donderdag 16 februari 2012

I heart ... Man Bijt Hond

Na een dag hard werken zijn er drie manieren om goed te kunnen ontspannen: koken, de puzzel in de krant maken en Man bijt Hond kijken. Het is natuurlijk vreselijk verantwoord om samen aan tafel even te communiceren tijdens het avondeten maar ik neem tijdens het avondeten het liefste de dag even door met de mensen uit Man bijt Hond. Tijdens het kijken rol je soms lachend van de bank en heel soms rolt er een traan over je wang. Precies de goede combinatie.

Man bijt Hond begon in Vlaanderen maar waaide eind jaren '90 over naar de noorderburen. Nog een jaar later ging ik studeren en was er in het studentenhuis al snel een etenstijdtraditie begonnen. Bij avondeten hoort nu eenmaal MbH. Daarna ben ik het programma altijd trouw gebleven. Wat een prachtige televisie. Elke aflevering weer verbaas ik me over het feit dat er zoveel bijzondere mensen in ons land wonen. Waar halen de programmamakers ze toch elke keer weer vandaan? Hoe gaat het er aan toe tijdens de redactievergaderingen? Volgens mij is MbH-verslaggever de mooiste baan in televisieland.

Man bijt Hond is eerlijk en oprecht, maar ook doortastend en dapper. Nooit pretentieus, zoals sommige andere dagelijkse programma's. Ze gaan geen onderwerp of taboe uit de weg maar zorgen er altijd voor de de mensen die hun verhaal vertellen nooit te kakken worden gezet. En zelfs hun gekke typetjes zijn uit het echte leven gegrepen. Zoals de supermarktdames Dooie en Coby. Ik weet zeker dat deze dames ergens in een supermarkt bij mij in de buurt werken. Ik ben er alleen nog niet achter welke precies.

De Veerkampjes zijn waarschijnlijk de bekendste MbH-ers maar mijn favorieten zijn de broers Manfred en Hilmar. Manfred is helemaal weg van vliegtuigen en van Schiphol, en misstaat in zijn KLM-uniform helemaal niet op de nationale luchthaven. Daar helpt hij de stewardessen een handje. Zijn broer houdt van films (hij heeft een hele uitgebreide verzameling) en van gratis kranten gratis uitdelen in het winkelcentrum. Als een echte paper boy.

De jubileumeditie in 2008 was een echte traktatie: een hele nacht lang de hoogtepunten van tien jaar lang MbH-televisie. Wat mij betreft komt er een heel themakanaal, waarbij alle afleveringen achter elkaar nog een keer worden uitgezonden. Dan neem ik tijdens het eten even het wereldnieuws door met mijn wederhelft en ga ik daarna weer terug naar al die wonderlijke televisiemomenten met klein nieuws van eigen bodem.



woensdag 15 februari 2012

Vanwege Valentijn

Een gedicht. Met dank aan vriendin M, die mij herinnerde aan mijn liefde voor mannen.

Mannen in broeken
Mannen met haar
Mannen met kale hoofden
We kijken ernaar
Mannen op steigers
Mannen in kantoren
Mannen in auto’s
We kunnen ze horen
Mannen met brillen
Mannen met schoenen
Mannen met belangrijke papieren
We willen ze zoenen
Mannen die fronsen
Mannen die praten
Mannen die lachen
We gaan ervan blaten
Mannen die sporten
Mannen die zweten
Mannen die rusten
We moeten ze vergeten
Mannen die drinken
Mannen met mannen
Mannen op borrels
We blijven verlangen
Mannen in pakken
Mannen met das
Mannen...
Ik wou dat er nu hier een was

dinsdag 14 februari 2012

Vergeet niet spontaan te doen!

Dit is een gastcolumn van onze gastcolumnist M

Valentijnsdag. Het enige wat mij daar altijd in heeft aangesproken, is het idee dat mensen aan elkaar - al dan niet anoniem - kunnen laten weten dat ze elkaar zien zitten. Ik ben zo iemand voor wie het niet vanzelfsprekend is om zomaar op de vrouw af een date te regelen. Niet dat ik wacht tot Valentijn met het uiten van mijn gevoelens, maar als ik rond deze tijd een meisje op het oog heb, grijp ik de aanleiding soms wel aan.

Verder schaar ik me vooral onder de mensen die Valentijnsdag veel te commercieel vinden. En er is voor mij nog een reden waarom deze dag niet hoeft. En die reden is het initiatief van de Valentijn Helpdesk (jawel!): Nooit Meer Geen Bloemen met Valentijn. Het idee: meld je man aan bij de site, zodat hij een videoboodschap krijgt die hem duidelijk moet maken dat je bloemen wilt voor Valentijn. Ze proberen zichzelf er nog uit te redden door eenmaal het woord partner te gebruiken, maar het kwaad is al geschied. Deze site is vooral bedoeld voor vrouwen die hun man op willen geven. Want ja, het zijn natuurlijk altijd die vergeetachtige mannen die niet romantisch willen zijn op Valentijnsdag. Waarom dat onderscheid? Bestaan er geen vergeetachtige vrouwen?

En voordat mensen beginnen over de klassieke rolverdeling: ik heb ook daar zo mijn eigen theorieën over. Het verhaal daarachter is zo uitgebreid dat het een eigen column waard is, maar in het kort komt het hier op neer: ik ben voor volledige gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Het moet niet uitmaken wie nu precies wie niet of wel verwent. Als je dan zo’n site als de Valentijn Helpdesk in het leven roept, dan mag die best gericht zijn op mensen in plaats van alleen mannen of vrouwen.

Kijkend naar de site voel ik herkenbare frustraties opkomen. Destijds bij tv-programma’s als ‘Help, mijn man heeft een hobby’ en ‘Help mijn man is klusser’ had ik die frustraties ook. Want kunnen vrouwen geen rare hobby's of obsessies hebben (waar blijft 'Help, er staan 82 paar schoenen in onze kast')? En waarom is het logisch dat vooral de man een klusser is? Een slechte klusser is zo uitzonderlijk dat er een programma omheen verzonnen moet worden. Het is vooral dat constante idee dat mannen op weg geholpen moeten worden, dat mij irriteert.

Misschien hebben mannen wel een goede reden dat ze Valentijnsdag ‘vergeten’, namelijk dat ze er niets aan willen doen. En waarom zou je ze dan dwingen? Als het je echt hoog zit, kun je ook gewoon het gesprek aangaan, in plaats van dat je de ander subtiel probeert te veranderen met behulp van de Valentijn Helpdesk.

En hoe spontaan is dat bloemetje eigenlijk nog als je je partner via zo'n site moet dwingen? Het is alsof je zegt: "Hé, vergeet niet spontaan te doen!". Voor een echte romantische geste heb je geen speciale dag - laat staan een speciale site - nodig, toch?

maandag 13 februari 2012

Klunen, glibberen, krabbelen en schaatsen

Zaterdagochtend werd ik met een gemengd gevoel wakker. Ik ging voor het eerst in jaren weer eens schaatsen. Aan de ene kant had ik daar veel zin in, want het is toch wel heel bijzonder op natuurijs en het was waarschijnlijk de laatste dag dat het nog kon deze winter. Maar aan de andere kant vond ik het ook vreselijk, want wat nou als ik zou vallen en m’n been zou breken of ik heel nodig naar de wc zou moeten midden in de Biesbosch?

Het begin was vreselijk. Daar stond ik dan, in de snijdende kou, links en rechts ingehaald door bejaarden en kleine kindjes. Ik voelde me afschuwelijk. Wankel glibberde ik over het ijs, terwijl ik mijn armen zo ver mogelijk spreidde om mijn evenwicht te behouden. Ik zag eruit als een dronken pinguïn. Vriendin J. was intussen al lekker op dreef en reed al een kilometer verder. In mijn gedachten zweefde zij überrelaxt over het ijs, terwijl ik net mijn eerste rondje zwetend had volbracht.

Intussen kon mijn meneer zich wel voor z’n kop slaan terwijl ik met horten en stoten vooruit krabbelde over het peuterbaantje. Hij had namelijk eerder die dag beloofd wel bij me te blijven. Nadat ik vier keer een rondje over het minibaantje had gemaakt, gaf ik het op. Ik gleed op m’n allervoordeligst naar de kant en kluunde naar boven. Ik zakte neer op een baal stro en vroeg me af waarom ik hier ooit aan was begonnen. Intussen sommeerde ik mijn meneer om vooral kilometers verderop te gaan schaatsen, dan zou hij tenminste een leuke middag hebben.

Daar, op die baal stro bij de koek en zopie, zag ik het licht. Ik móést en zou een tweede schaatspoging wagen. Na een korte snotterpauze raapte ik mezelf bij elkaar en kluunde weer naar beneden. Ik glibberde het ijs op en ineens ging het veel beter! Het lukte me om te ontspannen en ik ontdekte dat ik ook best wel met lange halen kon schaatsen. Ik schaatste de richting op waar ik, ruim een uur eerder, vriendin J. had zien verdwijnen. Het was pittig en ik had wind tegen. Logischerwijs zou ik dan wind mee hebben op de terugweg. Wat een fijn vooruitzicht.

Na een kwartier kwam ik mijn meneer en vriendin J. tegen. Ik voelde me een overwinnaar. Triomfantelijk brulde ik “dat ik hier ook was”. Met z’n drieën schaatsten we terug. Vriendin J. en mijn meneer waren uiteraard eerder bij het eindpunt en verwelkomden me met applaus bij de koek en zopie. Ik dronk een welverdiende warme chocomel en bedacht me dat het volgende winter heus wel weer zo hard mag gaan vriezen. Ik ben er klaar voor.

vrijdag 10 februari 2012

Onderschrift



Is dit de schaamteloze promotie voor Star Wars in 3D? Vond Karl Lagerfeld inderdaad Adele te dik en presenteert hij de nieuwe zomercollectie op meer hoekige, mechanische modellen? Of wil The Stig vanaf nu meer anonimiteit? Laat het ons weten in de comments.

donderdag 9 februari 2012

Kunnen we het maken? Nou en of!

Er zijn van die activiteiten waarvan het me leuk lijkt als ik ze leuk zou vinden. Omdat andere mensen er zo enthousiast over kunnen vertellen, en je duidelijk ziet dat het ze veel levensplezier geeft. Ik zal nooit de vreugde kennen van de hardlooprush, wintersport of van een sjaal breien. Maar het is vast heel leuk als je het wel leuk en interessant vind. En gezellig, want er zijn veel anderen die jouw voorliefde delen.

Sinds twee weken word ik gesterkt in mijn vermoeden dat ik verbouwen en klussen nooit leuk ga vinden. Nooit. Een klushuis zal het nooit worden voor de familie S. En ook al is meneer S een zeer behoorlijke klusser, zijn huizenliefde zal ongetwijfeld verbleken bij de hysterie die verbouwen bij mij teweeg brengt. Eeuwige verdoemenis zal voor mij inhouden dat ik in een oneindige herhaling van Het Blok terecht zou komen. Huizentelevisie vind ik heerlijk, zolang het geklus maar tot de beeldbuis in de woonkamer beperkt blijft en het gehak en gebreek niet daadwerkelijk in mijn woning plaatsvindt.

Inmiddels is het twee weken zonder wasmachine en twee weken kamperen in de woonkamer. Gelukkig is sinds gisteren de verwarming op de eerste verdieping weer aangesloten. Een klus die geschat was op vijf werkdagen gaat waarschijnlijk maandag de derde week in. Vrieskou en persoonlijke omstandigheden van klussers speelden ons parten. Het zal nog even doorbijten worden. Voorlopig houd ik me vast aan een prachtig mantra met bijbehoren klankschaalklanken: “het wordt heel mooi, het eindresultaat mag er zijn”.

Het blaadje voor huiseigenaren viel deze week ook in de bus. Alsof de duivel ermee speelt. Met mijn kluskleren aan en staande in het stof keek ik naar blije klussers en vreselijke voor- en na foto's. Wie stript nou zijn hele huis om het vervolgens weer op te gaan bouwen? Ik rilde.

Ik hou gewoon liever van lekker overzichtelijk en snel resultaat. Niet eerst gaten in de muur gaan vullen en antischimmelvoorstrijk op de muren smeren. Als je naar het hellehol van de bouwmarkt gaat om verf te halen, dan moet die verf zo snel mogelijk op de muur gesmeerd worden. Nu is het vooral wachten, wachten tot het stucwerk eens een beetje wil drogen. En geduld in niet mijn forte.

Maar wat me nog het meeste tegenstaat van het verbouwen van je huis is dat je er vrije dagen voor moet aanvragen. Vrije dagen zijn ervoor om op vakantie te gaan, niet om steensgruis te verwijderen.

Mochten we ooit gaan verhuizen, dan overweeg ik bijna, bijna om een nieuwbouwhuis te betrekken. Als het maar niet in vinexwijk is. “Het wordt heel mooi, het eindresultaat mag er zijn.”

woensdag 8 februari 2012

Boekentip: HhhH

"Dit is ook een heel goed boek. Over de aanslag op Heydrich. Het is geen gewone roman, het is eigenlijk een onderzoek dat je op de voet volgt. Heel interessant." Mijn vader leest veel, heel veel. Hij heeft zo zijn voorkeuren en de Tweede Wereldoorlog is daar een van. Ok, ik zou het proberen, weer een boek over de Tweede Wereldoorlog. Als het nou maar niet te droog is, maar ook niet teveel Haar naam was Sarah.
Het is raadzaam soms wat beter naar je vader te luisteren. Want dit boek is geweldig. Ik had het kunnen weten, hij is niet zo snel ergens zo enthousiast over.

Het boek is inderdaad anders. In HhhH. Himmlers hersens heten Heydrich vertelt Laurent Binet het verhaal van de aanslag op Reinhard Heydrich in mei 1942. Wat is er precies voorgevallen, wie zijn de plegers van de aanslag en wat waren de omstandigheden waaronder zij hun plan ten uitvoer brachten? Maar dat niet alleen. Binet schrijft vooral ook over de roman als literaire vorm. Hoe dient een schrijver zijn hoofdpersonen weer te geven? Binet geeft hier telkens rekenschap van en geeft, naast het verhaal over Heydrich en zijn aanvallers, stof tot nadenken. Hierbij haalt hij telkens andere schrijvers aan, maar ook films, bandopnames, wat hij maar kan vinden. Tot op het bezetene af leeft hij mee met de gebeurtenissen in 1942. Het boek is een spannende ontdekkingstocht. Door Praag, door het lot van de aanslagplegers en door het hoofd van Binet.

Nu heeft WOII me toch weer te pakken. Naar aanleiding van HhhH ligt een stapel oorlogsfilms klaar die ik (soms voor de vijftiende keer) binnenkort ga kijken, en een stapel boeken die gelezen moet worden, waaronder een die ik kocht tijdens mijn bezoek aan de Wannsee. Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar de oorlog niet uit een kind, zou Marco Borsato zeggen.

dinsdag 7 februari 2012

Gehaakte wc-rolhouder

Al sinds mijn vroege jeugd vraag ik me iets af. Over iets dat ik al een hele tijd niet meer gezien heb. Eigenlijk is het niet één vraag, het is een complex vraagstuk. Vroeger zag ik namelijk heel vaak een vreemd voorwerp in auto's. Nu nog steeds wel, bijvoorbeeld achteruitkijkspiegels met grote, wild-bungelende voorwerpen. Of een hoedenplank vol knuffeldieren. Maar dat verbleekt allemaal bij één vakantie-obsessie uit mijn jeugd: de gehaakte wc-rolhouder.

Er is veel dat ik niet begrijp aan de gehaakte wc-rolhouder. Het eerste dat ik me hierover afvroeg als meisje van vijf, achterin de Opel Ascona (waarvan ik nu nog het nummerbord weet terwijl ik mijn huidige nummerbord niet eens kan onthouden), op weg naar de camping in Frankrijk, hopend dat mijn broer niet weer zou gaan overgeven: waarom zou je een wc-rol in de auto hebben? Misschien zaten er in die auto's ook allemaal mensen die last hadden van wagenziekte? Dan kon je met de wc-rol de auto weer opruimen. Dat is handig. Of misschien durfden deze mensen geen gebruik te maken van het wc-papier in de ranzige snelweg-wc's in Frankrijk en hadden daarom zelf een rolletje meegenomen. Misschien gingen ze überhaupt niet meer op de wc en hadden ze papier bij zich voor in de bosjes? Maar dan ook in Nederland, want ik zag ook als ik niet op vakantie was veel auto's met wc-rollen. Fascinerend.

Alleen, waarom zou je dan die wc-rol op de hoedenplank willen zetten? Eerst vroeg ik me af waarom je een hoesje om de wc-rol zou doen, maar dat was natuurlijk omdat een kale wc-rol op de hoedenplank geen gezicht was, dat was me wel duidelijk. De belangrijkste vraag was en is dus voor mij: waarom moest de rol op de hoedenplank en niet in de achterbak? Dan hoefde je namelijk ook geen hoesje te breien. Overigens heb ik later ook gebreide tissuedooshoezen gezien, dus blijkbaar moeten tissues en wc-rollen op de hoedenplank staan. Of niet?

Bij nader inzien denk ik toch dat de hoedenplank een gevolg van de gebreide hoes is en niet andersom. Het moet een uit de hand gelopen hobby zijn van de vrouw des huizes (de metro-man bestond nog niet, dus het ging echt om breiende vrouwen). In mijn jeugd was breien namelijk erg populair en ik vermoed dat de overijverige breisters alles wilden versieren met hun breisels. Desnoods de wc-rollen. Net als nu, eigenlijk. De gehaakte wc-rolhouder is de versierde lantaarnpaal van toen. Wildbreiers avant la lettre! Daarom heb ik ook goede hoop dat de houder zal terugkeren in het straatbeeld, dat zou toch prachtig zijn? Als wij weer allemaal heel nostalgisch rondrijden met een versierde wc-rol in de auto?

Mocht je zelf ook graag een gehaakte wc-rolhouder op de hoedenplank hebben, dan vind je hier een patroon. Kan je er dan ook meteen een voor mij maken? Graag in de vorm van een hoedje, dankjewel.

maandag 6 februari 2012

Tip voor de koude winter: de snuggie

Vorige week zat ik met een keelontsteking ziek thuis. Nu ben ik héél goed in niksen, maar ziek zijn is niet mijn talent. Proberen te chillen terwijl je klappertandend en rochelend je huig er uit hoest is niet mijn favoriete bezigheid. Maar goed, ik was nu eenmaal ziek en nam mezelf voor er het beste van te maken. Nadat ik me op mijn werk had ziek gemeld, installeerde ik me dan ook hoopvol op de bank. Ik had álle tijd om leuke dingen te lezen en te kijken, besefte ik me! Vervolgens keek ik tv, las ik oneindig veel fora en weblogs, schreef zelf wat stukjes, keek Aladdin, Rapunzel en Belle & Het Beest… en toen was ik er wel weer klaar mee. Maar goed, op dat moment was ik precies één ziek-zijn-dag verder. Ik had nog een lange lijdensweg te gaan.

Mijn meneer zorgde voor een lichtpuntje die week. Hij bracht op een zonnige ochtend een snuggie voor me mee (wel op mijn verzoek, maar tóch). Een snuggie is een fantastische uitvinding. Het is een fleecedeken, maar dan met mouwen. Je zit lekker warm maar je kunt tegelijkertijd een boek lezen, laptoppen of breien. (Overigens kan ik überhaupt niet breien, of ik nou een snuggie draag of niet.) Bruno Mars is een baas en wist het al langer: een snuggie is chill. In zijn ‘Lazy Song’ zingt hij over een chilldagje thuis. Hij kamt z’n haar niet, hij neemt z’n telefoon niet op. Hij ligt alleen maar, met z’n hand in z’n broek, te chillen in zijn snuggie op de bank. Hij werd dan ook mijn grote voorbeeld vorige week.

Door de snuggie ging een nieuwe chillwereld voor me open. Ik voelde me nog steeds hondsberoerd, maar had het in mijn snuggie in ieder geval niet meer koud. Natuurlijk, door de snuggie daalde mijn sexappeal tot onder de temperaturen die in De Bilt tijdens deze koudegolf zijn gemeten. Maar dat maakte mij niet uit, mijn keelontsteking dwong me toch al om mijn natural beauty looks in te leveren. Ik zag er in mijn snuggie uit als een asgrauwe zeehond in een te ruim velletje. Maar het zeehondje knapte zienderogen op en zit nu fris en fruitig deze column te tikken. In een snuggie, natuurlijk. Want ik ben dan wel weer beter, maar dat is géén excuus om de snuggie op te bergen. I love my snuggie!


vrijdag 3 februari 2012

Delen

Jij hebt jouw leven

Ik heb het mijne

Wij delen een verleden


Jij maakt jouw keuzes

Ik maak de mijne

Wij delen een vriendschap


Jouw wereld lijkt steeds kleiner

Heb jij in je leven

Nog wel iets aan het mijne?

donderdag 2 februari 2012

Horrortv

Als vroege tiener een televisie op je eigen kamer, wat een luxe! Het degelijke houten bed in de ene hoek en de enorme beeldbuis in de andere. Een eigen kamer is al helemaal prachtig, maar die tv is toch echt de kers op de taart. Alleen, zo’n luxe vormt ook een groot gevaar. Een heel groot gevaar. Want wat nou als je per ongeluk in het donker stiekem in je eentje The X-files gaat kijken? Of Tour of Duty? Dan loop je een groot risico op hartkloppingen en een kapot bed.

Eerst heerlijk naïef een handdoek bij de drempel van de kamerdeur gelegd. Want stel je voor dat je ouders merken dat er naar een commerciële zender wordt gekeken. Of naar een programma over oorlog! Of geen documentaire van de VPRO! Dat is zeker weten nog strafbaarder dan ’s avond alleen in je bed tv kijken.

Voor jezelf is het stiekem kijken an sich niet het probleem. Pas daarna wordt het allemaal problematisch. Het moment dat het programma is afgelopen komt langzaam dichterbij. Begin jaren ’90 had echt nog niet iedereen een afstandsbediening dus de dekens moeten aan de kant. Je kruipt langzaam uit je bed. Voetje voor voetje sluip je over het statische tapijt naar de
beeldbuis. ZWIP! Televisie uit en de terugreis begint. Voetje voor voetje.

Het bed is in zicht maar iedereen begrijpt dat onverwachtse monsters, aliens, Mulder of sergeant Taylor opeens vanonder de lattenbodem kunnen opduiken. Dus neem je een aanloopje. En komt als een bommetje in een zwembad midden in de matras terecht. Alle getroffen maatregelen om strenge ouders buiten spel te zetten zijn voor niets geweest.

Maar het is inmiddels veilig in en onder het bed. Tijd om te gaan slapen. Met je knuffelbeer strak omarmd.

woensdag 1 februari 2012

Gesprek

Kleinzoon en kleinschoondochter zijn gezellig bij opa en oma op de koffie. Opa en oma wonen toch op zo'n twee uur rijden dus wekelijks koffiedrinken zit er helaas niet in. Maar van deze gelegenheid wordt goed gebruik gemaakt om eens bij te kletsen.

Het onderwerp van gesprek is een tafelkleed. Of eigenlijk dat in moderne huishoudens steeds vaker een tafelkleed lijkt te ontbreken. Niet alleen als gehaakt decoratie-item maar ook als nuttig en praktisch onderkleed tijdens het eten. Oma is wel degelijk op de hoogte dat de jongelui van tegenwoordig wel een soort alternatief tafelkleed gebruiken. Een soort kleinere versie. Ze kan maar niet op het woord komen. Hoe het nou ook alweer? Van die kleine kleedje. Dan schiet het haar te binnen.

Playmates.