ik vanaf nu nooit meer zou mogen drinken zou ik dat niet heel erg vinden. Ok, ik zou rode wijn wel missen en donkerblond bier, maar ook zonder zou ik heel gelukkig zijn. Maar als ik vanaf nu geen lekker eten meer zou krijgen. Elke dag smakeloos en fantasieloos eten, zoals in 1984. Het boek 1984 bedoel ik dan. Nee, dan zou ik er weinig meer aan vinden.

Ik hou van alle soorten eten, alle keukens en alle gradaties in ‘ontwikkeling’. Dat wil zeggen dat ik zowel van duur Japans eten houd als van een goede bak patat met mayonaise. Ik hou van kroketten maar ook van ingewikkelde gerechten. Van wild, van salades in alle soorten en maten, van grote lappen vlees en van vegetarische pasta’s. Ik kan uren naar kookprogramma’s kijken en in kookboeken bladeren. En dat terwijl ik zelf de laatste jaren veel te weinig nieuwe gerechten heb proberen te koken, met name omdat ik het heel druk had. Dit jaar moet dat maar eens anders, dit jaar moet het jaar worden van de nieuwe gerechten. Ik heb een kast vol kookboeken en ga, zoals Pim het zou zeggen, weer koken!

maandag 8 maart 2010

Haat

Mijn schoonzusje wees mij er pas op dat ik, als ik in totale vervoering ergens over fulmineer, vaak het zelfde woord gebruik: ‘haat’. Het gaat in die gevallen vaak over bekende Nederlanders, over gedrag of over taalgebruik. Aangezien ik blijkbaar vaak het woord ‘haat’ gebruik, is er aan mijn eigen taalgebruik dus ook nog wel wat te verbeteren. Overigens is het niet zo dat ik constant haat zaai, ik ben volgens mij een vrij vrolijk en positief persoon. Andere woorden die ik vaak bezig zijn ‘geweldig’, 'heerlijk', ‘prachtig’ en ‘fantastisch’. Allemaal vrij positieve woorden. De meneer gebruikt in dezelfde situatie ‘prima’ en ik dacht dan vaak dat hij niet heel erg enthousiast was. Maar het bleek dat hij uitzinnig van vreugde is als hij ‘prima’ zegt.

Maar de haat dus. De constructie is ‘Dat háát ik zo!’ of ‘Vreselijk, ik haat hem (of haar)’. Dat laatste kan bijvoorbeeld gaan over Patty Brard. Ik vertel dan over alle facetten van Patty, over hoe slecht ze SBS Nieuws presenteert en dan zo chagrijnig nep-lacht in een geforceerd onderonsje met die jongen met die scheiding, over hoe ik haar in al haar ranzigheid een keer een klisma-kuur heb zien doen en over hoe onbegrijpelijk het is dat Ron Brandsteder wat met haar heeft gehad. Zelfs hij kan beter krijgen, ondanks het zweet en de astma-lach. En dan besluit ik de tirade met ‘Vreselijk, ik háát haar!’

Een ander doelwit van mijn aversie is Ernst-Daniël Smid. Ik had nu ook Gordon, of Gerard Joling of André Rieu kunnen zeggen, maar die maken bij lange na niet dezelfde gevoelens van walging in mij los als Ernst-Daniël Smid. Wie trouwens wel aardig in de richting komt is Ben Cramer, maar toen ik hoorde dat hij een liedje over Sven Kramer heeft geschreven veranderde mijn walging in medelijden en dat is niet de emotie waar het nu om gaat. Waar mijn haat voor EDS vandaan komt weet ik niet precies, maar ik vermoed dat deze ontstaan is toen mijn ouders thuis naar zijn programma Una Voce Particolare gingen kijken. Op vrijdagavond thuis op de bank naar EDS kijken, treuriger is het leven niet vaak. Ik had al snel door dat dit een ongelooflijke paternalistische blaasbalg is. Hij denkt daar zelf heel anders over en dat maakt het nog vele malen erger. Kijk maar eens op zijn website en lees zijn cv, ik kon ternauwernood mijn eten binnenhouden.

Dan zijn er ook nog trends, gebeurtenissen, gedrag, dingen die ik haat. Om maar een willekeurig voorbeeld te noemen: mensen met meningen, hoe iedere jan lul overal maar een mening over heeft. Als je voor de ingang van de Blokker in Bergambacht een microfoon onder de neus van een of andere domme zak duwt en vraagt wat hij van welk onderwerp dan ook vindt, dan heeft hij altijd een mening. Altijd!! Dit is tegenwoordig ook het niveau van menig journaal-item. Wat Truus uit de Dwarsstraat van de hulpverlening in Mali vindt. Truus weet helemaal niet waar Mali ligt, Truus weet niks van hulpverlening en het interesseert mij ook geen reet wat Truus te zeggen heeft en toch worden me dit soort diepteinterviews opgedrongen. Vreselijk, wat haat ik dat!!

Wat te denken van Suzanne Bosman, die tijdens het nieuws niet eens de moeite wil nemen om te articuleren. De misplaatste arrogantie druipt ervan af, walgelijk. Jan de Hoop, met z'n pens tegen het bureau gedrukt met kleding in babykamerkleuren en zijn haar vanaf zijn achterhoofd over z'n kale kop gekamd, onderwijl het haperende RTL nieuws aan elkaar pratend met oubollige woordgrappen. Mensen die voordringen bij de kassa, oude mensen die om zes uur boodschappen doen terwijl ze daar toch de hele dag de tijd voor hebben. Jongens van de NRC die je aanspreken op straat of van die vrijwilligers van Greenpeace die echt maar 1 minuut nodig hebben en die jongen van Save the Children die zich afvroeg of ik het dan niet erg vind dat er elke dag kinderen sterven.

Het klinkt nu alsof ik met een grote donderwolk boven mijn hoofd door het leven ga, maar niets is minder waar. Het is af en toe ontzettend lekker om ongebreideld iets of iemand te haten. Ik las eens dat mensen makkelijker bevriend raken of een relatie met elkaar krijgen wanneer ze dezelfde dingen haten dan wanneer ze van dezelfde dingen houden. Je ontmoet dus eerder nieuwe vrienden of een partner op het forum van GeenStijl dan op de sportvereniging. Zomaar een gratis tip voor de eenzame mensen. En nu ik erover nadenk ben ik, in tegenstelling tot wat je misschien naar aanleiding van het bovenstaande zou denken, geenzins eenzaam. Haat verbroedert. Ik denk daarom dat Geert Wilders heel groot kan worden... Dat dan wel weer.

vrijdag 5 maart 2010

Willen

Dit is een gastcolumn van gastcolumnist A

'Als je maar écht wil, is alles mogelijk', of uitingen van die strekking, behoren tot de meest misbruikte gezegden van onze taal. Ik stel voor het misbruik onder te verdelen in twee categorieën, waarvan de eerste het Boeddhistische misbruik is. Dat gebeurt door mensen die een mislukt kutleven hebben en er proberen een mooie draai aan te geven. Lekker de hele dag de telefoon opnemen in een of ander kantoor en dan in het weekend gaan bungeejumpen. Of door een heel leven keihard te werken een zielige garage opbouwen met twee man personeel. Jaja, alles is mogelijk, heel knap hoor. Jammer genoeg hebben mensen uit deze categorie meestal iets bereikt waar niemand jaloers op is, en dat is toch wel een voorwaarde om zoiets te mogen zeggen. Eigenlijk is dat wel een mooi soort misbruik, want het gaat over tevreden zijn met wat je hebt enzo. Boeddhistisch. Hartstikke goed. Maar het blijft een beetje zielig.

De tweede soort zou ik het Onmogelijke misbruik willen noemen. Dat gebeurt als mensen écht iets bereikt hebben, maar dan meteen willen doen voorkomen of het allemaal komt door hun wonderbaarlijk grote wilskracht. President van Amerika worden bijvoorbeeld. Jahoor, Barack, jij bent het nu, maar eigenlijk had het iedereen kunnen zijn. Ook die kwijlende autistische Chinees die de hele dag met zijn hoofd tegen de muur aan het bonken is. Sporters willen zich hier ook nog wel eens aan schuldig maken. Net of ze alles zouden kunnen als ze maar genoeg zouden willen... Misschien had Usain Bolt een hele goede bobsleeër kunnen zijn, maar daar houdt het toch wel een beetje mee op. Ruud van Nistelrooy heeft het volgens mij ook wel eens gezegd, maar ik kon niet echt bedenken wat hij dan nog meer voor bijzonders zou kunnen als hij echt zou willen.

Als ik bovenstaand stukje teruglees lijkt het één grote gefrustreerde bende. Er zijn echter uitzonderingen - inspirerende, bijzondere uitzonderingen, die een mens kracht geven op moeilijke momenten. Eigenlijk, nu ik er eens goed over nadenk, is er één uitzondering (wat nog steeds niet minder inspirerend en bijzonder is). Zijn naam is Dirkjan Ranzijn - een naam die iedereen die zich wel eens droevig voelt over zijn of haar leven zou moeten onthouden. Dirkjan Ranzijn is een muzieksensatie die 'born to play forever, born to play for you' is, zo lezen we op zijn website (www.dirkjanranzijn.nl). Hij speelt op een kneitergaaf Bohm-orgel, met heuse knopjes en schuifjes. Hij maakt uitgebreide toernees door heel Europa, en brengt jaarlijks CD's uit met imponerende titels als 'Music and Passion', 'My Musical Dreams', 'The Best of My Early Years' en 'Born to Be on Stage'. Hij is een grote naam in de showbusiness en komt niet zelden op TV. Kortom, Dirkjan is living the dream...

Kijk, daar hebben we hem. De man die het allemaal voor elkaar gebokst heeft. Het is overduidelijk dat Dirkjan geen ene drol talent heeft, er uit ziet als een 16-jarig misdienaartje en, zo kunnen jullie zometeen ook horen, ongelofelijke kutmuziek maakt. Wie zegt dat dat nodig is om een muziekcarriere te hebben? Dirkjan laat het tegendeel mooi maar even zien. Een internationale ster. Hier zien we hem, op de Deense televisie. We zien hem zitten in een heel droevige studio op een heel lelijk orgel extreem kazige muziek maken. Maar het mooiste is: hij gaat zelf helemaal uit zijn plaat! Dat is rock 'n roll, mensen. Het maakt Dirkjan allemaal geen ene flikker uit, hij zit daar maar mooi, met zijn mik op de Deense televisie. Nog meer veelzeggende beelden hier. Dirkjan op een, zo lijkt het, afgelopen bruiloftsfeestje, in een donker hoekje, met een beamertje waarop hij te zien is. Tenenkrommende muziek. Klinkt droevig, maar Dirkjan laat zich niet uit het veld slaan. Hij zit daar op zijn orgel te rammen en krijgt er nog voor betaald ook! Misschien vindt dit concert wel plaats in Polen, waardoor het meteen onder de 'Internationale Toernee' valt. Lekker bezig, Dirkjan. Als je maar écht wil, is alles mogelijk. Een mooie boodschap voor de vrijdagmorgen.

donderdag 4 maart 2010

De lente! De lente!

Ja echt, het is zover. Het wordt lente! Om Gerard Cox hier maar eens (vrij) te citeren: ‘Ik had er maandenlang naar uitgekeken. De koude winter wou eerst maar niet om. Tergend langzaam kropen langs de weken. Maar eindelijk daar was ie dan, de zon’. Ok, Gerard Cox zingt over de zomer (die alweer voorbij is) maar voor de zomer komt de lente en die zit er nu toch echt aan te komen. Ik merk het aan alles.

De lucht is bijvoorbeeld fris en zonder sneeuw- of regenwolken. En het is licht als ik ’s ochtends wakker wordt. Zo licht dat ik al meerdere keren van mijn bedgenoot heb moeten horen, ’s ochtends heel erg vroeg terwijl ik voorzichtig probeerde te bedenken welke dag het was, dat we nu toch echt verduisterende rolgordijntjes moesten gaan kopen.

En ik merk het aan de planten en de bloemen. Ik zag bijvoorbeeld krokussen vanochtend en sneeuwklokjes! Om het maar eens poëtisch te zeggen: de natuur ontwaakt uit haar winterslaap. Of wordt door mijn buurvrouw opgehaald uit het tuincentrum. Zij was namelijk gister de hele dag in de weer met het planten van gezellige bloemetjes en plantjes. En dat terwijl bij ons nog steeds de herfstbladeren in de voortuin liggen (schaam schaam)

En waar ik het ook aan merk: de vogels zingen zich een ongeluk. Echt niet normaal zo hard als die vogels zingen. Misschien komt het omdat wij nu in Suburbia wonen waar de vogelpopulatie een stuk groter (en ongeremder) is dan in De Grote Stad, maar ik word er ’s ochtend gewoon wakker van. En dat zorgt nog wel eens voor verwarring bij mij en mijn bedgenoot. Ik zal dat uitleggen. Wij zijn de trotse bezitters van een wekker met vogelgeluiden, en het enthousiasme van de echte vogels heeft er nu al meerdere keren voor gezorgd dat ik mijn geliefde wakker porde met de brommende mededeling dat ie de wekker moest uitzetten. Na drie keer brommen en porren van mijn kant en een hoop gezucht en gezoek naar het knopje op de wekker van de kant van mijn geliefde, bleek dat dit de wekker niet was. Wij worden nu dus blijkbaar niet alleen omringt door elektronische vogels maar ook door echte. En die laten zich niet uitzetten. Helaas. Want zodra de katten merken dat wij wakker zijn nemen ze een aanloop en springen ze op ons. Dan heb je geen wekker met vogelgeluiden meer nodig.

Kortom, wat ik wilde zeggen: het wordt lente! En ik ben er blij mee! Heel blij mee! Laat Gerard Cox maar komen met z’n zomer. Ik heb er zin an!

woensdag 3 maart 2010

Ontstemd

Vanochtend half acht bij het stembureau, twee dames van achttien en een grijze kabouter achter een tafel in een gymzaal.

Ik: Goedemorgen
Stilte.
Ik gooi mij stempas op tafel. Niemand kijkt op.
Zij: Er moet wel een theezakje in de thermoskan. Welk theezakje moet erin?
Hij: Ik heb hier sterremunt
Zij: Dat lust ik niet, is er niets anders?
Hij: Volgens mij liggen daar nog andere theezakjes
Ik gooi mijn rijbewijs op tafel. Nog steeds kijkt niemand op. De grijze kabouter leest een nummer op. Een van de dames geeft me, nog steeds zonder opkijken, mijn stemformulier. Even overweeg ik te vragen van welke partij zij zijn, in de hoop dat het niet de mijne is, anders moet ik misschien toch op het laatste moment veranderen. Gelukkig niet gedaan.
Ik: Tot ziens!
Hij: Ja hoor, hier is gewone thee!

Spartaans en onbegrijpelijk

De Olympische Spelen zijn voorbij en dat vind ik jammer. Ik kijk doorgaans geen sport op tv, alleen de Tour, Roland Garos en Wimbledon. Soms veldrijden. Aan voetbal heb ik een hekel, niet in het minst om de supporters die deze sport aantrekt. Voor de Olympische winterspelen maak ik graag een uitzondering, ze zijn ook maar eens in de vier jaar, dus dat houdt het behapbaar.

Net als de meeste Nederlanders kijk ik graag naar schaatsen. Dit vooral omdat Nederlanders hier (doorgaans) bij winnen en er op de tribune altijd een gemoedelijke sfeer hangt. Ik heb een hekel aan grote mensenmassa’s, maar de aanblik van deze gezellige oranje schare aan supporters en het geluid van altijd dezelfde dweilband zorgen ervoor dat ook ik in vervoering raak, en dan vooral tijdens de langere afstanden. En natuurlijk door Sven en Mark. Als ze winnen en dan zo hun kapje afdoen en het ritsje van hun strakke pakje naar beneden trekken. Handen in de zij, ene been iets voor het ander. Ik dwaal af.

Toch is het schaatsen niet mijn favoriete onderdeel van de Spelen. Dat is namelijk biatlon. Biatlon is voor mij de meest Spartaanse en daarom meest onbegrijpelijke vorm van sport. Okee, skeleton, rodelen en bobsleeën vind ik ook vrij onbegrijpelijk, waarom zou je in hemelsnaam op een plankje, liggend op een ander, je met totale doodsverachting van een bochtige ijsbaan naar beneden storten? Maar Spartaans is het niet. Je rent een stukje, je springt en het ijs en de zwaartekracht doen de rest. Nee, dan de biatlon. Kilometers lang je helemaal naar de kloten klunen (excusez le mot, maar ik kan er echt niks anders van maken) en dan tussendoor zo snel mogelijk en met vaste hand vijf piepkleine rondjes wegschieten. Daar heb ik bewondering voor en ik kan er vol verbazing en respect naar kijken. Met respect ja, dat zwaar overschatte, maar nu o zo toepasselijke woord. Respect moet je verdienen en dat doen deze dames en heren.

Ik weet namelijk heel goed hoe ik het zelf zou doen als biatleet. Al sinds mijn vroege jeugd ben ik fervent wintersporter. Met heel erg veel plezier ga ik als het even kan elk jaar skiën. Skiën is namelijk een heel relaxte sport. Je bent lekker buiten, het is van dat heldere, ijskoude weer, je krijgt heerlijk te eten en de sport zelf is niet erg zwaar. Je gaat in de lift zitten en je laat je weer naar beneden glijden.

Tenzij de piste niet goed aansluit op de lift. Dan moet je af en toe een eind naar boven klunen en daar ben ik niet goed in. Na vijf meter ben ik bezweet, en dan echt kletsnat in alle lagen en met natte bovenlip, ik zie paars en nog twintig meter verder begin ik te trillen. Misschien ook omdat ik onderwijl loop te schelden dat de boel hier zo slecht is aangelegd. “Volgend jaar gewoon naar Frankrijk, daar nemen ze het niet zo nauw met het milieu en pleuren ze gewoon een lift onderaan elke helling!” Zwetend, trillend en scheldend neem ik plaats in de stoeltjeslift, waar ik dan gelukkig weer kan uitrusten. Ik moet er niet aan denken dat ik na meters op ski’s door de sneeuw te hebben gekluund, vervolgens voor het oog van miljoenen mensen vijf keer een piepklein doel moet raken. Met een geweer dat ik ook nog zelf heb moeten meesjouwen!

Daarom heb ik dus respect voor de mensen die dit kilometers lang doen en er dan ook nog vrij fris, want niet paars en bezweet, uitzien. En ook nog raakschieten. Daar kan ik van genieten. Ik vraag me af of Mark en Sven dat na de tien kilometer voor elkaar zouden krijgen.

dinsdag 2 maart 2010

Kies ik voor de bezwete rug of voor de natte benen?

Dit was mijn inzending voor de eerder hier besproken oproep 'Voor één dagje Aaf zijn' die onlangs in NRC Next verscheen. Helaas werd deze niet uitgekozen.

Sinds enkele maanden ben ik verhuisd naar een groter huis aan de rand van De Grote Stad. Sinds onze verhuizing heb ik het gevoel dat mijn leven een stuk soepeler verloopt. Meer ruimte geeft ook meer rust en meer overzicht.

Maar in één opzicht is mijn leven niet makkelijker geworden. Het grotere huis staat verder weg van mijn werk. En in plaats van de vroegere tien minuten, fiets ik nu in dertig minuten naar mijn werk. En dat is niet alleen langer en vermoeiender, het is ook onhandig en vraagt meer van mijn organisatie- en improvisatietalent. Een talent dat ik niet echt heb, althans niet om half acht ’s ochtends als ik het huis verlaat.

Zo regent het nogal vaak in Nederland. En als je dan een half uur moet fietsen moet je, om nog enigszins toonbaar op je werk te komen, een regenpak aan. En om half acht beslissen óf je dat pak aan moet is niet makkelijk. Regent het wel echt zo hard of houdt het zo op? Met andere woorden: kies ik voor de bezwete rug of voor de natte benen? En regent het nu nog niet, maar straks wel en betekent dit dat als ik nu geen pak aandoe, ik halverwege mijn fietstocht ergens onder een brug mijn regenpak moet gaan staan aansjorren?

En als het niet regent, waait het vaak hard. En als het hard waait, is het dragen van een rok op de fiets geen optie. Of een jurk. Het maakt niets uit. Elk kledingstuk dat je een half uur lang al fietsend over je knie moet trekken is onhandig. Ik heb eens uit pure woede een wikkeljurk weggegooid na een helse fietstocht over beijzelde fietspaden, waarbij ik met één hand aan mijn stuur mijn evenwicht probeerde te bewaren en met de andere hand twee los van elkaar bewegende stukken stof over mijn knie probeerde te trekken. En als er dan een stoplicht komt is het moeilijk keuzes maken. Riskeer ik een val of laat ik mijn onderbroek zien? En dan is je dag nog maar net begonnen.

maandag 1 maart 2010

A Single Man

In een van de comments tipte Anton de film A Single Man, en noemde dit zelfs 'misschien wel de mooiste film allertijden'. Dat moest ik natuurlijk zien, want ik wilde wel eens weten welke film Battlefield Earth van zijn nummer-één-positie zou kunnen stoten.

De film volgt een dag uit het leven van de homoseksuele professor George Falconer, die recent zijn partner Jim is verloren bij een auto-ongeluk. Hij heeft veel moeite om het dagelijks leven weer op te pakken zonder zijn partner, een van de weinige mensen bij wie hij zichzelf kon zijn. Gedurende deze dag zien we hoe George zijn zelfmoord plant, onderwijl terugdenkend aan zijn relatie met Jim.

De film is inderdaad een juweeltje, niet in het minst vanwege de vormgeving (noem je dat zo bij een film?) van regisseur Tom Ford. Hij is afkomstig uit de mode-industrie en er is duidelijk veel aandacht besteed aan de enscenering. Opvallend is ook het spel van Colin Firth. Voor het eerst zag ik een film met hem waarin hij niet zichzelf was, maar echt iemand anders. Hij acteerde! Geen moment zat ik naar Firth te kijken en dat is wel zo prettig. Niets ten nadele van Firth, maar je bent nu eenmaal acteur. Ik las zojuist dat hij is genomineerd voor een Oscar voor deze rol, en terecht. Ik hoop dat hij wint op 7 maart.

Huis, tuin, keuken

Wat heb je gedaan dan?
Afpersen. Ik heb hem laten afpersen.
Alleen afpersen? Je moet hem ook voeren, hoor.
Voeren? Daar zeiden ze niks over.
Jawel, voeren en afpersen, dat is wat je moet doen.

Zomaar een willekeurig gesprek tijdens de jaarlijkse vergadering van de VVE - de Vereniging van Eigenaren - van ons appartementencomplex. Onze onderbuurman had een openhaard gemaakt van de schouw die oorspronkelijk bedoeld was voor een gashaard en nu ontstond er een verhitte discussie over de afwerking van het rookkanaal. Voeren is blijkbaar het aanbrengen van een coating aan de binnenkant van het kanaal, afpersen is checken of er geen scheuren of gaten in zitten. Een jonge Hagenees die een paar maanden terug een paar portieken verder was komen wonen had ook gedoe met de schoorsteen. "Er kwam drie centimetâh pùin ùit die pèp!"

De VVE-bijeenkomst is doorgaans zeer vermakelijk - er woont bij ons in de straat een bonte verzameling aan mensen. Het gros zie ik bijna nooit, dus eens per jaar kijk ik mijn ogen uit. De eerste keer maakte ik kennis met een bejaarde vrouw van een paar huizen verderop. Zij is het vrouwtje aan wie ik me erger omdat zij haar Suzuki Alto zo parkeert dat er niemand meer langs kan. Op zich al een prestatie. Voor haar woonkamerraam staat een levensgrote peuterpop die naar buiten kijkt. Altijd als ik langs het raam loop moet ik even naar binnen kijken, misschien om mijzelf eraan te herinneren hoe eng het daar is. En hoe je kan worden als je oud en eenzaam bent. Die eerste vergadering diende ze een motie van wantrouwen in tegen de verenigingsbestuurder. Ze voegde er gewichtig aan toe dat ze een advocaat had ingeschakeld. Dat maakte natuurlijk indruk.

Een andere topper is de vrouw van een portiek naast ons. Ik heb haar slechts een keer gezien en ze heeft het uiterlijk van een getormenteerde kunstenares. Maar dan meer getormenteerd dan kunstzinnig. Zij komt bijna nooit buiten, alleen op het balkon om de duiven te voeren, die in groten getale op en rond haar balkon de boel onderkakken. Haar buren zijn daar uiteraard niet zo blij mee en hebben haar al meermaals gevraagd te stoppen met brood strooien. Tevergeefs. Nu staat er op de railing van het balkon van haar buren een enorme plastic uil die de duiven op afstand moet houden. Los van de vraag of dit effectief is, is dit sowieso reuze decoratief! Wij denken er nu over zelf ook een grote plastic vogel op het balkon te zetten. We weten alleen nog niet welke.

Naast vreemde en soms ook vervelende mensen zijn er ook leuke en zelfs deskundige buren. Eén van hen ontpopte zich als een ware deskundige. Hij bleek alles te weten van de voorschriften voor het plaatsen van een haard en gebruikte ingewikkelde woorden als 'portiek-armaturen' en 'schemerschakelaars'. Een schemerschakelaar zorgt ervoor dat de buitenverlichting op tijd aan en uit gaat. Het ding kost 1500 euro. Hij was ook degene die over afpersen en voeren begon en ik dacht even dat hij in zijn schuurtje iemand had opgesloten. Na wat meer deskundigheid van zijn kant denk ik dat hij aannemer is en geen Fritzl.

Nu zijn de meneer en ik op zoek naar een ander huis, een 'grote-mensen-huis', met een eigen deur en een tuin en één brievenbus en dat soort luxe. Daar kijk ik echt naar uit, maar de bijeenkomsten van de VVE, die zal ik missen.