woensdag 30 juni 2010

Meer respect voor de sterke arm

Op nu.nl las ik gisteren een bericht dat de politie op zoek is naar de 'Neanderthaler' die tijdens de TT in Assen over de motorkap van van een politiewagen heeft ge-urineerd. Bij het bericht zat een filmpje van de daad. Het betrof een lompe kerel met een kaal hoofd, een fluoriserend geel hesje van het bedrijf Qbuzz, een korte broek en een tribal-tattoo over zijn kuit. Hij moest ook nog heel hard lachen om wat hij stond te doen.

De politie heeft aangegeven geen klopjacht op deze meneer te beginnen. Het lijkt me dat de KLPD inderdaad wel iets beters te doen heeft dan het achterhalen van dit soort kinderachtige wildplassers. De dader (volgens Geenstijl ene Hans uit Assen) wordt door de woordvoerder van de politie in officiële uitingen 'Neanderthaler' genoemd. Heel grappig, maar wel enigszins beledigend voor Neanderthalers. Ik las zojuist dat Discussieplatform de Mondige Neanderthaler zich heeft gedistantieerd van deze uitspraak en zich ook niet herkent in het type kale motorkapplasser.

Het moet me van het hart dat ik me al een hele tijd kapot erger aan de manier waarop er in Nederland tegen de politie wordt aangekeken. Ik was pas in Spanje en dan is het verschil pijnlijk duidelijk. Iedereen weet dat je daar met respect met politieagenten om dient te gaan. Als je wordt aangehouden ga je niet in discussie, je gaat ook niet 'lollig' staan doen, want je weet dat je dan een probleem hebt.

Het probleem in Nederland is tweevoudig. De politie heeft niet de middelen om op te treden tegen respectloos gedrag en het Nederlandse volk is grotendeels zeer anti-autoritair. Het een versterkt het ander. Nu hoor ik mensen al denken dat ik een soort politiestaat beoog, waarin agenten naar eigen believen keihard kunnen optreden tegen vermeende oproerkraaiers, met alle excessen van dien. Dit is geenszins het geval, maar wat ik wil zeggen is dat Nederlanders wel wat meer respect voor de sterke arm mogen opbrengen. Op die manier is het ook juist minder nodig om hard op te treden: dan is de aanwezigheid van politie vaak al afdoende.

Politieagent is een zwaar beroep en het is goed en nuttig werk. Als we dan toch de mond vol hebben van respect, begin daar dan eens mee. En wat betreft die kerel die tegen een politieauto aanpist: zet die maar even een paar dagen vast en geef hem een fikse boete.

dinsdag 29 juni 2010

Frank Snoeks is een dichter

Frank Snoeks is een dichter. Althans ik verdenk hem er van dat hij in zijn vrije tijd gedichten schrijft. Of heel graag een dichter wil zijn. Tijdens Kameroen-Nederland begon ik ergens in de tweede helft een beetje weg te doezelen. Was het zo dat ik me voordien alleen maar ergerde aan het commentaar, met mijn ogen dicht was ik in staat een analyse te maken van de commentator. Allereerst: de ergernis komt met name voort uit de onafgemaakte anekdotes. Zo zei Frank Snoeks dat de doelman van Kameroen onder een andere naam op het WK stond dan normaal. En dat was het. Geen waarom, helemaal niets. Daar kan ik dus niet tegen. En zo waren er een nog een aantal opmerkingen die veelbelovende informatie leken aan te kondigen en waarna het vervolgens doodstil werd.

Maar nu de reden waarom ik denk dat Frank Snoeks eigenlijk een dichter zou willen zijn. Ik maak dat op uit drie zaken: zijn intonatie, zijn zinsbouw, en de onderwerpskeuze. De intonatie is helemaal die van een dichter. Op onverwachte plaatsen in een zin een stilte laten vallen, uitdrukkelijk een stilte voor een bijzin en ineens aan het einde van een zin omhoog of omlaag gaan met zijn stem. Frank Snoeks kan vast ook heel leuk voorlezen denk ik.

En zo kom ik bij het tweede kenmerk, zijn zinsbouw. Omdat Frank tijdens zo’n wedstrijd in feite zijn eigen live gedicht schrijft kan hij de zin ook volledig aanpassen op zijn ritmische uitspraak. En dus gooit hij er te pas en te onpas bijzinnen en metaforen in. Metaforen die mij vaak iets te ver gaan, of die soms echt nergens op slaan. Voor een aantal goede voorbeelden zie de wikiquotes pagina van Frank Snoeks hier.

En tot slot de onderwerpskeuze. Nou is dit laatste wat vaag voor een commentator van een voetbalwedstrijd, maar het komt er op neer dat Frank Snoeks graag het spel en de spelers al tijdens de wedstrijd mythologiseert. Het liefst gooit hij er zinnen tussendoor die later in een compilatie als profetisch kunnen worden gekwalificeerd. Zo zei hij over twee spelers (ik weet even niet meer wie) ‘Die hebben al zo’n mooi seizoen gehad samen’. Niet alleen lag in die zin de band tussen beide spelers besloten maar ook de hoop (en verwachting) dat ze samen nog veel meer mooie dingen gingen doen. En zo kan hij ook ongegeneerd spelers aanbidden. Dat deed hij niet alleen tijdens Nederland-Kameroen, waarin hij vrijwel alles van het hele Nederlandse team geweldig vond, maar dat doet hij ook bij andere wedstrijden. Zo heb ik hem er al meerdere keren er op kunnen betrappen en een diepe liefde voor Drogba te hebben. Het liefst vertelt hij de hele wedstrijd wat Drogba aan het doen is en hoe geweldig dat is, zelfs als Drogba zijn veters strikt.

Tot zo ver mijn analyse van Frank Snoeks, te danken aan het feit dat de Belgen de wedstrijd Denemarken-Japan uitzonden.

maandag 28 juni 2010

Ruige, crowdsurfende pubers

Sinds zijn puberteit is de meneer fan van Pearl Jam. Fan ja. Niet zo'n hysterische fan die vooraan bij concerten in zijn broek plassend staat te janken, nee, zo eentje die al sinds jaar end ag trouw alle cd's kopt, luistert en dan nog vaker luistert. Zelf was ik tussen mijn vijftiende en negentiende ook liefhebber, maar toen hield het weer op. De meneer niet, die was trouw, en daarom zijn we gisteren naar Rockin' Park in Nijmegen gegaan, waar Pearl Jam de hoofdact was.

Slechts een keer eerder ben ik naar een festival geweest, namelijk met vriendin N., naar Pinkpop. Toen was het regenachtig weer en we kenden de festivalmores niet, zodat we niet in poncho of omgebouwde vuilniszak verschenen, maar in zeiljacks. Fout! Je pikte ons er zo uit als onervaren festivalgangers. Dat zou me gisteren niet gebeuren: flodder-t-shirt, vale spijkerbroek en gympies, pardon, sneakers, ik blendde volledig met de pubers. Toch had het nog steeds beter gekund: eigenlijk had ik in bikini-topje, fladderrokje en op slippers moeten komen, maar ik dacht aan ruige, crowdsurfende pubers die dan vast collectief op mijn voeten zouden staan en daarbij komt dat ik bikini's ook uitsluitend geschikt vond voor het strand. Maar goed, voor de volgende keer, ter overweging.

Overigens waren er opvallend weinig pubers, de gemiddelde leeftijd van het publiek lag zo rond de 35, waarschijnlijk veroorzaakt door de hoofdact. Pearl Jam heeft de afgelopen tien jaar geen grote hits gehad en is bij het jongere publiek minder bekend, terwijl ze wel een schare trouwe fans uit de jaren '90 heeft overgehouden. Deze schare was zeer mellow, niks crowdsurfen, gewoon met een biertje in je hand in de (brandende) zon, handjes in de lucht en een beetje heen en weer deinen. Meer kon je ook niet met 30 graden.

Dan nu de optredens, want daar ging het tenslotte om. De meneer en ik waren reeds bij de eerste acts paraat omdat ik heel graag de Belgische formatie Customs wilde zien. Customs is een soort kruising tussen Joy Division en REM, het lijkt een onmogelijke spagaat, maar luister maar goed, dan hoor je het. De heren stelden zeker niet teleur, ik vond hen live zelfs nog beter en toen zij ook nog eens zeer verdienstelijk Transmission van Joy Division coverden, was voor mij het hoogtepunt al geweest. Dacht ik.

Een paar andere acts konden ons niet bekoren, The Black Keys, we hebben het echt geprobeerd, de nieuwste cd meermaals geluisterd onder het motto 'misschien moet je ervan leren houden', maar het bleef teveel piep-tuut-krak-muziek. Misschien ben ik oppervlakkig en wil ik een meezinger, ik weet het niet. Arid was uitgesproken saai en hetzelfde geldt voor de Stereophonics, Rise Against was heel veel lawaai. The White Lies waren live fantastisch, de zanger heeft simpelweg een prachtige stem. De formatie speelde een nummer van de nieuwe cd die binnenkort uitkomt, zeker iets om naar uit te kijken. Amy MacDonald was één grote meestamper, dus daar kwam ik zeker aan m'n trekken, Ben Harper was wat mij betreft pas interessant toen Eddie Vedder op het podium kwam om samen Queen's Under Pressure te coveren. Heel mooi, maar waarom zong die Ben Harper nou de hele tijd door Eddie Vedder heen?

Ach ja, Eddie Vedder, wat zal ik zeggen. Hij heeft het nog steeds. De stem, het spel met het publiek en het publiek dat woord voor woord luidkeels alles meezingt. En dat na zo'n 17 jaar. Ik was ontroerd, zo'n sentimentele troela ben ik dus. Achter mij zong de meneer ook alles mee, alleen dat al maakt dat ik vaker naar Pearl Jam wil. Op weg naar huis hebben we de laatste cd weer opgezet, om in de stemming te blijven. Het was laat, ik ben nu heel moe, maar als ze weer in het land zijn ben ik er zeker weer bij.

vrijdag 25 juni 2010

Witte Veder

Vroeger voetbalde ik altijd in een parkje aan de singel. Het parkje bestaat nu niet meer, er liggen betonnen funderingen van iets dat er nog niet is. Ik word altijd een beetje droevig als ik er langs kom en zie dat het veld weg is; het is toch de plek waar mijn voetbalhistorie ligt. Als het donker is zie ik in het licht der straatlantaarns de schimmen van voetballers uit vervolgen tijden rondspoken. Daar rent Diejee, een Leidse proleet die twee keer zijn arm brak op het veld, en daar rent zijn hond, die iedereen in de weg liep als we aan het voetballen waren. Daar gaan de drie Marokkaanse broers, waarvan er eentje Younis heette, de rest weet ik niet meer. Hoe zou het met ze gaan? Een groepje pikzwarte negers in Kameroen-shirts zie ik ook, die zo beleefd waren dat ze altijd de bal terugspeelden als ze in de buurt van het vijandelijke doel kwamen. En ik zie Witte Veder, de meest geniale keeper die Peru ooit gekend heeft. Tenminste, ik denk dat hij Witte Veder heette en uit Peru kwam, want hij sprak geen woord, zoals een echte Indiaan betaamt. Hij was klein en dik en had lang zwart indianenhaar. Jammer genoeg had hij geen veer op zijn hoofd, maar hij trad wel aan op badslippers, zoals een genie betaamt.

Op een zonnige namiddag, toen we uitgeteld in het gras lagen na vele uren voetbal, stond Witte Veder op en gebaarde ons mee te komen. Verbaasd keken we elkaar aan, want zo communicatief was hij anders niet. Meestal zat hij in doodse stilte in kleermakerszit op de doellijn, alwaar hij, al rokend, de ene na de andere bal weg ranselde met zijn vrije arm. Soms ving hij een bal, en die wierp hij dan in één beweging in het vijandelijke doel, zonder acht te slaan op zijn vrijstaande medespelers. Eigenlijk hadden we vaak het idee dat hij ons amper opmerkte. Maar deze bewuste dag zou anders zijn. Witte Veder ging ons voor in het struikgewas, dat aan de rand van het park stond. Zwijgend baanden we ons een weg door de brandnetels, ons ten diepste bewust van het historische moment. Eindelijk zouden we de wigwam zien waar Witte Veder woonde. Wellicht zouden we worden uitgenodigd om de vredespijp te roken, of misschien gingen we wel op bizons jagen. De opwinding nam steeds verder toe, temeer daar Witte Veder steeds harder begon te lopen. Hij rende zo hard dat we moeite kregen hem bij te houden. Na een kwartier kwamen we puffend en blazend tot stilstand bij een oude schutting. Witte Veder was in geen velden of wegen meer te zien.

‘Dat zul je altijd zien met die kut-Indianen,’ sprak de stoutmoedigste onder ons, en hij gaf van woede een trap tegen de schutting. Langzaam, ik zou bijna zeggen plechtig, helde de schutting over en stortte ter aarde. Daar was Witte Veder! Hij stond ons achter de schutting, in de tuin van zijn doorzonwoning, met de broek op de knieën op te wachten, en sprak de gedenkwaardige woorden, de enige die we ooit uit zijn mond zouden optekenen: ‘Ugh!’

donderdag 24 juni 2010

Veluwe

Onlangs waren wij een dagje op de Veluwe. Het was een zondag en wij bevonden ons op in sportieve wandelkleding, met een rugzak en een fotocamera in een heideveld. Er waren voor ons twee redenen om de Veluwe te bezoeken. Allereerst wilden we natuurlijk wandelen, en dat schijnt daar goed en mooi te kunnen. En ten tweede was het voor ons allebei zeker vijftien jaar geleden dat we (onafhankelijk van elkaar) de Veluwe voor het laatst bezochten, en dus waren we benieuwd naar hoe het er daar nu uitzag. Overigens waren die eerdere bezoekjes voor ons beide vrij traumatische ervaringen gekoppeld aan een schoolbus en het Kröller Möller Museum, maar toch wilden we het er wel op wagen. En zo kwam het dus dat wij op zondag door Nationaal Park de Hoge Veluwe reden op weg naar het startpunt van onze wandeltocht en wij regelmatig werden gehinderd door fietsende echtparen die persé naast elkaar wilde fietsen of hele gezinnen die dachten dat het handig was met zijn allen op de weg overleg te gaan staan voeren.

Nu gaan we wel vaker wandelen. En wandelen waar dan ook is eigenlijk net zo suf (en leuk, anders deden we het niet) als wandelen op de Veluwe, maar toch voelt het anders. Het komt denk ik doordat heel Nederland zich op een mooie dag naar de Veluwe begeeft. En dan vooral ‘oudere’ Nederlanders. Vroeger had ik gezegd ‘bejaarden’, maar inmiddels zijn die bejaarden de leeftijd van mijn ouders (of net iets ouder) en dus mag ik dat eigenlijk niet meer zeggen. Maar ik doe het toch. Aan de Veluwe hangt een belegen luchtje. Gedurende de gehele wandeling, die overigens erg mooi was en door een nog relatief rustig deel van het park voerde, zagen wij de witte hoofden van bejaarden voorbij fietsen. Soms iets verder weg, soms aan de horizon, en soms kruisten ze letterlijk ons pad. De mannen gehuld in bodywarmers met heel veel zakken, de vrouwen met makkelijke ecco’s aan.
En toen realiseerde ik mij dat aan deze omgeving voor mij iets te veel het woord ‘recreatie’ kleeft. Het lijkt alsof er een landschap is ingericht en omheind om er een groep bejaarden in los te kunnen laten zodat ze ons niet in de weg lopen in het winkelcentrum. Het was me allemaal net iets té. Op de Amerongse Berg of ergens anders voelt een wandeling niet als recreeren, maar hier... Nee, dit waren de Veluwe wel weer even voor mij.

woensdag 23 juni 2010

Een wekelijkse column in de Yes

Natuurlijk wist ik wel dat er een hoop achterlijke mannen zijn. Achterlijke mannen met achterlijke opvattingen. Net zoals daar ook achterlijke vrouwen met achterlijke opvattingen zijn. Ik weet ook dat ik bevoorrecht ben door het feit dat ik slechts zelden contact heb met dergelijke mannen en vrouwen. En dat zeldzame contact is gelukkig niet erg diepgaand. Je ziet ze op straat, in de winkel, in de rij bij de bank of in de tram. En dan heb je wel zo je vermoedens.

Wat ik echter niet wist is dat achterlijke mannen met achterlijke meningen ook een column hebben, in een weekblad nog wel. Een weekblad voor jonge vrouwen. Daar kwam ik afgelopen week achter. Ik ging toen op vakantie en kocht de Yes voor in het vliegtuig. Ik schaam me niet, ik was moe, ik had een moment van zwakte en oppervlakkigheid, mag ik?

In het luchtruim boven België, op pagina 16 van de Yes gebeurde het. Daar las ik de column van ene Giles. De column sprong in het oog door één dikgedrukte regel 'De enige vrouwen die naar voetbal kijken, hebben kort haar en vallen zelf ook op vrouwen'. 'Achterlijk', dacht ik, maar ook dacht ik dat dit vast ironie was, of hij citeerde een van zijn kortzichtige vrienden die hij daarna in de column zou afbranden.

In de column stelt Giles dat voetbal en vrouwen een onmogelijke combinatie zijn. Echte mannen houden van voetbal, echte mannen houden van echte vrouwen en echte vrouwen houden van soapseries. Daar komt het hele verhaal op neer. Vrouwen gillen alleen bij voetbal vanwege de lekkere kontjes. Het hele verhaal is te zielig voor woorden, ik dacht aan al die mooie, vrouwelijke vrouwen om mij heen die graag voetbal kijken en ook HEEL GOED weten wat buitenspel is. Wat een eikel.

Totdat ik even verder las dat zijn vriendin Naugthy heet. Dat verklaart wat mij betreft een hoop. Naugthy. Ondeugend. Ineens doemde een beeld op van een soort Anna-Nicole Smith. Een pornoster. Giles heeft een relatie met een pornoster genaamd Naughty. Vind je het gek dat je dan zo'n verwrongen man-vrouwbeeld hebt? Naughty gebruikt haar capaciteiten dan ook om ervoor te zorgen dat er op zondag niet naar Studio Sport hoeft te worden gekeken: "Tijdens een druilerige zondag in maart liet ik me bij poging 17 alsnog door Naughty verleiden tot seks. Naderhand voelde ik me gebruikt, omdat onze seks duurde tot het tijdstip waarop Memories begon."

Mijn hemel, dit is ernstig. In de koptekst staat dat Giles "ook 24/7 relatieconsulent is voor zijn vrienden". Die vrienden denken natuurlijk ook 'Giles heeft een lekkere stoeipoes aan de haak, dus die zal wel weten hoe dat moet, met de vrouwtjes'. Niets is minder waar. Als je als man een leuke vrouw aan de haak wilt slaan moet je zeker niet naar Giles luisteren. Volgens Giles zijn mooie vrouwen namelijk een soort hoeren die hun seksualiteit misbruiken om hun zin te krijgen.

Het ergste is nog wel dat Giles een wekelijkse column in de Yes heeft. Een blad voor jonge vrouwen, die door een dergelijke column wellicht het idee krijgen dat hun hobby onvrouwelijk is en je in een relatie dingen niet oplost door ergens over te praten. Daarom zeg ik nu: Giles is een domme eikel en zijn column is slechts geschikt voor dronken kroegpraatjes. Zo.

dinsdag 22 juni 2010

Zwanger

De kop is geen hoax, geen misleiding, geen poging tot het trekken van bezoekers, geen manier om de aandacht even op me te vestigen. Het wordt tijd dat ik het ook hier maar ‘hardop’ ga uitspreken: ik ben zwanger. Het valt in het echte leven niet meer te ontkennen: ik heb inmiddels een buikje.

Maar ook in het blogleven is het onvermijdelijk geworden: ik kan over niets anders meer praten. Ik wil het alleen nog hebben over baby’s, zwangerschap, echo’s, kinderwagens en geboortekaartjes. Vanaf nu zal het leven van de lezers van deze site een hel worden doordat ik alleen nog maar kan doorzeveren over mijn dikke enkels en mijn groeiende baarmoeder.
Bij alles wat ik eet verzucht ik dat ik het nu juist enorm lekker vind, heel anders dan toen ik nog niet zwanger was, of in tegenstelling tot ‘vroeger’ ik het niet meer lust. Pertinent niet. Ik ga er van over mijn nek. Ik vertel ook uitgebreid aan iedereen wat ik nu niet meer mag eten en wat ik en de baby er van kunnen krijgen als ik het wel doe.
Ik loop alleen nog maar door winkels op zoek naar babykleertjes en positiekleding. Ik bevoel elk stofje en wrijf gelukzalig over mijn buik als ik weer eens iets unieks en origineels voor de babykamer heb gevonden. Ik grijp elke gelegenheid aan om het gesprek op mijn zwangerschap te brengen. Als jullie het over de Russische revolutie gaan hebben begin ik over de revolutie die er in mijn leven heeft plaatsgevonden, de ‘regime change’ die niet zonder slachtoffers plaastvond. Als jullie proberen het voetbal te bespreken begin ik over het schoppen in mijn buik en het voetbaltalentje dat zich daar aan het ontwikkelen is.
Als ik op een terrasje in de zon zit vertel ik, nippend aan mijn sapje, met tranen in mijn ogen over het ‘wondertje’ dat in mijn buik aan het groeien is. Ik zal vertellen dat ik nu al een band voel met mijn kleintje en bij mensen zonder kinderen zal ik regelmatig herhalen ‘dat ze geen idee hebben hoe bijzonder het is’ maar dat ze daar nog wel achter zullen komen ‘als ze zelf zo ver zijn’. Jullie zullen een paar biertjes extra nodig hebben om de middag met mij door te komen. Ik word een heel naar mens. Ik wil alleen nog maar omgaan met mensen die ook kinderen hebben. Ik wil alleen nog maar praten over kinderen en het liefst alleen over mijn eigen kind en over hoe bijzonder en slim en zijn tijd ver vooruit het is. Zo word ik. Nee, zo ben ik al. Dus hoedt u. Het duurt nog zeker achtien jaar voordat ik weer normaal ben.

maandag 21 juni 2010

Door mijn schuld

Wanneer kwam Ernst Louwes nou ook weer vrij, was dat vorig jaar? Ik herinner me een aflevering van Pauw & Witteman, kort na zijn vrijlating. Louwes was te gast en vertelde over het grote onrecht dat hem was aangedaan. Hij had jarenlang onschuldig vastgezeten voor de moord op de weduwe Wittenberg, vreselijk. Wie herinnert zich niet de beelden na de veroordeling: Louwes die schreeuwde en huilde en in bedwang gehouden moest worden. Zo iemand móet toch wel onschuldig zijn? Dat dacht Maurice de Hond ook en hij stortte zich op de zaak. Maurice de Hond is namelijk naast peilmeester ook een verdienstelijk misdaadjournalist/psycholoog/pathaloog-anatoom. En dat komt van pas tijdens een onderzoek naar een moord. Hij ging zelfs zo ver dat hij een ander van de moord beschuldigde, namelijk de klusjesman van de weduwe Wittenberg. Deze klusjesman heeft hem uiteindelijk aangeklaagd wegens smaad en De Hond moest zijn acties staken op straffe van een dwangsom.

Ondertussen heeft Louwes dus zijn straf uitgezeten, maar hij blijft zijn betrokkenheid ontkennen. Pauw & Witteman boden hem hietoe graag een podium, met als gevolg dat er toch genoeg mensen zijn die niet konden geloven dat Louwes de dader was.

Tijdens mijn vakantie las ik Door mijn schuld van Désanne van Brederode. Het vertelt het verhaal van Gunnar de Wit, een rustige meubelverkoper met een onopvallend leven, die veroordeeld wordt voor de moord op een bevriende klant. Ook hij blijft zijn onschuld ontkennen, zijn familie gelooft in hem en ook in de media wordt zijn betrokkenheid betwijfeld. Het boek is echter een bekentenis van De Wit. Hij zegt de moord wél te hebben gepleegd maar het omwille van zijn omgeving altijd te hebben ontkend.

Het boek vertelt vooral over de jeugd van de hoofdpersoon in een intellectueel milieu, waaraan hij zich al snel heeft onttrokken. Hij is tevreden met de kleine dingen in het leven en heeft de grote woorden die in zijn familie zo graag gebruikt worden helemaal niet nodig. Een simpel leven met zijn vrouw en twee kinderen in een nieuwbouwwijk, dat is voor hem genoeg. Hierdoor voelt hij zich een buitenstaander in zijn eigen familie, die het hem dan ook niet makkelijk maakt. Dit alles schetst zijn karakter en de achtergronden waartegen De Wit de moord begaat.

In recensies wordt gewezen op de gekunstelde stijl van Van Brederode en de oeverloze uitweidingen. Misschien dat ik geen maatstaf ben, maar mij was dit geenszins opgevallen. Ik vond het een verademing te zien dat er nog schrijvers zijn die klassiek taalgebruik machtig zijn en ik vond de roman hierdoor een nog betere prestatie.

Daarnaast geeft het boek een vefrissende kijk op een bestaande moordzaak, hoewel beide verhalen niet over elkaar gelegd kunnen worden: Door mijn schuld is slechts losjes gebaseerd op de Deventer moordzaak. Het geeft echter wel te denken over waarom iemand zo kan volharden in het ontkennen van de eigen schuld. Hoe hard iemand ook roept, hij kan nog steeds schuldig zijn.

vrijdag 18 juni 2010

Ook gij Jacques

En nu blijkt dat ook Jacques Tichelaar vreemd ging. Ik snap dat hij in de vaart der volkeren niet kan achterblijven, zonder affaire ben je tegenwoordig geen nieuws. En zonder affaire behoor je blijkbaar tot een minderheid.

Ik schreef hier al eerder over alle (nou ja, waarschijnlijk niet alle, maar wel veel) mannen die de afgelopen maanden bekenden hun vrouw of vriendin te hebben bedrogen. Daar zijn sindsdien nog bijgekomen Ronan Keating en nu ook Jacques Tichelaar. Dat Ronan Keating vreemd gaat kan ik nog wel begrijpen. Niet omdat ik vind dat Ronan Keating, of welke andere man dan ook, vreemd zou mogen gaan, nee. Maar omdat ik snap dat er heus vrouwen zullen rondlopen die Ronan Keating aantrekkelijk vinden. Aantrekkelijk genoeg om er mee het bed in te duiken.

Maar Jacques Tichelaar. Ik was al verbaasd dat Jacques Tichelaar überhaupt een vrouw had, maar dat hij er zelfs een minnares op na kon houden? Ik vind echt werkelijk niks aan Jacques Tichelaar. Hij ziet er niet alleen enorm onaantrekkelijk uit, hij praat ook heel vervelend. Hij heeft een naar accent, hij heeft een vervelende stem, hij is van een vervelende partij en zegt daardoor vervelende dingen. Jacques Tichelaar is een doorsnee, dertien-in-een-dozijn-man van middelbare leeftijd. Ik zie hem zo fietsen ergens door de polder op een nieuwe fiets met een mooie ANWB jas aan en een kaart op zijn stuur. Ik zie hem zijn acht jaar oude Opel naar de garage brengen. Ik zie hem thuis in zijn leren relaxfateuil met verstelbare beensteunen naar Lingo kijken. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik zie hem vanalles doen, maar niet bovenop een vrouw liggen. Of een vrouw versieren voordat hij er bovenop mag liggen. Dat eerste is nog onwaarschijnlijker dan het tweede.

Toen ik las wat voor vrouw het was waar Jacques dan op lag, kreeg ik een Nico Dijkshoorn-gevoel. Hij moest dit bedacht hebben, dit kan niet waar zijn. Het gaat om "Koosje, zus van Jos Wijland, eigenaar van chateauhotel 'De Havixhorst' bij Meppel." Ze zullen er van smullen en schande van spreken daar in Meppel. Het is van een dusdanige kneuterigheid dat ik, als ik het bedacht zou hebben, ik iets beters bedacht zou hebben, dus het moet wel waar zijn. Ik ben verbijsterd.

donderdag 17 juni 2010

De deotest ingevuld door H

1. Geslacht m/v
Man

2. Leeftijd: 32

3. Beroep: Rijksambtenaar

4. Welke deodorant gebruik je normaal?
Iets van Axe, maar type weet ik niet

5. Werkt deze afdoende?
mwoah

6. Had je de 48-uurs-deo eerder gebruikt?
nee

7. Hoe laat heb je de deodorant opgespoten?
06.45 uur

8. Wat vond je van de geur van deze deodorant?
Sterk, maar op zich wel oké

9. Wat vind je van de vormgeving van deze deodorant?
I couldn’t care less

10. Heb je gesport tijdens het gebruik van de deodorant? Zo ja, welke sport en wat was het effect op de okseldroogte?
Wel hard gefietst naar werk, geen meetbaar effect

11. Ben je een hele dag droog gebleven? ja/nee. Indien ja, ga door naar vraag 13
het regende (zie vraag 10), maar afgezien daarvan wel

13. Rook je de iets?
Nee

15. Zou je voortaan voor dit product kiezen?
Ja

16. Wat vind je van de prijs-kwaliteit-verhouding?
Prima

17. Indien je inderdaad 48 uur droog bent gebleven, na hoeveel tijd heb je weer deodorant opgespoten?
Nou, nadat ik gedoucht had de volgende ochtend. Maar op zich blijf je er wel mee droog

18. Heb je verder nog opmerkingen?
Fijnste deo ooit

Broekjesdag

Dit is een gastcolumn van gastcolumnist Lein

Zodra het kwik boven de 15 graden komt vinden veel Nederlanders het warm genoeg om nog maar halfbedekt door het leven te gaan. Teenslippers, haltertopjes en geruite bermuda's kleuren opeens het straatbeeld en borsthaar komt plots overvloedig uit linnen overhemden zetten. Martin Bril noemde de eerste dag van het seizoen waarop dames massaal hun blotebenenkleding uit de kast zouden pakken rokjesdag.
Er is echter ook een mannelijk alternatief, de zogenaamde broekjesdag. Deze dag valt meestal een week of 2 voor het begin van het wielerseizoen. Dat is het moment dat een bepaalde groep mannen de kriebels krijgt. Dit zijn wielerkriebels waardoor oudere, grijze en niet afgetrainde mannen zich opeens in korte broeken gaan organiseren. Hun buik is dankzij het copieuze kerstdiner en ondanks Sonja Bakker niet geslonken en daar moet stande pede verandering in komen. Achterin de kledingkast pakt de volle grijze man op leeftijd zijn Cofidisbroek van vorig seizoen en probeert hem aan te trekken. Verdorie, die beaujolais is echt op zijn heupen gaan zitten en een wielrenheupbroek is natuurlijk helemaal geen porum. Dan maar online een nieuwe bestellen, hopelijk is die dan voor het weekend binnen. Maar welk team? De keuze is zo groot! Rabobank is niet exotisch genoeg, Euskatel is een beetje te oranje. Ha, het wordt Astana! Bestelling voltooid.
Dan snel de schuur in. Het ijzeren raceros mag wel een nieuw achterbandje gebruiken en de derailleur is toch een beetje vies. Snel het racemonster achterin de Volvo stationcar en op naar fietsenmaker. Misschien is de fiets dan voor het weekend zomerklaar.
Het zit de man mee; op vrijdagmiddag zijn zowel de nieuwe fietsbroek, het Tourshirtje en de fiets binnen. Wielerman belt zijn fietsvrienden, zij zijn er ook klaar voor!
Zaterdagochtend 10.00 vertrekken de heren uit Oegstgeest richting het oosten. Het weer zit mee, de benen zijn goed en de eerste kilometers rijdt er gelukkig niemand lek. De broekjes zitten goed en als je zittend op de fiets naar beneden kijkt zie je door de wijnbuik gelukkig de eigen witte benen niet.
De mannen rijden via Leiden het park Cronesteijn binnen als ze twee dames op de weg zien wandelen. Ze kunnen er makkelijk langs maar zo met de kerels onderling komt er toch een opmerking uit: “Zoooooooo dames, ga eens even aan de kant met die dikke konten van jullie!”. De andere heren uit het team lachen niet. Ze zitten namelijk al een tijdje niet meer zo lekker op het zadel door hun overtollige bipsvet. Het grapje komt niet aan en de mannen demareren richting terras. Daar wacht een lekker koel biertje. Dat hebben ze wel verdiend na die lange rit. De oude grijze man neemt een slokje en kijkt tevreden naar zijn nieuwe fietsbroek. Hij heeft dan wel het hoogste vetpercentage van de de groep, hij fietst wel in de laatste mode! Het bier is op, de mannen rijden verder. Een col van de eerste categorie wacht op hen in de Vlietlanden. En terwijl ze allemaal puffend naar een lichtere versnelling schakelen, nemen zich unaniem voor om voor de winterstop een spinfiets aan te schaffen.

woensdag 16 juni 2010

Onderschrift














Wegens succes herhaald. Verzin een onderschrift bij deze foto, reacties in de comments!